07 oktober 2017

Lee Ranaldo (Les Ateliers Claus - 06.10.2017)

Er moet iets in de Belgische bodem zitten dat een zekere aantrekkingskracht uitoefent op de voormalige Sonic Youth-leden Thurston Moore en Lee Ranaldo. Moore cureert binnenkort het Sonic City Festival en resideert in november een paar dagen in Les Ateliers Claus voor concerten en opnames. En ook voor Ranaldo zijn het drukke dagen in het Vlaamsche Land met concerten in Les Ateliers Claus en in de N9 in Eeklo, met de tentoonstelling "New Works" in de Gentse Galerie Jan Dhaese en met de tentoonstelling "Lost Ideas" in Cultuurcentrum De Steiger in Menen. Aan deze laatste tentoonstelling van grafisch werk koppelde hij ook nog een 'participatieve performance' van "The Shibuya Displacement", een soundscape die Ranaldo maakte toen hij in 2006 in Tokyo verbleef en er opnames maakte van de metro-aankondigingen in het Shibuya-station.

Maar vanavond stond zijn nieuwe album "Electric Trim" centraal. In een heel intieme setting (een uitverkocht zaaltje van +/- 120 mensen die bijna op de schoot van Ranaldo zaten) bracht Ranaldo - solo op akoestische gitaar - uitgepuurde versies van vooral nieuw materiaal, aangevuld met enkele oudere songs (zoals het frisse "Off The Wall" uit het album "Between the Times and the Tides" uit 2012).

Van het solo-werk van Ranaldo hebben me altijd de experimentele platen (zoals "Amarillo Ramp", "Frome Here To Infinity" of "Scriptures of the Golden Eternity") meer aangetrokken dan zijn conventionelere song-albums, waar telkens wel pareltjes te ontdekken vallen maar die voor het overige qua sound maar vooral qua songteksten geen onuitwisbare indruk nalaten. En zo was het ook bij de eerste luisterbeurt van "Electric Trim".

Maar de zeer intieme setting van het concert van vanavond, alsook het feit dat hij over de meeste nummers kort uitweidde en aldus van een persoonlijke toets voorzag, wierp een nieuw licht op het solo-materiaal van Ranaldo. Zoals over "Circular" : een nummer dat tracht een inzicht te bekomen in de intrigerende werking van dagdagelijkse routines van het leven : gaande van het ochtendlijke kopje koffie tot het slaapritueel.  Bij titeltrack "Electric Trim" bracht Ranaldo de Amerikaanse auteur Jonathan Lethem onder de aandacht. Ranaldo schreef veel van de teksten van het nieuwe album samen met deze schrijver en "Electric Trim'"was het eerste resultaat van hun samenwerking.

Over "Uncle Skeleton" had Renaldo een heel filmische uitleg : "My attempt to write one of those cowboy-songs like rock-bands in the sixties did, like El Paso. Jonathan had a good hand in the lyrics on this one. We tried to reconcile a couple of different forces at work and we ended up with one of those things, like when you go to the movies to see a Western. They mix up the reels an they play four reels of one movie and three reels of another movie and in the middle two trains crash in the middle of the screen and everything kinda falls apart." Een stuk minder lyrisch was de uitleg over het ietwat magere beestje "New Thing" (dat echter wel een oorwurm bleek te zijn in de dagen na het concert) : een liefdes-ode aan het internet.

Eén van de hoogtepunten van het concert was ongetwijfeld "Thrown over the Wall", zijn protestnummer van "resistance" tegen de "conservative wave of power that swept through my country recently and is moving across Europe and South-America. A last ditch of an old white mans attempt to hold on to the power and to the old ideologies of the forties and fifties. Instead of looking ahead at equal rights and anti-gun rights. When was the last time you seriously contemplated the risk of nuclear war ? 40 years ago maybe ? Well, here it is again." Ranaldo op z'n grimmigst.

Op plaat is "Last Looks" een duet met Sharon Van Etten. Het nummer werd geïnspireerd door de kreet "Last Looks'"die Ranaldo regelmatige hoorde slaken wanneer hij opnames bijwoonde van de HBO-reeks Vinyl (Ranaldo schreef muziek voor de pilot van de serie), een uitspraak die doelt op het gebruik om - nét voordat de camera's in gang schieten - nog enkele schmink- of kledij-aanpassingen te doen "to make everything look perfectly fake for the camera". Ranaldo hergebruikte deze terminologie om een ode te schrijven aan enkele dierbaren die hem de voorbije jaren ontvallen zijn.

Het laatste half uur van het anderhalf uur durende concert was weggelegd voor drie oudere songs. Om te beginnen met "Ambulancer", een emotionele song uit "Last Night On Earth" (2013). De begin-riff van het nummer deed Ranaldo denken aan 'Ambulance Blues' van Neil Young, hence the name. Vervolgens het van jeugdsentiment druipende "The Rising Tide", een "see fairing song" over de gelijknamige boot die in de tuin van een jeugdvriend lag en waar Ranaldo veel vertoefde na school om er - zoals pubers doen - te worstelen met de grote "teenage questions". "Where are we going ? How are we going to get there ? What are we going to do ? In ten years from now, will you still know who I am ? Will we still be friends ?". Weten dat de wereld klaar is om zich aan je te openbaren, alleen nog niet weten hoe en wanneer het zal gebeuren. Tijdens de enige bisser mocht de geest van Lou Reed even rondwaren in het kleine zaaltje in Sint-Gillis middels de mooie Velvet Underground-cover "Ocean".

De erfenis van Ranaldo zal toch wel vooral zijn bijdrage aan Sonic Youth blijven, maar het blijft ook nu nog een intrigerende figuur, die de diverse aspecten van zijn creatieve brein blijft exploreren in grafisch werk, in experimentele sounds én in traditionele song-structuren. Van dat laatste kregen we vandaag een warme en enthousiast gebrachte staalkaart.


Setlist :
- Moroccan Mountains
- Let's start again
- Circular (right as rain)
- Electric Trim
- Off The Wall
- Uncle Skeleton
- New Thing
- Thrown over the wall
- Last Looks
- Ambulancer
- The Rising Tide
-----
- Ocean

06 oktober 2017

Das Wunder der Heliane (Opera Antwerpen - 05.10.2017)

De kansen om deze quasi vergeten opera van de Oostenrijkse Joodse componist Erich Wolfgang Korngold (1897-1957) op de planken te zien, zijn dun gezaaid. De opera kende zijn première in 1927 in Hamburg. Julius Korngold, de tirannieke vader van de componist en een gevreesd muziekcriticus, had zijn zoon al van jongs af aan tot wonderkind gebombardeerd en lanceerde - n.a.v. de première van Das Wunder - een lastercampagne tegen een andere populaire opera van dat moment. Die campagne keerde zich echter als een boemerang tegen Das Wunder en de publieke opinie keerde zich tegen vader en zoon Korngold. En toen de Nationaal-Socialisten de opera verboden, was dat de definitieve kaakslag voor het werk dat nochtans door Erich Korngold als zijn eigen meesterwerk werd beschouwd. Korngold week uit naar de USA, kwam eindelijk onder het juk uit van zijn strenge vader en bouwde een succesvolle carrière uit als filmcomponist in Hollywood. Ondertussen was Das Wunder volledig tussen de plooien van de muziekgeschiedenis gevallen, totdat de Koninklijke Opera Gent in 1970 het werk terug op de planken bracht. En nu - 90 jaar na de creatie - neemt de Vlaamse Opera opnieuw de handschoen op om dit uitdagende werk te presenteren.


