23 november 2009

I Hate Techno VIII ('t Slot - 20.11.2009)

Het was dan misschien wel niet de muzikaal meest hoogstaande versie van het jaarlijks weerkerende metalfestivalletje in Jeugdhuis 't Slot, het was op z'n minst interessant vanuit sociologisch oogpunt.

De twee zangers van de Kempische hardcore-opener Embodiment Of Fire werkten zich flink in het zweet. Nogal stereotiep maar wel vanuit de juiste attitude gebracht. Of om uit hun al even stereotiepe bandhistoriek te citeren : "It’s not just the music, it’s not just words, it’s what we feel. It’s a way of life, it’s what holds us together. We believe in this. Hardcore… Forever !" Er vooral in blijven geloven, mannen. Afsluiter After All was technisch veruit de sterkste groep van de hele avond en had de meest massieve geluidsmuur in huis. Logisch als je weet dat de band al vele jaren aan de trashmetal-weg timmert en reeds 7 LP's in haar discografie heeft staan. Een stevige stem, een paar lelijke flying V's en een massieve gitarist. Ingrediënten genoeg voor een goede show zou je denken. Maar de aandacht was al verslapt en het bier te rijkelijk gevloeid.

Bovendien was ik nog té gebiologeerd door het schrille contrast tussen de gezapige bierbuiken van het Limburgse Havoc en de jeugdige branie van Vogue. Eerstgenoemde band bestond uit een groepje mannen op leeftijd die voor de gage van enkele bakken bier nog eens het beste van zichzelf wilden geven. Mannen die tegen beter weten in blijven knokken voor hun hobby, deels om thuis weg te kunnen zijn maar zeker ook deels uit liefde voor muziek. Voor zo'n mannen moet je respect tonen, ook al scheren ze muzikaal geen hoge toppen. De drummer zat te hijgen en te puffen dat het een lieve deugd had en had zijn drumstel trouwens wel zeer eigenaardig opgesteld : hij moest zo laag op zijn snare slaan, dat het er eerder op leek dat hij deeg aan het kloppen was of de hand aan zichzelf aan het slaan was. De mannen hadden een vriendenkring meegetroond die duidelijk nog eens profiteerden van de gelegenheid. Ze amuseerden zich de pleuris, waren kliedernat van gemorst bier en zweet en gingen elkander te lijf met elkaars schoenen en sokken.

Tijdens de set van Havoc stonden de jongemannen van Vogue in een hoekje nogal respectloos te ginnegappen bij het zien van dit aandoenlijke amateurisme. Geen bierpenzen te bespeuren bij deze mannen, die overigens compleet conform de kledijnormen van de alternatieve scene uitgedost waren. Hun zeer korte maar uiterst energieke show was als een kleine tornado. Voor je wist wat er gebeurd was, was het alweer voorbij. En zo zagen we vanavond een zeer diverse doorsnede van de mensheid de revue passeren. Arrogante en respectloze jonge knapen die alles omver bliezen, versus hobbyisten die oude wijn in oude zakken serveerden. Het ene muzikaal tien keer sterker dan het andere, maar op het einde van de rit waren het wel de mannen van Havoc (en hun vriendenkring annex studiemateriaal voor psychologen) die vanavond er het meeste schik in hadden. En is dat uiteindelijk niet wat telt ?

17 november 2009

Andrew Bird (Warande Kuub - 16.11.2009)

Na het concert van vanavond sta ik in volle bewondering voor het werk van Chicaco's beste troubadour Andrew Bird. De man stond in z'n dooie uppie in het midden van het podium (tijdens twee songs begeleid door Jesca Hoop), omringd door enkele microfoons, versterkers en een batterij effectpedalen. Zich daarbij bediendend van een vibrafoon, een electrische gitaar, maracas en vooral een viool pakte hij gedurende anderhalf uur moeiteloos het publiek in, dat ademloos - je kon werkelijk een speld horen vallen - toekeek hoe Bird een unieke muzikale cocon neermetselde in de Turnhoutse Kuub. Een beperkt publiek was getuige van een concert in een - naar de normen van Bird - zeer kleinschalig en intimistisch kader.

De meeste songs werden opgebouwd als volgt : Bird tokkelt een basislijn op zijn viool en creëert er middels één van zijn pedalen een loop mee. Vervolgens tokkelt hij op zijn viool een tweede melodielijn. Deze twee loops vormen samen de basis van het nummer waarbovenop Bird dan soms nog de electrische gitaar ter hand neemt of de viool als strijkinstrument gebruikt en het nummer naar een hoogtepunt stuwt. Het is een techniek die tegenwoordig eerder als gimmick door een aantal artiesten gebruikt wordt maar die Bird in de loop der jaren heeft uitgepuurd tot een efficiënt geheel en tot een essentiële ondersteuning van zijn kunst. De warme stem, de poëtische teksten en de meesterlijke wijze waarop Bird het fluiten tot kunstvorm verheft, maken het geheel af.