Foto Annemie Augustijns
Het verhaal - een libretto van Hans Müller-Einigen dat gebaseerd was op een mysterie-spel van de zeer jong gestorven Oostenrijkse schrijver Hans Kaltneker - is schijnbaar eenvoudig maar staat bol van de in die tijd in zwang zijnde mystiek en symboliek. Een Vreemdeling arriveert in het land van de Heerser. Het hart van de Heerser is bezwaard omdat zijn liefde voor zijn echtgenote Heliane niet door haar beantwoord wordt en daarom heeft de Heerser alle vrolijkheid in zijn land verboden. De charismatische Vreemdeling heeft echter deze wet overtreden en wordt daarom ter dood veroordeeld. Heliane zoekt de Vreemdeling op in zijn cel. Er springt een vonk over en Heliane gunt de Vreemdeling een blik op haar naakte lichaam, zonder zich echter aan hem te geven. Ondertussen was de Heerser van plan om gratie te verlenen aan de Vreemdeling, op voorwaarde dat die zijn charmes zou aanwenden om Heliane te leren houden van de Heerser. Maar de Heerser betrapt de naakte Heliane, meent dat er sprake is van overspel en beveelt dat een proces gevoerd wordt tegen Heliane.

Het proces wordt gevoerd onder leiding van een Blinde Opperrechter. Heliane ontkent het overspel. Om Heliane te ontlasten, beneemt de Vreemdeling zich van het leven. De Heerser beveelt woedend dat Heliane een godsoordeel moet doorstaan : als ze dan toch zo rein en zuiver is, moet ze in staat zijn om de Vreemdeling opnieuw tot leven te wekken. Onder druk van het bloeddorstige volk stort Heliane echter in en geeft ze toe dat de Vreemdeling heeft liefgehad. De Heerser geeft haar nog een laatste kans maar ze weigert zich echter hem te geven. Ze staat op het punt geëxecuteerd te worden, wanneer het Wonder zich alsnog voltrekt. De Vreemdeling is herrezen. Hierop ontsteekt de Heerser in woede en doodt hij Heliane. De Vreemdeling grijpt in, zet de Heerser af, bevrijdt het volk en herenigt zich met Heliane in het bovenaardse....


Foto Annemie Augustijns
Op de keper beschouwd is dit een verhaal van twee tegenpool-mannen en hun liefde voor één vrouw. De uitdaging van dit werk lag dus niet zozeer in de enscenering van dit verhaal. Geen overvloed aan decor-wissels en technische ingrepen. Enkel kostuums en decors die associaties oproepen aan dorheid, aan schraalheid, aan kilte. De decors krijgen doorheen de drie bedrijven slechts vrij beperkte wijzigingen. De uitdaging lag echter des te meer in de muzikale eigenschappen van het werk. Ik ben geen kenner, maar zelfs mijn amateuristisch oor had wel door dat dit een topzwaar georchestreerd stuk is dat het uiterste vergt van het orkest en van het koor en niet in het minst van de solisten. Voor dit stuk moest werkelijk alles uit de kast gehaald worden, tot en met een kinderkoor dat vanuit de nok van het opera-gebouw het stuk mocht inleiden.


Foto Annemie Augustijns
En Das Wunder biedt ook meer dan voldoende voer voor de liefhebbers van symboliek. In het begeleidend programma-boekje wordt bijvoorbeeld uitgeweid over de rol van de Vreemdeling als Profeet in een verdorven land. Over de compleet verdorde relatie tussen vader en zoon Korngold en de impact daarvan op de emotionele woestenij die overheerst in Das Wunder. Over de noodzaak aan het geloof in wonderen. Maar vooral - en dat is het aspect dat me het meeste trof - over de tragiek van de tiran. De Heerser - briljant vertolkt door de IJslandse bas-bariton Tómas Tómasson - is geen één-dimensionale slechterik, maar eerder het slachtoffer van tragische omstandigheden en van de onmacht om eraan te verhelpen. Hij is niet zozeer een bloeddorstige dictator, maar een eenzaam en bitter man. Meer nog dan blij te zijn voor de hemelse hereniging van de Vreemdeling en Heliane, overheerste het gevoel van medelijden met deze misbegrepen man.

Kortom : een veeleisende maar ongemeen boeiende opera, waarin reeds duidelijk de filmische kwaliteiten te horen zijn van de muziek van Korngold, die later zo goed zou blijken te passen in Hollywood. En die soundtracks waren niet toevallig vaak begeleidende muziek bij films waarin de notoire Errol Flynn als een soort vrijbuitende Vreemdeling tekeerging tegen tirannieke heersers.

01 oktober 2017

Ausonia & Masato Matsuura (Sint-Pieterskerk Turnhout 30.09.2017)

In het kader van Musica Divina stond vanavond het Waalse barok-ensemble Ausonia op het kerk-altaar met een opvallend repertoire én met een al even opvallend samenwerkingsverband : de Japanner Masato Matsuura liet het publiek kennismaken met het traditionele Japanse Nô-theater. De samenwerking tussen Ausonia en Matsuura dateert al van 2006. Ausonia was toen bezig met de repetities van de Rozenkrans-sonates van Heinrich Biber (1644-1704) en de mysterieuze kracht van deze 15 baanbrekende sonates leek perfect aan te sluiten bij de spiritualiteit van het Nô-theater. Op verzoek van het Musikfestspiele Potsdam stelde Ausonia in 2016 een nieuw programma samen met vertegenwoordigers van de zogenaamde "Stylus Fantasticus" : een vrije improvisatie-stijl die in de vroeg-dagen van de barok een hoge vlucht kende, met vertegenwoordigers zoals de eerder genoemde Heinrich Biber, Dietrich Buxtehude (1637-1707), Johann Jakob Froberger (1616-1667) en Matthias Weckmann (1616-1674).

Van deze vier componisten stond vandaag werk op het programma. Drie van de Rozenkrans-sonates van Biber, twee sonates van Buxtehude, een suite en een soort van muzikale grafrede van Froberger (geschreven nadat hij getuige was van de dood van zijn beste vriend) en een toccata van Weckmann.

Van het Ausonia-trio was violiste Mira Glodeanu de meest opvallende figuur. Ze bediende zich van enkele violen met zeer uiteenlopende klankkleuren en excelleerde vooral in de "Passacaglia"-vioolsolo waarmee de Rozenkrans-sonates van Biber afgesloten wordt. Dat ze na deze uitputtingsslag - want het werk van Biber is blijkbaar technisch extreem veeleisend - op het einde van het concert moeite had om mooi in de klavecimbel-pas te blijven tijdens de afsluitende Buxtehude-sonate, is haar absoluut vergeven. De klavecimbel is sowieso al een lastig en bijna psychedelisch instrument om te volgen als luisteraar (en werd overigens uitstekend bespeeld door Frédérick Haas). Het stemmen van dit gevoelige instrument bleek voorafgaand aan het concert een uitermate lastig en delicaat karwei. Voor de volledigheid vermeld ik nog dat James Munro de violone bespeelde en het geheel van het fijnbesnaarde bas-weefsel voorzag.