Bird toonde zich als een open boek, zowel in zijn bindteksten als in zijn manier van spelen : een warhoofd, gehinderd door/begenadigd met een overvloed aan invalshoeken. Hij komt het podium op, trekt zijn schoenen uit en bedient schijnbaar warrig de pedalen, heen en weer schuivend tussen de verschillende instrumenten. Alsof het ene idee nog maar amper opgekomen is maar al verdrongen wordt door het volgende. Zo ook in zijn bindteksten : aandoenlijk in hun warrig karakter, waarbij wat hij initieel wou zeggen al snel door een nieuwe gedachtensprong overschaduwd wordt. In het universum van Bird is nooit iets af maar blijft alles vatbaar voor verbetering en evolutie. Zo stonden op de setlist bijvoorbeeld Imitosis en Darkmatter, beiden uit het album Armchair Apocrypha (2007) . Imitosis is een verlengstuk van het nummer Capital 'I', dat verscheen op het album Weather Systems (2003). Beide nummers zijn geïnspireerd op een educatief stukje uit Sesame Street en naar aanleiding van de veertigste verjaardag ervan droeg Bird het nummer op aan het bekende TV-programma. En Darkmatter is dan weer een herwerking van het nummer Sweetbreads, eerder verschenen op de live-EP Fingerlings 1 (2002). Aan zowel Imitosis als Darkmatter gingen schimmige bindteksten vooraf, maar die - ik vermoed oprechte - onbeholpenheid verhogen alleen maar de aaibaarheidsfactor van Bird.

Zangeres Jesca Hoop - opgevoed volgens strenge Mormoonse richtlijnen en in een vorig leven nog kindermeisje voor de nakomelingen van Tom Waits en diens eega Kathleen Brennan - mocht opdraven om Bird bij te staan in twee nummers : het nieuwe nummer Lusitania en het eerste bisnummer, een prachtige cover van Bob Dylan's Oh Sister. Mooie nummers maar het echte hoogtepunt kregen we middels een fantastische improv-versie van Carrion Suite (verschenen op de bonusdisc bij de luxe-editie van het laatste album Noble Beast). Volgens Bird de eerste keer dat hij het live speelde en ik begrijp waarom : een huzarenstukje om dit op je eentje gespeeld te krijgen. Tot slot dient ook nog de roadie van Bird vernoemd te worden : getooid in indrukwekkende snor en hooggehakte laarzen mocht deze hippe vogel opdraven telkens Bird zijn gitaar gebruikt had om deze opnieuw te stemmen. Een showelement an sich.

Van deze blog plukte ik de foto en de volgende filmpjes, die ik ten zeerste kan aanbevelen. Sowieso één van dé concerten van het jaar.





14 november 2009

Sukilove & You Raskal You (Cahier - 13.11.2009)

De naam van You Raskal You is in het bestek van onderhavige blog reeds meerdere malen gevallen en de aandachtige lezer zal gemerkt hebben dat dit bijkans altijd gepaard ging met lovende bewoordingen. Ook het openingsconcert dat het vijftal vanavond gaf dient wederom bewierookt te worden en noopte ons achteraf - en niet voor het eerst - tot de overpeinzing waarom deze groep in hemelsnaam nog niet op bredere schaal is doorgebroken. Kijk hier voor een video-impressie van het concert.

Enkele weken geleden deed ik mijn beklag over een gebrek aan spelvreugde bij de heren van Customs, gecombineerd met een ronduit irriterende soundcheck. Dat het ook anders kan, werd bewezen door Sukilove, de band rond Pascal Deweze. Hoewel deze laatste al flink wat sporen heeft nagelaten in het Belgische muziekwezen (Metal Molly, Mauro & The Grooms en het Chitlin' Fooks-project met Carol Van Dijk van Bettie Serveert), viel de man op geen grammetje kapsones te betrappen.

Fris van de lever ging het van een uiterst korte soundcheck naar een leuke set die grotendeels opgetrokken was uit nummers van het zopas verschenen album Static Moves. De plaat werd op korte tijd opgenomen in de eigen studio van Deweze - "Studio Jezus" - gelegen in een verlaten fabriekspand. Ogenschijnlijk ietwat warrig en rommelig, bood het concert toch een goede indruk van het onmiskenbare muzikale meesterschap waarover Deweze beschikt. De man kon er trouwens goed mee lachen toen op het einde van de reguliere set bleek dat de deur naar de backstage pardoes gesloten bleek te zijn, de band aldus onder lichte dwang tot een bisronde pushend. En dat hij een fan was van de bescheiden DJ-exploten van ondergetekende, was een leuke bonus. Geslaagde avond kortom.

07 november 2009

Wilco (AB - 06.11.2009)

Soms kunnen weinig woorden volstaan om een concert te beschrijven. Zo ook met het uitstekende concert dat Chicago's finest Wilco ten beste gaf in de AB. Ambachtelijke en oerdegelijke songsmederij, frontman Jeff Tweedy in een goede bui, onweerstaanbare countrybluesrock met orgastische uitbarstingen, een puntgaaf geluid en aan waanzin grenzende gedrevenheid. Na anderhalf uur topkwaliteit werd er nog een bisronde van drie kwartier aan toegevoegd, met het ene hoogtepunt na het andere. Vanaf opener Via Chicago - dat het publiek meteen op scherp zette door geschifte drumbreaks in te lassen - was het goed prijs en viel zelfs met een vergrootglas geen enkel moment van zwakte meer te bespeuren.

Bij Jesus Etc. werd de zanglijn aan het publiek overgelaten, tot groot genoegen van Tweedy en ter bevordering van eenieders kippenvel. Spiders is niet minder dan epiek in akkoorden gegoten en Hate it here moet zowat de meest aangrijpende opsomming van huiselijke taken in de muziekgeschiedenis zijn. Maar toen hadden we Impossible Germany al gehad, waarbij gitarist Nels Cline middels een ongelooflijke gitaarsolo ijle hoogten van genialiteit bereikte. Ik zat erbij en keek ernaar, met wijdopengesperde ogen en een van opwinding vibrerende hersenpan. Eén van dé muzikale momenten van het jaar. Cline ging tijdens het concert trouwens meermaals het duel aan met zijn versterker, als een geesteszieke op speed op zoek naar de meest snerpende feedback.

Uitmuntend concert van een band die zijn gelijke niet kent. Voor de volledigheid geef ik nog even de setlist mee :

1. Via Chicago
2. I'll Fight
3. Company In My Back
4. Wilco (The Song)
5. A Shot In The Arm
6. Bull Black Nova
7. I Am Trying To Break Your Heart
8. One By One
9. Misunderstood
10. Deeper Down
11. Handshake Drugs
12. Wishful Thinking
13. Impossible Germany
14. Poor Places
15. Reservations
16. Spiders (Kidsmoke)
------------
17. Jesus, Etc.
18. Sonny Feeling
19. The Late Greats
20. Heavy Metal Drummer
21. Hate It Here
22. Walken
23. I'm The Man Who Loves You
24. Monday
25. I'm A Wheel

06 november 2009

Tony Allen (Zuiderpershuis - 05.11.2009)

Samen met de legendarische Fela Kuti lag drummer en componist Tony Allen aan de basis van het ontstaan van de zogenaamde 'Afrobeat', een aanstekelijke mix van funky ritmes, ellenlange grooves op bas en ritmegitaar, politiek geïnspireerde teksten en een Nigeriaans sausje. Vooral ten tijde van Kuti's band "Africa '70" in de vroege jaren '70 vierde het genre hoogtij in Nigeria en de omringende landen. Het genre werd ook in het Westen opgepikt. Mensen als James Brown, Brian Eno en David Byrne bekenden openlijk beïnvloed te zijn door Kuti.

De afrobeat leek even in de plooien van de muzikale geschiedenis te zullen verdwijnen na het vroegtijdige overlijden van Kuti in 1997. Femi Kuti (zoon van) en vooral Tony Allen houden momenteel de fakkel echter nog steeds brandende. Met de release van het uitstekende album Secret Agent op het toonaangevende World Circuit-label én een al even uitstekend concert in een goed gevuld Zuiderpershuis bewees Allen dat de Afrobeat nog steeds even onweerstaanbaar voortroffelt.

Allen verblijft al geruime tijd in Parijs en heeft aldaar de leden van zijn kleurrijke begeleidingsband gerecruteerd. Mensen met roots in Martinique, Kameroen, Nigeria en Frankrijk vullen de nieuwe Allen-plaat in. Logischerwijze duiken meerdere nummers van deze plaat op in de setlist. Zoals de titelsong en het memorabele Elewon Po (too many prisoners). Veel nummers zijn echter onderling uitwisselbaar want drijven telkens weer op die onderhuids kriebelende afrobeat.

In twee sets van telkens ruim een uur bleek die typische afrobeat-groove haast onweerstaanbaar te zijn. Bizar eigenlijk als je weet dat er in deze muziek geen ruimte is voor solo's en ego's. Vanachter zijn drumstel houdt de pientere en al 69-jarige Tony Allen het geheel in de gaten en stuwt hij op bijna achteloze en schijnbaar moeiteloze wijze de beat voort. Het ziet er allemaal zo simpel uit. Bijna drummen voor slackers. Maar schijn bedriegt : niet voor niets noemde Brian Eno deze man "misschien de grootste drummer aller tijden". En zo gaat het ritme telkens maar door, ondersteund door basgitaar en ritmegitaren die bijna nooit soleren maar ten dienste staan van de nooit ophoudende groove, zoals ook trompet/sax/synth. De charmante Orobiyi Adunni is een degelijke frontvrouw die de sociaal geïnspireerde teksten mag brengen maar ook zij staat ten dienste van het geheel. De complex-luie ritmes van Allen en zijn strakke band zorgden voor een warm avondje in Antwerpen en toonden de relevantie en het tijdloze karakter van de Afrobeat aan.