Toen Matsuura tijdens het begin van het concert een korte Jurokomai-dans pleegde tijdens één van de Biber-sonates, kwam de unie tussen barok en Nô nog een beetje geforceerd over en leek me de meerwaarde van het Oosterse aspect nogal beperkt. Maar toen de Japanse Nô-grootmeester op het einde van het concert nogmaals terugkwam voor een langere interventie en daarbij ook nog aan het declamerend zingen sloeg, werden de barrières tussen Oost & West en tussen Barok & Nô plots opgeheven en oversteeg de mystiek de grenzen van tijd & genre. Met alle ingrediënten van het Nô-theater (het iconische gezichtsmasker dat net te klein lijkt voor het gelaat, de afgemeten gebaren, de traditionele kledij) bracht Matsuura een stuk uit Hagoromo, één van de oudste en meest opgevoerde stukken uit het Nô-repertoire. En ondanks het masker dat geen enkele emotie verraadt en ondanks de schijnbaar eenvoudige en ingetogen lichaamsbewegingen waarbij flapperen van de traditionele gewaden een grote rol speelt, brengt deze kunstvorm een grote emotionele respons teweeg. Misschien meer nog dan bij de complexe muzikale ambassadeurs van de Stylus Fantasticus die - typisch Westers - frontaler en minder subtiel tewerk gaan.

23 september 2017

Reijseger Fraanje Sylla (De Singer - 22.09.2017)

Genres mixen is een kwestie van doseren. Is één van de ingrediënten te dominant aanwezig, dan wordt het eindresultaat herleid tot dat dominante element. Maar als de mix juist zit, dan wordt het geheel uitgetild boven de som van de delen. En dat is nu net waar de Nederlandse cellist Ernst Reijseger, de Nederlandse pianist Harmen Fraanje en de in Amsterdam neergestreken Senegalese zanger/muzikant Mola Sylla perfect in slagen. Over de naam van het trio - simpelweg Reijseger Fraanje Sylla - is niet al te lang nagedacht, maar over de muziek des te meer. Op twee albums ("Down Deep" uit 2013 en "Count Till Zen" uit 2015) worden elementen uit klassieke muziek, jazz en traditionele Afrikaanse muziek verweven tot een geheel dat qua emotionele impact zijn uitwerking niet mist en dat ook leidde tot samenwerkingen met de gelauwerde Duitse filmregisseur Werner Herzog. De albums zijn helaas niet via Apple Music te streamen, dus een voorafgaande luisterbeurt zat er niet in. Maar jazz, klassiek én Afrikaans - drie genres die me de laatste jaren alsmaar meer boeien - in één intrigerende blend op het podium van De Singer ? Daar moest en zou ik mijn oren op loslaten.

Opener "Perhaps" gaf de kans aan het publiek om een beetje te acclimatiseren en gewoon te worden aan het samenspel van de drie heren : de rustige toetsaanslagen van Fraanje die de hele avond een subtiel maar essentieel bindweefsel vormden, het ritmisch tokkelen op traditionele Afrikaanse instrumenten door Sylla en diens gezangen in de West-Afrikaanse taal Wolof, alsmede de diverse cello-behandelingen van Reijseger. Deze verbluffend meesterlijke cellist zoog de hele avond de aandacht naar zich toe : of hij nu de cello als een (bas)gitaar op de schoot nam, als percussie-kist met zijn vingers betokkelde of op klassieke wijze tussen de benen met een strijkstok bestreek : het technische vernuft droop ervan af. Maar wat het plaatje écht compleet maakte, was de pure liefde voor muziek die uit elke noot sijpelde. "Bakou" ging op hetzelfde elan verder, als een soort West-Afrikaanse blues met begeleidende neurie-zang van Reijseger. En zo leek gedurende het eerste kwartier de toon gezet voor een fijnbesnaarde avond.

Maar toen kreeg het publiek plots een lange versie (een kwartier !) voorgeschoteld van "Amerigo", een nummer dat me midscheeps raakte. Fraanje toverde minimalisme uit zijn klavier à la Wim Mertens, Reijseger speelde de cello op klassieke wijze met strijkstok en bracht een heerlijke sonate en Sylla rammelde - met de twee armen gestrekt in de lucht - met een traditioneel Afrikaans instrument. Hij wandelde ermee door het publiek als een bezwerende sjamaan en zong daarna een indringend lied in het compleet onverstaanbare Wolof. Maar dat het publiek het Wolof niet machtig was, maakte niet uit : er sprak pijn, passie en overgave uit. Wat een ongelooflijk nummer. Dit ging werkelijk door merg en been en ik werd zowaar een lichte krop in de keel gewaar.

Na deze emotionele uppercut werd het publiek een half uurtje relatieve respijt gegund. Gedurende een viertal nummers hoorden we Sylla scat-achtig zingen en op rare instrumenten fluiten, hoorden we tegendraadse ritmes op de cello en neigde de piano af en toe naar bebop.

Maar daarna werden de emoties weer flink aangezwengeld. In eerste instantie met "Elena", waarbij de cello als een soort van akoestische gitaar in een repetitief en traag ritme in pizzicato-dialoog ging met de piano en waarbij de zang van Sylla werd begeleid door een hoog-stemmige klaagzang van Reijseger. En vervolgens met "Badola", met Sylla die quasi parlando een verhaal vertelde alsof hij geesten wilde wegjagen, met Fraanje die een subtiele grondlaag uitspreidde en met Reijseger die al strijkend en tokkelend en friemelend de bovenlaag voor zich nam. En hopla : de krop in de keel was er weer.

En zo eindigde de set en kon het trio een welgemeend applaus in ontvangst nemen van een dankbaar publiek dat ademloos had gekeken en geluisterd naar een prachtig concert. Het trio kwam nog terug voor een bisser. Reijseger meldde dat hij altijd het liefst eindigde met een ballade maar dat hij niet mocht van zijn collega's. En dus kregen we bij wijze van catharsis het vinnige "Raykwela", waarbij Reijseger de cello opnieuw op de schoot nam en als een akoestische gitaar behandelde, waarbij Fraanje de noten als een frisse lentebui deed neervallen en waarbij Sylla vocaal lekker loos kon gaan.

Na afloop hoorde ik in de wandelgangen een ouder koppel tegen Fraanje zeggen dat dit concert voor hen het absolute hoogtepunt van het jaar was en dat ze ongelooflijk hadden genoten. Pracht-concert inderdaad.






03 september 2017

Bill Callahan (OLT Rivierenhof - 02.09.2017)

Singer-songwriter Bill Callahan - nu al enkele LP's onder eigen naam handelend en niet langer onder de 'Smog'-dekmantel - mag wat mij betreft stilaan opgenomen worden in de galerij van de allergrootsten. Verspreid over een 17-tal albums etaleert Callahan een uitzonderlijk talent om een aantal ingrediënten tot op de gram af te wegen om te komen tot rijke en briljante songs vol geladenheid en betekenis : nuances van tristesse, van Americana-blues, van eerlijke introspectie, van jeugdherinneringen zonder in melancholie te vervallen, van cynisme, van pöezie, van verbondenheid met de natuur. Dit alles verpakt in lichtjes rammelende maar tegelijk mooi uitgepuurde songs. Een kans om de man - eindelijk ! - live aan het werk te zien mocht dan ook niet gepasseerd worden. Dat het concert plaatsvond op een mooie zaterdagavond in het sfeervolle Openluchttheater Rivierenhof, was een kers op de taart.

Op plaat worden de songs van Callahan her en der wel eens opgesmukt met wat strijkers, toetsen, een dwarsfluit, steelguitar-effecten of ander fraais, maar vanavond was het al soberheid wat de klok sloeg. Callahan op akoestische gitaar (en af en toe mondharmonica) en drie degelijke muzikanten op drums (Adam Jones), basgitaar (Jaime Zuverza) en elektrische gitaar (Matt Kinsey). En misschien nog wel het mooiste instrument van allemaal : die heerlijke warme stem van Callahan, die je meteen onderdompelt in de sfeer van een brandend haardvuur in een afgelegen boshut. En met die stem werd het publiek ruim anderhalf uur meegenomen in dat unieke universum van Callahan en getrakteerd op de ene parel na de andere. Het minst sobere van de avond was misschien nog wel de kostumering van Callahan : pastelkleurige broek en hemd met lichtjes foute glitter-country-print.

Vanaf de eerste noten van opener "Spring" tot aan de slotakkoorden van afsluiter "Riding for the feeling" : dit concert zat helemaal goed. Niet alleen omdat Callahan de ene prachtsong na de andere bracht (het aangrijpend openhartige "Rock Bottom Riser", het lekker cynische "Dress sexy at my funeral", de geweldige protestsong "America!" of de Smog-klassieker "Cold blooded old times"), maar ook omdat er een goede interactie was met het publiek, dat duidelijk vooral uit kenners en fijnproevers bestond. Dat een optreden top kan zijn zonder melige bindteksten en zonder bis-nummers, werd vanavond bewezen. Wat bindteksten betreft, beperkte Callahan zich tot een korte uitweiding over de mooie setting (de bomen rond het OLT-halfrond) en hoe zijn gitaar misschien wel een nazaat (of voorvader) was van één van deze bomen. En toen het publiek na het voorlaatste nummer "Drover" (het meest epische nummer in de set en de gedroomde soundtrack voor een ambitieuze indie-western) uitbarstte in een heel lang aangehouden enthousiast applaus en gejuich, reageerde Callahan met oprechte verbazing. "What's going on ? That's scary ! Why's everybody applauding this long ? Note to self : safe that song voor the end of the show next time." Ik zal je vertellen wat er gebeurde, Bill : je bracht een geweldig concert voor een dankbaar publiek op een mooie avond in een mooie setting. Een lang applaus was wel het minste dat we konden terugdoen.


Setlist :

Spring
Jim Cain
Eid Ma Clack Shaw
Dress Sexy At My Funeral
America!
Rock Bottom Riser
Ride My Arrow
Cold Blooded Old Times
Say Valley Maker
Let Me See The Colts
Too Many Birds
Drover
Riding For The Feeling

02 september 2017

Jettie Pallettie (Minderhout Kermistent - 01.09.2017)

Er bestaat eigenlijk niet zoiets als 'foute muziek'. Het is heel gemakkelijk om uit de hoogte te doen over smartlappen en schlagers en om de output van zenders à la Ment TV in het 'guilty pleasure'-hokje te duwen. Er is echter niks om je schuldig over te voelen als je oprecht van dit soort muziek houdt. En als die muziek erin slaagt om mensen voor even hun zorgen te doen vergeten en voor een keertje lekker uit de plaat te gaan, dan is daar absoluut niets mis mee. Intellectuele diepgang of atonale akkoordenschema's moet je er natuurlijk niet zoeken, maar dat maakt niet uit. Zoveel mensen, zoveel smaken. Maar ook in het genre van Nederlandstalige muziek verwacht ik toch wel minstens een heel klein beetje creativiteit en originaliteit. Net dat ietsje meer dat het geheel doet uitstijgen boven de eenheidsworst-rest. En dergelijke nummers zijn er wel degelijk. Dat hebben de vele uren willens nillens luisteren naar Radio Valencia en de Meerlese legende De Zwarte Merel me wel geleerd.

Wat er echter wel degelijk bestaat, zijn 'foute concepten'. En ik kan het concept "Jettie Pallettie" als niets anders dan als zeer fout omschrijven. Dit personage - nom de plume van de Nederlandse zangeres Jet Westerhuis - grossiert in carnavaleske schlagers, met songteksten die naam amper waardig. Ik weet ook wel dat je van schlager-songteksten niet dezelfde literaire kwaliteit mag verwachten als van pakweg Leonard Cohen. Maar Jezus Christus, doe alsjeblieft een béétje moeite. Helemaal fout wordt het wanneer dit geschlagerde vrouwmens het podium bestijgt. Amper een half uurtje in een potsierlijk kostuum op een podium waggelen, onderwijl "zingend" op het geluid van een opgenomen bandje. En hop : het podium weer af, de auto in op weg naar het volgende 'concert'. Dit was geen concert. Dit was goedkope geld-graaierij van het ergste soort.

Ach, ik weet het wel. Het was godbetert een avondje zuipen in een kermistent. Wat had ik anders kunnen verwachten (behalve de obligate kater 's anderendaags) ? Maar dit was een aanfluiting, je reinste bagger. Los van deze vleesgeworden belediging t.o.v. iedereen die zich wél met recht en rede muzikant noemt, heb ik me overigens goed geamuseerd. Maar dat eerder door het amusante gezelschap dan door een 'artieste' die zich omschrijft als "de gezelligste en meest swingende party act op dit moment". Ik zou de adjectieven "gezelligste" en "meest swingende" met graagte vervangen door een paar meer waarheidsgetrouwe woorden.

13 augustus 2017

Baloji (Antilliaanse Feesten - 12.08.2017)

Het concert van de Belgisch-Congolese muzikant Baloji Tshiani op de 35° editie van de Antilliaanse Feesten had ik vetjes aangestipt. In eerste instantie omdat de man een interessant muzikaal parcours heeft afgelegd : van MC Balo bij het legendarische Starflam tot een mooie solo-carrière waarbij hij doorheen zijn twee albums (en één EP) meer en meer teruggrijpt naar de soukous-muziek van zijn Congolese geboortegrond. En in tweede instantie omdat de man me zeer aangenaam verraste tijdens een aflevering van de uitstekende Canvas-reeks Off The Record. In die aflevering etaleerde Baloji zich als een warme, intelligente en goedlachse persoonlijkheid met een heel interessante en eclectische muzikale smaak. Redenen te over derhalve om 's nachts af te zakken naar de Cahier-clubtent.

Het concert vertrok ietwat laat uit de startblokken - er moest in allerijl een vervangende keyboard opgediept worden - en de clubtent liep aanvankelijk ook maar matig warm voor de set van Baloji, aan wiens enthousiasme en energieke moves het echter zeker niet lag. Laten we het erop houden dat het een klein beetje een mis-programmatie was : de verkeerde act op het verkeerde moment. Op zaterdagnacht wil een door donderwolkje-cocktails geïntoxiceerd publiek eerder zotjes uit de bol gaan en met t-shirts zwaaien op simpele soca à la Rebels Band. De gelaagde soukous-met-een-boodschap van Baloji paste niet meteen in dat party-plaatje. En dat tijdens de set het Frans de voertaal was - niet meteen de eerste of tweede taal van de meeste festivalgangers met veelal Antilliaanse roots -, hielp de zaak ook niet vooruit.

Maar het siert Baloji dat hij het aanvankelijk ietwat lauwe publiek niet aan zijn hart liet komen en vol gas gaf, samen met zijn degelijke begeleidingsband. Een opvallend lid van die band was een oudere gitarist, die - gezeten op een stoel -de o zo herkenbare en o zo onweerstaanbare soukous-riedels uit zijn instrument deed stromen. Baloji noemde de man "mon père", waarvan ik echter vermoed dat het eerder als koosnaampje op te vatten was. Het publiek dat er wél voor koos om zich onder te dompelen in de heerlijke Congolese soukous, werd getrakteerd op heel veel liefde en enthousiasme van de springerige frontman. Baloji is ook niet van gisteren en hoedde zich er dus voor om niet al te politiek en drammerig uit de hoek te komen, doch liet de muziek voor zich spreken. Dat was dus vooral soukous, maar ook funk (met een hoofdrol voor de bassist tijdens het geweldige "Nakuenda" uit het debuut-album Hotel Impala) en hiphop kwamen geregeld om het hoekje kijken, waarbij ook moeilijkere en uitdagende ritmes niet werden geschuwd.