30 oktober 2009

Compagnie Flak : "S" (Warande - 29.10.2009)

"S" is de eerste groots opgezette internationale productie voor Compagnie Flak en zijn bezieler, danser en choreograaf José Navas. Vorig jaar was diens Anatomies één van de absolute hoogtepunten van het dansseizoen. Deze voorstelling was het resultaat van een richting die Navas eerder was ingeslagen - namelijk in 2004 met het duo-stuk "The heavens, burning with hours" - en die hem voerde naar meer abstracte en uitgepuurde choreografieën. Het narratief wordt voorgoed achtergelaten ten voordele van een puur vormelijke bewegingstaal.

Voorafgegaan aan de eigenlijke voorstelling brengt Navas zelf zijn solo "Villanelle", begeleid door muziek van Antonio Vivaldi (meer bepaald het 'Cum dederit delectis suis somnum', een andante-stuk uit de psalm Nisi Dominus). Een ronduit schitterende solo die geïnspireerd werd door het gedicht 'Do Not Go Gentle into That Good Night' van Dylan Thomas.

De toon was meteen gezet voor een voorstelling die wederom zou uitgroeien tot een memorabele ervaring en die Navas misschien wel tot mijn favoriete choreograaf van het moment bombardeert. De bühne is wederom zeer sober ingericht : een groot, wit dansoppervlak. Zwarte gordijnen gedrapeerd aan de zijkanten en aan de achterwand. Voor de achterwand een zwarte vleugelpiano met daarachter de klassiek geschoolde pianiste Claire Chevallier. Spaarzaam verspreid over de dansvoorstelling speelt Chevallier muziek van de Franse componist Erik Satie (1866-1925).

Het waren dan ook diens Gymnopédies en Gnossiennes die Navas inspireerden tot het maken van "S". De Gymnopédies waren drie korte pianocomposities, waarvan de eerste en bekendste gecomponeerd werd in 1888. Hierop bouwde Satie verder met zes composities die tot 'Gnossiennes' werden gedoopt. Het viel Navas in deze korte composities op dat hun symmetrische structuren een emotionele respons niet in de weg staan. Door lichte variaties van eenzelfde thema in verschillende lagen weer te geven, lijkt het alsof de muziek een zeer irrationele richting uitgaat. Emotie door structuur, poëzie door mathematica.

Gefundenes fressen natuurlijk voor Navas die meer en meer de richting uitgaat van een puur abstracte bewegingstaal, waarin het verhaalsaspect geen enkele rol meer speelt. Hij vertrekt vanuit dezelfde filosofie als Satie en vat zijn nieuwe creatie op als een partituur met verschillende variaties op eenzelfde thema. De acht dansers beginnen - allen gekleed in een soort muskietennetkostuum - met een mooie groepschoreografie. Daarna volgen vele solo's en duo's. Soms enkele duo's tegelijk, die ook op elkaar variëren in tempo en structuur. Gaandeweg meer soberheid in de kledij. Het muggengaas maak plaats voor ontblote bovenlijven en ondergoed. Het naakt is echter niet gratuit maar dient de zuiverheid van deze voorstelling. Alle bewegingen zijn zo gecontroleerd, zo zuiver, zo uitgepuurd dat het beoogde doel bereikt wordt : de stringente structuren wekken een zeer fragiel gevoel van tijdloze schoonheid op. De slotchoreografie - de acht dansers op een rij die bijna spastisch bewegend hun evenwicht trachten te bewaren - vormde het laatste huzarenstukje van een grootse voorstelling.

Omtrent "Anatomies" viel op de Canadese website The Dance Current te lezen : "The price of simplicity is that all the possible faults are laid bare. Still, when one has the courage to do this, the result can be breathtakingly profound. While the aura of spectacle still occasionally lingers in Navas’ choreographic style, which tends toward action over reflection and precision over expression, if he can keep distilling his choreography and drawing out the purity, and divesting himself of anything extra, Navas’ explorations with “pure movement” will continue to captivate." Benieuwd wat de Canadezen van "S" zullen vinden - waarvan de première pas op 25 november plaatsvindt in Montréal - maar ik durf er heel wat om te verwedden dat het lovende commentaren zullen zijn. Met "S" heeft Navas en zijn Compagnie immers een verbluffend sterke voorstelling gemaakt. Wat een contrast met The Song van Rosas, een voorstelling die er quasi nooit in slaagde om schoonheid te puren uit abstract minimalisme.

Hier valt trouwens een zeer uitgebreid én interessant interview met Navas te ontdekken.

29 oktober 2009

Flat Earth Society : "Answer songs" (De Singer - 28.10.2009)

Muzikale duizendpoot Peter Vermeersch behoeft nauwelijks nog introductie. Om maar enkele dingen te noemen : met X-Legged Sally wist hij 6 CD's te vullen met freaky avantgarde-jazz, met A Group bracht hij verknipte popcovers in een cabaretsausje en de laatste jaren maakt hij het mooie weer bij de prettig gestoorde bigband Flat Earth Society. In die mate zelfs dat hij de aandacht wist te trekken van Mike Patton en een compilatiealbum (Isms, 2004) uitkwam op diens Ipecac-label.

Met het nieuwe project "Answer songs" knoopt FES aan bij een traditie die zijn oorsprong vindt in de bluesmuziek van de jaren '30 en countrymuziek van de jaren '50-'60. Het concept kreeg een nieuw élan in de hiphop toen verschillende MC's elkaar begonnen te dissen en te becommentariëren in elkanders rhymes. Een answer song is - zoals de naam al suggereert - een nummer dat geschreven wordt in antwoord op een reeds bestaand nummer.

Een aantal muzikanten en tekstschrijvers legden een lijst aan van nummers die om een antwoord schreeuwden, hetzij in de songtekst, hetzij in de muzikale lyriek. Dit resulteerde in een dozijn nieuwe nummers. In welke mate deze nieuwe nummers qua tekst of stijl dienden aan te leunen bij het origineel, werd volledig in het midden gelaten. De voorwaarde was wel dat de nieuwe nummers op eigen benen moesten kunnen staan. Geen verzameling platte covers dus, maar eigenzinnige bewerkingen conform de verwrongen wetten van het FES-universum. En met song- en tekstsmeden als o.a. Josse De Pauw, Jef Neve en Peter Verhelst leverde dit enkele prachtresultaten op.

Het project ging reeds in 2007 in première tijdens het Klara Festival maar werd pas nu in CD-vorm gegoten. Een korte tournee begeleidt de cd-release (première op 29.10.2009 in de AB-club), voorafgegaan door een éénmalige try-out in de immer gezellige Rijkevorselse jazzclub De Singer.

Sommige songs liggen voor de hand. "Is dit alles ?" van Doe Maar, "Shoud I stay or should I go ?" van The Clash, "Vous permettez, monsieur ?" van Adamo : klassiekers uit de pop, rock en kleinkunst waarop dringend een antwoord geboden moest worden. Het resulteerde respectievelijk in Dit is alles !, The everlasting sea en Les brasseries de la plage. The everlasting sea is een eerste overdonderend antwoord. De stem van de Gentse zangeres Esther Lybeert is prominent aanwezig, terwijl Shaft-achtige drumritmes en wahwah-effecten op de gitaar de verwrongen blazers doorkruisen. Lybeert beheerst een uitgebreid stemmenpalet : soms als een pedante diva in een topsyturvy-operette, dan weer als een ingetogen crooner (zoals in By now, een antwoord op My bloody valentine dat tekstueel dicht bij het origineel ligt).

Over crooners gesproken : ook één van de mannelijke bandleden slaat aan het zingen in Drizzlin' on heels (een antwoord op I'm deranged van David Bowie). Een haast perverse manier van zingen die danig onder de huid kruipt. In Thursday 12th (een song die zowel I don't like mondays van de Boomtown Rats als Friday 13th van Thelonious Monk beantwoordt) krijst Lybeert dat het een lieve lust heeft, terwijl het nummer meermaals bewust wordt onderbroken voor een soort GSM-interludium. En ik denk niet dat Tom Cruise er zeer wild van zou zijn, maar ik was uitermate gecharmeerd door Miss Possible, een antwoord op het Mission Impossible-thema. Ik wens nog één nummer extra te vermelden, waarvan ik de titel helaas niet heb kunnen oppikken (iets met "Apology" ?) : een fantastisch nummer dat een interpretatie leek te zijn van een dodenmars uit New Orleans.

Vragen en antwoorden bij de vleet dus. Af en toe werd ook teruggegrepen naar ouder werk. Zoals met een compositie die werd opgedragen aan Semira Adamu, de Nigeriaanse asielzoekster die in 1998 in een vliegtuig overleed na een fatale toepassing van de zogenaamde kussenmethode. Het nummer noemt "Kiss the pillow". Sarcasme ten top dus. Om Vermeersch hierover uit een ouder interview te citeren : "Het eerder poëtisch sarcasme in 'Kiss the Pillow' is een soort aanklacht tegen het cynisme van de asielpolitiek in fort Europa". Het is dit type van humor dat Vermeersch en zijn muziek citeert. Eclectisch sarcasme dat aan de luisteraar weinig houvast biedt en waardoor je constant op je qui vive moet zijn. Zo ook in "Kiss the pillow" : een zachte vrouwelijke stem lijkt je in slaap te wiegen, totdat een burleske hoempapa het voortouw neemt, om pas op het einde de touwtjes terug uit handen te geven aan de zalvende stem.