Hoogtepunt van de set was ongetwijfeld Lala, een lange lap soukous die in dat ene simpele woordje een Afrikaanse dualiteit blootlegde : in het Lingala betekent het woordje zoiets als "Loop ! Zoek dekking !" terwijl het in het Swahili uitdrukking geeft aan 'slapen' of 'liefde bedrijven'. En zo deed Baloji de kritiek - alsof het in Afrikaanse muziek alleen maar over seks gaat - af als zijnde niet helemaal juist .... maar ook niet helemaal on-juist. Baloji schreef het nummer ten tijde van de turbulente verkiezingsperiode in Congo in 2005-2006, om helaas te moeten vaststellen dat het nummer heden ten dage nog altijd actueel is en toepasbaar op zovele Afrikaanse landen met instabiele en corrupte regeringen. "A beautifull mess" in zoveel landen. De Minderhoutse Blauwbossen waren deze nacht héél even een stukje Katanga.

19 juni 2017

Best Kept Secret Festival (16-18.06.2017)

Alles klopte aan de vijfde editie van het Best Kept Secret-festival, gehouden op de terreinen van de Beekse Bergen in Hilvarenbeek. De combinatie van het prachtige weer, enkele fenomenale concerten, de heerlijke laid back vibe, de locatie en de (culinaire) omkadering maakte deze driedaagse tot één van mijn beste festival-ervaringen van de afgelopen jaren. En zelfs de Grolsch Kornuit was naar Nederlandse normen een best goed te verstouwen pilsje. Een kort verslagje.



DAG 1

Op de openingsdag kon ik helaas niet veel acts meepikken, omdat ik me pas na de noeste dagtaak naar de BKS-terreinen kon begeven. Maar gelukkig wel nét op tijd gearriveerd om het concert van de Deense Agnes Obel mee te pikken. Live werd ze bijgestaan door twee andere nimfen voor wat een ingetogen maar fijnbesnaard concert was, met als hoogtepunten 'Riverside', 'On Powdered Ground' en vooral 'The Church'. Niet eenvoudig om op een late namiddag op een hoofdpodium met een intieme set een zonovergoten publiek te boeien, maar de Deense slaagde in die missie. En aldus een fijn begin van een oestrogeen-overgoten avond. Want even later - bij de aanvang van de gig van Millionaire - stond een festivalganger nogal ostentatief (met zijn smartphone omhoog en vlak in mijn gezichtsveld, zodat ik kon er niet naast kon kijken) een SMS te typen met als boodschap : "ik weet dat je ongesteld bent dus ik snap dat je mijn voorstel ongepast vindt" ... Euhm, tijd om mijn aandacht terug op het podium te vestigen voor wat uitgroeide tot een zeer snedige set van Tim Vanhamel & C° in een volgepakte tent, waarbij "Alpha Male" werd opgedragen aan The Donald.

Maar die fikse opstoot van Belgisch mannelijk rock-geweld van het betere allooi, moest daarna plaatsmaken voor een nieuwe vrouwelijke insteek : het concert van de Noorse Jenny Hval was op z'n minst intrigerend te noemen. Deels optreden, deels theater, deels performance-art : het zat er allemaal in. Er werden lokken van pruiken geknipt, er werd geposeerd voor een met de iPhone filmend bandlid, er werd een soort van bizarre podium-decoratie aan stukken getrokken, er werden teksten gedebiteerd over vampieren en menstruatie en speculums ... Ik sloeg één en ander zeer geamuseerd gade vanop de eerste rij. Kortom een concert dat me alras de regels-SMS terug in herinnering bracht.

Zelfs tijdens het concert van de all male headliner Run The Jewels werd de vrouwelijke kunne niet vergeten. Bij veel cliché hiphop zou het dan gaan over bitches & ho's, maar niet zo bij het olijke duo Killer Mike en EL-P, wiens raps qua inhoud onmetelijk veel hoger staan dan platte bling-hop. Tijdens een opvallend vurige speech riep Killer Mike het mannelijke publiek op om in de mosh-pit geen misbruik te maken van het daarmee gepaard gaande fysieke contact om vrouwen te bepotelen. Wat een heerlijk concert was dit trouwens ! Twee jaar terug nog een namiddag-act op WOO HAH!, nu headliner op een groot festival. Ook EL-P en Killer Mike konden het vanavond nauwelijks geloven. Naast de hoge artistieke kwaliteit van de drie RTJ-platen is ongetwijfeld de oprechte camaraderie en chemie tussen de twee hip hop-veteranen één van de sleutels tot hun succes. Ik liet me lekker gaan in de pit, me er uiteraard voor behoedend om niet aan het bepotelen te slaan. Niet alleen omdat dat uiteraard compleet not done is, maar ook omdat de imposante Killer Mike ermee dreigde om overtreders van deze evidente regel een vuist in het gezicht te planten. Voor het overige was overigens alles peis en vree tijdens dit super-vette concert. RTJ ! RTJ ! RTJ !



DAG 2

Voor de tweede festivaldag werd wederom een fors blik zon opengetrokken. Zodanig zelfs dat de hoog opgeschoten roodharige frontman van de complex-loze Britse rockband The Amazons op het hoofdpodium nauwelijks zijn gitaar-tuning-apparaat afgelezen kreeg. Weinig wereldschokkend bandje overigens, dat zich daar echter ook terdege van bewust was en daarom lekker pretentie-loos de dag op gang rockte. Al een geluk dat de aangename verrassing Froth (fijne psych-surf-pop uit San Diego) in de schaduw van één van de kleinere tenten mocht aantreden. "Total drag" stond in koeien van letters te lezen op het shirt van frontman Joo-Joo Ashworth, een ietwat slungelige figuur die aangaf zich beter thuis te voelen in de schaduwen dan in het felle zonlicht. Onbetwist hoogtepunt : het nummer "Petals (what was I supposed to do)". Ashworth nam op het einde van het concert de biezen met een ingestudeerd Nederlands zinnetje "nu is het gedaan". Een beetje zoals de legendarische Edu vroeger "hier is beton" uitsprak (grapje voor intimi).

De nog maar pas in 2015 opgerichte band Whitney exporteert folky indie vanuit Chicago, met als opvallende frontman de zanger/drummer Julien Ehrlich. Misschien een tikje een poseur (pochen over een zwakke maag na een zwaar avondje en toch ostentatief lurken aan een fles wijn), maar de frisse arrangementen, de al even frisse falsetto-stem en de trompet-riedeltjes pakten het publiek in de TWO-tent moeiteloos in, ondanks het feit dat de teksten niet al te vrolijk zijn en gaan over onderwerpen zoals relatiebreuken, dood en depressies. En toch zomers klinken, je moet het maar doen. Grappige cover trouwens van de openingstune van de oude sitcom "The Golden Girls".

De benenwagen maakte vervolgens overuren om stukken te kunnen meepikken van de concerten van het vrouwelijke Schotse duo Honeyblood (Highland-indie op gitaar & drums), van Cloud Nothings (uit Cleveland, Ohio - denk 'Lemonheads' met een iets grovere korrel), van de Noor Thomas Dybdahl (zomerse pop, gebracht door hippe mannen in kostuums en met "Just a little bit crazy" een onweerstaanbaar glimlach-op-de-mond-toverend-top-schijfje in de setlist) en van de Britse indie-rockers Wild Beasts, die ondanks een "Fuck Brexit !"-kreet en een ode aan "alpha-females" een eerder tamme en incoherente set op de planken brachten.

De Japans-Amerikaanse Mitski zou je trouwens gerust als een alpha-female kunnen bestempelen. Laat je echter zeker niet misleiden door haar frêle schoonheid. Op het podium één en al sérieux en nauwelijks op een glimlachje te betrappen, zoals ik al vermoedde na een eerdere luisterbeurt van haar complexe indie-meesterwerkje "Puberty 2". Aanvankelijk kende het concert wat geluidsproblemen (wat de geluidsman flink wat banbliksems uit haar griezelig furieuze ogen opleverde), maar gaandeweg bloeide de set open. Zeker geen katje om zonder handschoenen aan te pakken. Achteraf terug wat mannelijkheid en zelfvertrouwen bijgetankt bij de psych-rock van The Wytches (ondanks de naam trouwens een all male band). Niet dat ik meteen naar de platenboer zal hollen om me de platen aan te schaffen van deze vier jeugdige nozems uit Brighton, maar hun vrij simpele rock deed deugd na misschien een tikje teveel lo-fi en indie. Eén bandlid droeg een shirt van The Misfits, een ander bandlid droeg een shirt van The Smiths. Soms heb je niet meer nodig om over de streep getrokken te worden.

Ik ben al lang de tel kwijt hoe vaak ik Thurston Moore in allerlei constellaties op een podium heb zien staan. Dus vandaag maar eens een keertje - toch met lichte pijn in het hart - verstek gegeven voor zijn concert en gekozen voor de dromerige ambient-slowcore-pop van Cigarettes After Sex. Vooraf in allerlei vakpers getipt als een niet te missen concert, vormde de zeer trage pop van frontman Greg Gonzales een zalig zwoele soundtrack voor een zalig zwoele dag. Het vergde enig geduld en het was zeker geen quick fix, maar gaandeweg kroop de set toch onder mijn huid. En de bandnaam is perfect gekozen : nergens werd een hoogtepunt gezocht of gevonden, maar immer overheerste het gevoel van melancholie dat na een orgastisch piekmoment steeds weer onvermijdelijk om het hoekje komt gluren.

Tja, wat te zeggen over het concert van het Canadese collectief Arcade Fire, de headliner van de tweede dag ? Dit was één van die concerten dat je moet bijgewoond hebben om het te geloven. Achteraf struikelde de muziekpers over de superlatieven in een poging om dit magische uur & drie kwartier te omschrijven. Ik ga er zelfs nauwelijks een poging toe doen. Van de prachtige nieuwe semi-disco single "Everything Now", over de bruuske tempo-wisselingen in "Here Comes The Night Time", via de massaal ontstoken smartphone-lichtjes tijdens "Neon Bible" tot de onverwachte (en ongeplande) bisser "Intervention", Will Butler die met z'n trom in de mast klimt, de visuals : tijdens dit concert viel alles op z'n plaats. Voeg daarbij een tiental getalenteerde multi-instrumentalisten (het podium leek wel volgestouwd met de inhoud van een muziekwinkel), een twintigtal geweldige nummers, een uitermate aanstekelijk speel-plezier dat werkelijk in beken van het podium gutste, de ondergaande zon, ... en je hebt een concert hors catégorie van een band op de top van z'n kunnen.

Maar geen tijd om te versagen. De dag was dan wel lang & zwoel geweest en de tank van de benenwagen bijna leeg, maar het slotakkoord was er ook één om niet te missen. De tegendraadse en complexe crossover-jazz van het Belgische Stuff - met ingewikkelde structuren en zonder zang toch niet de meest evidente festivalmuziek - zette de ferm volgelopen THREE-tent lekker in de fik. Geen sinecure pal na het collectieve Arcade Fire-delirium. Er ontstond al snel een heel goede klik tussen band en publiek, wat ervoor zorgde dat de Gentenaren de tastbare elektriciteit in de tent opzogen en vertaalden naar een zeer gedreven set. De innige omarming van drummer Lander Gyselinck met één van zijn kompanen na afloop van het concert sprak boekdelen. Aanvankelijk had ik de ambitie om me na dit concert nog onder te dompelen in de nachtelijke electro-set van de Amerikaanse DJ Laurel Halo, maar mijn pijp was uit.



DAG 3

De pijp terug gestopt zijnde met energie-tabak, deelde de binnenkomer op de derde dag meteen een flinke oplawaai uit. Zeal And Ardor is een project van de Zwitserse Amerikaan Manuel Gagneux, waarbij een zeer ongebruikelijke mix van negrospirituals, slavenliederen, black metal en blues opgelepeld wordt. Het debuutalbum "The devil is fine" werd volledig door Gagneux geschreven en opgenomen. Live bijgestaan door twee extra zangers, een drummer en een bassiste doet Gagneux de temperatuur in de nochtans al flink hete FIVE-tent met nog een paar graden stijgen. Alles wordt met heel veel passie en overgave gebracht. Aanvankelijk bloedserieus (met zwarte hoodies en trieste gelaatsuitdrukkingen), maar wanneer Gagneux merkt hoe warm en enthousiast het publiek reageert, kan hij een glimlach niet langer onderdrukken. Afwachten of deze verschroeiende worp van Gagneux een éénmalige opflakkering is of de vroege ontbolstering van een groot talent. Dit concert was alvast puntgaaf.

De Schotse heren van Arab Strap hingen in 2006 hun indie-kilt aan de haak, maar besloten in 2016 terug te concerteren. Frontman Aidan Moffat zweette op het TWO-podium als een rund en liet zich de blikjes Kornuit-pils gulzig welgevallen, terwijl hij de electro-indie-rock (met af en toe een Mogwai-achtige uithaal) voorzag van teksten die bijna tegen het spoken word aanleunden. "This is a sad song about being a dick" sprak de bebaarde Moffat en dat was niet gelogen toen een zeer melancholisch geladen versie van "Here We Go" op het publiek werd losgelaten. Heerlijk concert. Enkel een glas Lagavulin single malt onbrak nog.

Timothy Showalter - frontman van Strand Of Oaks - is ook geen doetje als het op melancholie en tristesse aankomt (hij heeft zijn hart breed uitgesmeerd op de vorige albums), maar sinds kort gooit deze knuffelbare loebas het over een andere boeg. En dat zegt hij ook bij aanvang van het concert op het hoofdpodium : weg met het verdriet en de ellende van vroeger, tijd voor vreugde en genezing. "You gotta heal !!" klinkt het op het nieuwe album "Hard Love" en die boodschap schreeuwt hij uit naar het publiek. Showalter is het vleesgeworden 'ruwe bolster zachte pit'-type waarmee het ongetwijfeld heerlijk toog-hangen en pintelieren is. Je zag dat hij het oprecht meende toen hij zei dat hij - als opgroeiend jongetje in een schamel huisje in Indiana - nooit had durven bevroeden ooit een concert te geven op een podium waar enkele uren later de halfgoden van Radiohead zouden aantreden. Een onverwacht positief getinte set dus, maar gelukkig toch het door merg en been snijdende "JM" op de setlist. Dit eerbetoon aan de veel te vroeg overleden Jason Molina deed de felle zon eventjes verbleken. Was dat een vuiltje in mijn oog ?