Het hele concert verliep in een uiterst relaxte sfeer, waarin al eens gelachen mocht worden. The everlasting sea werd gewoonweg onderbroken door Vermeersch (" 't is een try-out, dus dat mag"). Wanneer één van de bandleden wegens tijdelijke werkloosheid zich even naar de toog begeeft, wordt vanuit de groep - in het midden van een nummer - geroepen om een trappist mee te brengen. Tijdens de afsluitende boogie woogie-song wordt één van de bandleden vergeleken met Archie Shepp ... "met dat verschil dat Archie Shepp nog leeft". En ter introductie van datzelfde nummer waarschuwt Vermeersch het publiek dat het nummer begint met folk ... "maar dat op het einde gelukkig alles goed komt". Van pseudo-intellectueel geneuzel was vanavond geen sprake, van puur spelplezier des te meer.

Nog slechts 3 keren te bekijken : op 30 oktober in de Handelsbeurs te Gent, op 3 november in CC Hasselt en op 4 november in de Brugse Stadsschouwburg. Een aanrader voor iedereen die worstelt met muzikale vragen.

25 oktober 2009

Edgar Van Asselt Quartet feat. David Schnitter (De Singer - 24.10.2009)

Tenorsaxofonist David Schnitter (°1948 in Newark) is gepokt en gemazeld in de hardbop die zijn hoogtepunt kende gedurende de jaren '50 en '60. In de nadagen van het genre leek de jonge David een blitzcarrière tegemoet te gaan. Hij speelde bij de band van de befaamde Art Blakey en speelde nadien samen met de al even gerenomeerde trompettist Freddie Hubbard. Met het uitdoven van de hardbop ging de ster van Schnitter echter ook aan het tanen.

Het leek gedaan te zijn met de carrière van Schnitter totdat er een toevallige vriendschap ontstond met de Nederlandse pianist Edgar Van Asselt tijdens een ontmoeting in New York. Uit hun aanhoudende vriendschap en correspondentie ontstond zelfs een samenwerkingsalbum (toepasselijk "Penpals" genoemd, uitgebracht in 2002 bij Munich Records). De beide heren bleven samen toeren en brachten zopas een gezamenlijk tweede album uit ("A smooth journey", uitgebracht bij Challenge Records).

Het is de logica zelve dat het merendeel van de gespeelde nummers afkomstig is uit het nieuwe album. In de set voor de pauze krijgen we vier nummers te horen uit A smooth journey : Theme song, Waltz for me bro (opgedragen aan de broer van Van Asselt), Obscurity en The wauwie zauwie blues. Het saxspel van Schnitter is warm en hij beklimt soms indrukwekkende toonladders, maar toch kon ik me niet van de indruk ontdoen dat zijn spel scherpte mistte, dat hij hier en daar de melodieën te snel afbrak en af en toe de beoogde noten niet haalde. Schnitter is trouwens niet de meest fitte persoon, wat zijn spel zeker niet ten goede komt. Gasttrompettist en thuisspeler Nico Scheepers (afkomstig uit Rijkevorsel en enkele weken geleden nog actief in De Singer met het Brussels Jazz Orchestra) speelde mee op A smooth journey en vult vandaag de gaten zeer adequaat op. Het is eerder hij die in het eerste deel van de set excelleert dan Schnitter zelf. Dit blijkt des te meer uit de ene standard die ten gehore wordt gebracht ("You don't know what love is", vooral bekend in de versie van Chet Baker). De gebrachte versie bereikt nooit de emotionele spankracht waar het nummer om smeekt.

Gelukkig komt er in het tweede deel van de set meer schwung naar boven drijven. Minor mischief (ook uit A smooth journey) swingt een eind weg. Waltz for Wayne (een ode aan Wayne Shorter en het enige nummer uit Penpals) blijkt een mooie compositie te zijn en in Pra Elis (nog maar eens uit A smooth journey) glippen heel wat Braziliaanse ritmes binnen. Het absolute hoogtepunt van het concert was echter een lang uitgesponnen versie van Barbara, een nummer van Horave Silver, één van de absolute pioniers van de hardbop in de jaren '50. Een zeldzaam moment van topklasse. Met September 16th (een speelse compositie van Schnitter, wederom uit A smooth journey) en een niet nader geïdentificeerde toegift werd het concert besloten. Een gezapig en niet altijd hoogstaand concert dat té weinig momenten van grote klasse vertoonde, grote klasse waarvoor Schnitter dan misschien toch net niet weggelegd geweest blijkt te zijn.

23 oktober 2009

Sonic Youth (AB - 22.10.2009)

Van de prille experimenteerzucht onder de vleugels van Glenn Branca en de New Yorkse no wave-scene van de vroege jaren '80 is al lang niets meer te merken bij Sonic Youth. Maar toch blijven deze veertigers vrank en vrij hun eigen ding doen en leggen ze de lat nog steeds hoog.

Zo werd ervoor gekozen om het zestiende album 'The eternal' bij een kleiner label (Matador Records) onder te brengen. Het is dit album dat vanavond in een korte maar strakke set centraal staat en dat quasi integraal gebracht wordt (enkel Thunderclap for Bobby Pyn ontbreekt op de setlist). Wat mij betreft een terechte keuze. SY lijkt op één of andere wijze de magische formule in pacht te hebben om uitstekende albums te blijven afleveren en waarom die live dan niet in de verf zetten ? Dat sommigen het jammer vinden dat er niet meer songs geplukt werden uit ouder materiaal, is m.i. een nogal starre houding. SY heeft alles bewezen wat er te bewijzen valt, heeft de fans de afgelopen jaren al verwend met integrale live-versies van hun historische Daydream Nation-album én met best of-shows (zoals vorige zomer op de Lokerse Feesten). Waarom dan nog zeuren ?

Oogkleppen af dus en genieten geblazen van het nieuwe songmateriaal. Kim Gordon wordt hierbij alsmaar meer als frontvrouw naar voor geschoven. Mark Ibold neemt regelmatig haar baspartijen voor zijn rekening, wat aan Gordon de kans geeft om met een extra gitaarpartij meer body aan het geheel te geven en om zichzelf vocaal meer in de verf te zetten. Of ze nu mag hijgen in het vinnige Sacred trickster of met eega Thurston in de clinch gaat tijdens het krachtige Anti-orgasm (live trouwens veel ruwer en harder dan op LP), ze blijft een lust voor oog en oor. Haar stemtechniek mag dan wel aan de magere kant zijn, dit wordt ruimschoots goedgemaakt door de onderhuidse spanning die ze in haar stem legt.

In een rotvaart worden de songs uiterst strak gebracht. De band klinkt hechter dan ooit te voren, met een gebald en gespierd groepsgeluid waar maar weinig bands aan kunnen tippen. En OK, er was weinig interactie met het publiek. Maar wat moet je in godsnaam nog tegen een publiek zeggen wanneer je al meer dan 25 jaar (!) intens rondtoert ? Bijna alle LP's van Sonic Youth werden begeleid door uitgebreide tournees door Noord-Amerika, Europa en soms ook Australië. Het is hen dus vergeven dat ze zich tot een sober "thanks a lot" beperken en laten we dus dankbaar zijn dat Thurston en Lee zich niet lieten verleiden tot eindeloze dankclichés maar de muziek voor zich lieten spreken.

Over het groepsgeluid gesproken : drummer Steve Shelley verdient een extra vermelding. Zijn drumpartijen worden vaak over het hoofd gezien, maar wat hij was de ster van de avond. In combinatie met het basspel van Ibold en Gordon dreef hij de songs voort als een compromisloze maar toch zalvende roerganger. De man kan ook uitstekend zijn streng trekken als improv-drummer tijdens langgerekte noise-explosies. Maar bij gebreke aan dergelijke feedbackstormen valt zijn vermogen om een echte "drummer's drummer" te zijn meer op.

Het enige nummer dat door Lee gezongen wordt (Walking blue) is niet het sterkste nummer van The Eternal en Ranaldo valt vanavond dan ook een beetje tussen de plooien door. Zelfs Eric's Trip wordt hem niet gegund. Maar de man blijft natuurlijk wel een essentieel onderdeel van de band. Dit blijkt in sterke mate tijdens Massage the history, zowel de uitsmijter van The Eternal als het afsluitende nummer van de reguliere set. Voor mij het hoogtepunt van het concert. Thurston gaat er zowaar voor op een kruk zitten en speelt op akoestische gitaar, terwijl Lee zijn electrische gitaar op sublieme wijze als steel guitar gebruikt. De zwoele stem van Kim trekt het nummer verder op gang. Langzaam maar zeker barst de etterbuil open tijdens een opwindend tussenstuk, waarna het trage openingsstuk hernomen wordt bij wijze van catharsis.

De keuze van de oude nummers is opmerkelijk. Een duik in het verre verleden met nummers uit Daydream Nation (Cross the breeze), Evol (Tom Violence en Shadow of a doubt), Sister (Stereo Sanctity) en zelfs Bad Moon Rising (Death Valley '69). Allemaal albums die dateren uit de periode 1985 tot en met 1988. Sonic Youth kan het zich derhalve niet alleen permiteren om zo maar eens eventjes twintig jaar aan materiaal links te laten liggen, de band slaagt er tevens in om de oude nummers naadloos te laten integreren in een voor het overige gloednieuwe setlist. Tijdloze klasse noemt men dat. Ik zag de band al meer dan vijftien keer aan het werk en telkenmale was ik verrast en geboeid. Wie doet beter ?