De positivo-vibe ging daarna nog fluks de hoogte in bij het concert van Junun Featuring Shye Ben Tzur & The Rajasthan Express. Even uitleggen : Shye Ben Tzur is een Israëlische componist en The Rajasthan Express is een Indisch muziekgezelschap. Samen maakten ze in 2015 het album "Junun". En (hier komt de Indische aap uit de mouw) : als producer voor het album stond Radiohead-producer Nigel Godrich achter de knoppen en het album werd mede-geschreven en ingespeeld door Radiohead-gitarist en componist Jonny Greenwood. Dit verklaart natuurlijk in grote mate de aanwezigheid van dit combo op de affiche. Niet dat het een nieuw gegeven is (denk maar aan Ravi Shankar op Monterey), maar toch blijft de aanwezigheid van deze oosterse muziek (door een journalist van OOR compleet ongepast 'curry-pop' en 'tulband-pop' genoemd) op een groot festival een zeldzame belevenis. Van bij de vrolijke intrede van de bandleden - die onder luid geschal van blaasinstrumenten in stoetvorm naar het podium van de TWO-tent trokken - ging het publiek overstag. En de Radiohead-fans konden alvast hun hart ophalen want ook Greenwood stond bij op het podium, weze het een tikje verscholen. De onweerstaanbare Indische raga's - overgoten met een funky Bollywood-sausje - bewezen uitermate helend te zijn voor mijn dorstige chakra.

Een paar jaar geleden mocht James Blake laat op de avond het slotconcert verzorgen in de Pukkelpop-marquee, toen een serieuze houw in mijn ziel kervend. Wellicht stond hij daar toen beter op zijn plaats dan vanavond op een groot hoofdpodium op een zomerse vooravond. Zijn uitgepuurde electro-pop ging daarom vandaag een beetje over de hoofden van het publiek heen. Non-believers vinden hem een tikje een zagevent, maar ik behoor tot het kamp van de believers. Hij had me al bij de lurven bij de openingssong : een heerlijke cover van de oude Don McLean-hit "Starry Starry Night". Het obligate "Limit to your love" zat al heel vroeg in de set (hadden we dat al meteen achter de rug). En nog zo'n mooie cover : "I could drink a case of you" van Joni Mitchell. Maar pas wanneer de piano van Blake begeleid worden door diep pompende beats, wordt het publiek een beetje wakker. Een publiek dat zich stilaan en masse voor het hoofdpodium begint te verzamelen voor de hoofdschotel van het weekend.

Kiezen is altijd een beetje verliezen. Achteraf diende ik te lezen dat het concert van Soulwax in de uitpuilende TWO-tent één van de hoogtepunten van het weekend was en ik was er graag getuige van geweest. Maar een mens kan niet alles hebben. Ik koos er immers voor om voor het concert van Radiohead een plaats in de sweet spot te veroveren : centraal voor het podium, halverwege tussen podium en PA-toren. En dat bleek een gelukkige keuze. Zelden of nooit heb ik een slotact op het hoofdpodium van een groot festival gezien, waarbij het geluid zo goed klonk, alsof je in een uitstekende concertzaal stond. Ook wat de beleving van de visuele effecten betreft, stond ik op een perfecte plaats. Op de grote schermen links en rechts van het podium kregen we geen close ups te zien van de bandleden (geen erg want ze kunnen bezwaarlijk adonissen genoemd worden), maar eerder een mix van effecten en 'stukjes' van de bandleden.

Vooraf werd aangekondigd dat het concert 2,5 uur zou duren en achteraf deelden enkele stoethaspels op twitter hun beklag over het feit dat het concert 'slechts' een dikke 2 uur duurde, dat grote hits zoals 'Creep' en 'Karma Police' niet gespeeld waren en dat het zo abrupt eindigde. Achteraf ben ik maar wat blij dat die twee hits niét gespeeld werden. Want waar we deze 2 uur getuige van waren, was niet minder dan een ongelooflijk briljante en opvallend ingetogen en onvoorspelbare set van misschien wel de belangrijkste band van de laatste twee decennia, waarbij die twee hits enkel maar een vervelende sing-along-stijlbreuk waren geweest. Ik haal twee objectief meetbare maatstaven aan om het niveau van dit concert te duiden : gedurende deze twee uren heb ik quasi niemand in mijn omgeving naar zijn smartphone zien grijpen om wat te surfen of te facebooken. En eveneens werd ik gedurende deze twee uren ook maar één moment gestoord door onnodig gewauwel (no small feat gelet op het feit dat ik tussen een roedel Nederlanders stond, nochtans van nature gepatenteerde wauwelaars). Die twee factoren zeggen in feite al genoeg. Letterlijk iedereen stond gebiologeerd te kijken naar Yorke (immer zijn rare zelve, neurotisch gegiechel bij wijze van bindteksten incluis) en naar Greenwood, meestal zijn facie verbergend achter zijn haar-gordijn. De set laveerde van hoogtepunt naar hoogtepunt. Maar de versie die Yorke bracht van "Exit music (for a film)" ging genadeloos door merg en been. Je kon op het strand bijna een speld horen vallen terwijl het publiek ademloos toekeek. Wellicht het muzikaal hoogtepunt van het jaar. En als je dan ook nog "Street spirit (fade out)" te horen krijgt, dan is het geluk compleet, zelfs al sluit het concert ietwat abrupt en onverwacht af met "There There".

Ik schrijf dit verslagje nadat ik op TV ook het concert van Radiohead op Glastonbury gezien heb. En hoewel daar wél de crowd-pleasers "Creep" en "Karma Police" de revue passeerden, had ik de indruk op BKS getuige te zijn geweest van een veel intiemer - en daardoor krachtiger - concert. Veel minder publiek, een veel mooiere setting, geen mottig zwaaiende vlaggen die je zicht belemmeren. Tja, veel beter dan Radiohead op Best Kept Secret wordt het niet. Wat een afsluiter. Wat een weekend.

04 juni 2017

Hope (Opera Antwerpen - 03.06.2017)

Interessante keuze voor het affiche-beeld van dit zeer interessante dans-drieluik : het werk "Entrance Gate" van de Antwerpse kunstenaar Koen van den Broek (°1973) En inderdaad : twee van de drie opgevoerde werken van vanavond zijn niet alleen iconische mijlpalen in de moderne dans van de twintigste eeuw, maar zijn dan ook nog tevens creaties van twee inspirerende vrouwen, die aldus bij wijze van spreken de poorten hebben openzet voor vele anderen. Zoals bijvoorbeeld voor de derde choreografe die vanavond aan bod kwam. Nu het danspubliek quasi jaarlijks nieuwe producties van pakweg Ultima VezRosas of Les Ballets C de la B te zien krijgt en gaandeweg hun danstaal voor lief neemt, is het fijn om terug te keren naar fundamenteel bronmateriaal, om met open mond vast te stellen dat het vroeger misschien écht wel beter was. Drie sterke stukken van drie boeiende vrouwen.


* * * * * * * * * * *


Er werd afgetrapt met misschien wel de meest iconische dans-uppercut die ooit op de planken werd gebracht : het in 1978 gecreëerde "Café Müller" van Pina Bausch (1940-2009).  De lege stoelen, de wanhoop, de eenzaamheid, de hunkering naar aanraking en het telkens weer mislukken ervan, het semi-comateus ronddolen op de bühne, de muziek van Henry Purcell, het spel van omhelzen en afstoten op het randje van het agressieve, ... : hier kun je niet naar kijken zonder een krop in je keel te krijgen. Dit meesterwerk mocht nu voor de eerste keer op de planken gebracht door een ander gezelschap dan Bausch' Tanztheater Wuppertal. Vier dansers van de oorspronkelijke cast stonden de dansers van Ballet Vlaanderen bij om zich dit stuk volledig eigen te maken, wat duidelijk zijn vruchten afwierp. Zeer intense vertolkingen van een zeer intens stuk.






* * * * * * * * * *


In het tweede stuk ging het er heel wat traditioneler aan toe. Niet verwonderlijk als je weet dat "Chronicles" al in 1936 in première ging. Maar de maakster van dit stuk was niet de minste : Martha Graham (1894-1991) wordt niet voor niets beschouwd als de grondlegster van de moderne dans. Ze veegde haar voeten aan de grondbeginselen van het klassieke ballet en ging de meer expressionistische toer op. Gedaan met alleen nog op spitzen rechtstaand te dansen : ook grondoefeningen en blote voeten doen hun intrede. "Chronicles" is opgevat als een driedelige aanklacht tegen het opkomende fascisme en de dreigende oorlog, op muziek van de Amerikaanse componist Wallingford Riegger. Het openingsstuk is een solo-dans (een opvallende rol voor Aki Saito) die de onvermijdelijke oorlog met de nodige treurnis in de ogen kijkt. In het tweede deel wordt ze vervoegd door een groep dansers, die symbool staan voor een hoop verschoppelingen of kanonnenvlees. Maar in het laatste deel marcheert die groep zegezeker en hoopvol de toekomst tegemoet. Het was mijn eerste kennismaking met iets wat meer op 'klassiek' ballet leek (hoewel het er tegelijk een stijlbreuk mee was). Vooral de laatste groepsscènes waren een lust voor het oog en riepen echo's op aan de Duits-expressionistische stijl van de jaren '20.







* * * * * * * * * *


Tja, de verantwoordelijkheid krijgen om je eigen stuk te creëren om opgevoerd te worden na zo'n twee klassiekers, is geen kleine opgave. Maar de Belgisch-Colombiaanse choreografe Annabelle Lopez Ochoa ging de uitdaging aan. 'Ecdysis' is de wetenschappelijke term voor het proces van vervelling, zoals dat bijvoorbeeld bij slangen voorkomt. Een proces dat Lopez Ochoa transponeert naar de transformatie die vluchtelingen noodgedwongen moeten ondergaan om te kunnen floreren in een nieuwe leven en een nieuwe omgeving. Voor een nagelnieuwe productie was de danstaal opvallend sober en klassiek (met de mohawk-kledij en de sobere podium-aankleding als meest in het oog springende factoren). Opnieuw een mooie hoofdrol voor Aki Saito temidden van gevarieerde groepschoreografieën en op muziek van de Poolse componist Henryk Górecki. En uiteraard - hoe kan het anders - is op het einde de transformatie compleet en kunnen de dansers hun stekelige pakjes van zich afschudden. Thematisch en qua stijl was deze Ecdysis duidelijk zwaar schatplichtig aan Martha Graham. Voorwaar geen slecht voorbeeld, maar toch niet van hetzelfde niveau. En zo was vanavond eigenlijk "Café Müller" de vreemde - maar nog altijd meest verbluffende - eend in de dans-bijt.


28 mei 2017

Daniel Linehan / Hiatus : Un Sacre du Printemps (Kapel Kolonie Merksplas - 27.05.2017)

© Bart Grietens
In 1913 kon je nog een publiek schofferen en op de kast jagen. Zo kwam het op 29 mei van dat jaar tot een flink tumult en moest zelfs de politie uitrukken om de gemoederen te bedaren. De aanleiding ? De première van "Le Sacre du Printemps" van Igor Stravinsky in het Parijse Théâtre des Champs Elysées. Het publiek was duidelijk niet klaar voor enerzijds de gedurfde choreografie van de Ballets Russes en hun sterdanser Vaslav Nijinsky en anderzijds voor de ongehoord grillige patronen in de partituur van Stravinsky. Maar de geschiedenis wees het opstandige publiek terecht : ondertussen is het stuk opgenomen in de meesterwerken-canon van de 20ste eeuwse klassieke muziek en werd het in tal van versies op de planken gebracht.

Tot rellen kwam het vanavond gelukkig niet in de broeierig warme Kapel van Merksplas Kolonie. Maar de versie die vandaag op de planken werd gebracht door het gezelschap Hiatus was fris, uitdagend, sprankelend en prikkelend. Aan het hoofd van dit gezelschap staat de in Seattle geboren Daniel Linehan (°1982), die in 2008 naar Brussel verhuisde om er te studeren aan de befaamde P.A.R.T.S.-dansschool van Anne Teresa De Keersmaeker. Ondertussen heeft hij al meerdere creaties gerealiseerd en werkt hij in nauw verband samen met deSingel.

Deze versie van Un Sacre du Printemps werd in 2015 op poten gezet. Voor het dans-gedeelte deed Linehan een beroep op 13 jonge dansers, allen kakelvers afgestudeerd aan de P.A.R.T.S.-school. Qua muziek werd geopteerd voor een live uitvoering van het stuk op twee vleugelpiano's. Pianisten van dienst : Jean-Luc Plouvier (artistiek leider van Ictus) en Alain Franco. De grote dansmat werd langs drie zijden afgebakend : de twee piano's aan de kortste zijde en twee kleine tribunes tegenover elkaar aan de lange zijden. Deze twee tribunes bevonden zich pal tegen de dansmat. Wij zaten op de eerste rij en zagen de dansers dus letterlijk centimeters voor onze neus in actie.


© Bart Grietens
Van het oorspronkelijke ietwat naargeestige narratief - een jonge maagd wordt door de gemeenschap uitgekozen om zich dood te dansen als offer aan de Zonnegod teneinde de lente te laten zegevieren - is nauwelijks nog een spoor te bekennen. De dertien dansers geven zich gul over aan de grillige structuren van de muziek en doen dat met een heel aanstekelijke jeugdige overgave. De actie voltrekt zich steeds overal, zonder solo-dansen of duetten. Alles gebeurt door de collectieve groep, her en der verspreid over het speelvlak, al dansend of zelfs al associatief tekenend (de resultaten waarvan overhandigd worden aan het publiek), zodat je ogen tekort komt om alles te volgen (laat staan om je nog op de muziek te kunnen concentreren). Een korte maar krachtige grande bouffe voor de zintuigen.

Eén van de hoogtepunten van deze vrij korte en gebalde maar uitmuntende productie was de "ruzie"-scène : de groep dansers splitste zich op in twee groepen en stonden pal tegenover elkaar, terwijl ze allerlei verwensingen naar de andere groep riepen. Deze verwensingen waren echter niet meer dan klanken, die elke groep aflas van een iPad op een statief. En wanneer het inzicht rijpt dat dit onvermogen om naar elkaar te luisteren en het trachten te overstemmen van andermans argumenten toch nergens toe leidt, zetten de dansers opnieuw eensgezind het slotoffensief in. Aldus triomfeert de Nieuwe Lente niet door iemand op te offeren, maar door een kinderlijke openheid van geest. Een hoopvolle boodschap om een heerlijke productie mee te besluiten.