Setlist :
1. No Way
2. Sacred Trickster
3. Calming The Snake
4. Walking Blue
5. Shadow Of A Doubt
6. Poison Arrow
7. Anti-Orgasm
8. Malibu Gas Station
9. Stereo Sanctity
10. Antenna
11. Leaky Lifeboat
12. Massage The History
-----
13. Tom Violence
14. Cross The Breeze
-----
15. What We Know
16. Death Valley '69

22 oktober 2009

Sunn O))) (AB - 21.10.2009)

Dit is de muziek die Freddy Krueger op zijn iPod heeft staan. Dit is de muziek die door Dante's hoofd spookte toen hij zijn Inferno schreef. Dit is de muziek die weerklonk in de kerkers van de Koningin van Onderland (sorry, Jef Nys). Dit is Sunn O))).

Een aantal maanden geleden ondernamen stichtende leden Greg Anderson en Stephen O'Malley een kleine tournee naar aanleiding van de tiende verjaardag van hun debuut The Grimmrobe Demos. Deze tour bracht hen ook in de ontwijde Predikherenkerk te Leuven (verslag hier). Zeer interessant om de beginfase van de drone-pioniers nog eens live mee te maken, maar na het concert van vandaag is me opgevallen dat er - zelfs in extreme en minimalistische drone - nog ruimte is voor evolutie.

Technische problemen zorgden voor een lichte vertraging van het concert. Op zich geen punt. Dat gaf de rookmachine de kans om de zaal al goed vol te pompen vóór aanvang. En het gaf de concertgangers de kans om al een beetje in de sfeer te komen. Als achtergrond weerklonken mantrische keelgezangen in een continue loop, zodat de hersengolven al in de juiste plooi konden gaan liggen. Anderson en O'Malley - uiteraard in monnikenpijen gehuld - betraden het podium, hieven de vuisten in de lucht, vuurden het eerste monsterakkoord af en herleidden de AB-box tot één grote powerplate . Alsof de vernietigende drone-golven nog niet genoeg body bezaten, werden de beide heren in de achtergrond bijgestaan door een derde muzikant achter een moog-synth, wat leuke herinneringen opwierp aan de fantastische moog-sessie die Sunn O))) een drietal jaren geleden in de AB bracht.

Toen was de gestoorde Julian Cope ceremoniemeester van dienst. Vanavond was dat de Hongaarse cultfiguur Attila Csihar, tevens zanger van de zeer controversiële Noorse blackmetal-band Mayhem. De man leverde in het verleden al gastbijdragen op de Sunn O)))-albums White 2 en Oracle en is ook zeer nadrukkelijk aanwezig op het recente Monoliths & Dimensions. Nadat Anderson en O'Malley een kwartier lang monotoon op het publiek ingebeukt hadden, betrad Csihar - een man die je liever niet 's nachts tegenkomt in een verlaten steegje - het podium. De contouren van Aghartha werden stilaan duidelijk toen Csihar zijn onheilspellende teksten debiteerde. Ik moest hierbij denken aan de titel van een Ingmar Bergman-film : "kreten en gefluister". Het vocale rayon van Csihar is ronduit indrukwekkend. Van diepe grunt naar repetitieve kopstem-mantra, van declamator van verbasterd middel-Latijn tot fluisteraar van giftige en geheimzinnige demonen-lingo : de man beheerst het allemaal.

Op dit thema wordt verder geborduurd. Van de rijke orchestraties van het Monoliths-album is bijna geen sprake meer. De schuiftrompet wordt even bovengehaald maar voor het overige is het concert een lang uitgelopen donderpreek in een pikzwarte misviering. Tussen de rookwolken door wordt ook het theatrale aspect niet vergeten. Aanvankelijk gaat Csihar gekleed in een monnikenpij, later bedekt hij zijn gezicht met een bizarre doek en op het einde van het concert wordt het zeer kitscherig wanneer hij ten tonele verschijnt met een gepiekte spiegelkroon en met handschoenen die voorzien zijn van laserlichtjes. Een zonnegod, maar dan wel van een eeuwig verduisterde zon.

Sunn O))) maakt compleet compromisloze muziek die zo waanzinnig out there is, dat het beangstigend wordt. Het was pakweg de vijfde keer dat ik de band zag dus het verrassingselement van de gimmicks (klederdracht/rook/loeiharde drone) werkte bij mij al lang niet meer. De krachtige impact van de muziek des te meer. Een schitterende ervaring die met weinig te vergelijken valt.

Zonder reclame te willen maken, kan ik overigens het gebruik van op maat gemaakte gehoorbescherming van Exinore ten zeerste aanbevelen. Je vermijdt de kans op hoorschade én het komt de kwaliteit van de muziek ten goede.

Foto concert © Julie Haelemeersch.