25 juni 2018

Lisbeth Gruwez dances Bob Dylan / John Cale (OLT Rivierenhof - 24.06.2018)

Het was niet zozeer headliner John Cale die ons er ter elfder ure toe aanzette om ons naar het gezellige OLT Rivierenhof te begeven, doch wel het voorprogramma : de geweldige danseres Lisbeth Gruwez die een ingekorte versie ging brengen van de voorstelling "Lisbeth Gruwez dances Bob Dylan", een voorstelling die ik normaal gesproken enkele weken geleden samen met Christel zou bijwonen in de Bourla. Het lot trok echter een zwarte streep door dat plan, maar vandaag diende zich deze niet te missen herkansing aan.

Het concept is simpel : Maarten Van Cauwenberghe - vaste partner van Gruwez bij Voetvolk - staat aan de kant van het podium achter een tafel met platenspeler en draait Dylan-LP's. Hij plaatst de platenhoes tegen de tafelpoot en kijkt toe hoe Gruwez beweegt op de muziek, zelf de songteksten mee-lippend. Het was overigens Van Cauwenberghe die Gruwez langzaam deed warmlopen voor de muziek van Dylan, door diens muziek vaak op te leggen tijdens haar opwarmingsoefeningen. En zo groeide het idee om er een volwaardige dansvoorstelling rond te breien. Na een lang gevecht om in orde te geraken met de auteursrechten, kon het duo de hort op met het project.

Dansvoorstellingen zijn normaal voorbehouden voor theaterzalen of - als headliner - voor speciale locaties en lokken een bepaald type publiek, dat op voorhand weet waar het aan toe is. Maar een dansvoorstelling als voorprogramma van een concert ? Dat kom je zelden tegen en het duo nam hiermee zeker een risico. Zou het publiek immers hiervoor het nodige respect en geduld kunnen opbrengen ? We zaten aanvankelijk op de zitbankjes van het halfrond, waar het gewauwel toch lichtjes storend werkte, zodat we ons al snel verplaatsten naar de eerste rij voor het podium. Een goede zet : het gebabbel verdween naar de achtergrond en we konden ons volledig focussen op Gruwez.

Wat voor een geweldige danseres Gruwez is, kon ik reeds ervaren tijdens It's going to get worse and worse, my friend. En dat unieke talent kwam vanavond nogmaals tot uitdrukking. De combinatie van haar doorleefde dans-vocabularium en haar gelaatsexpressie voegden een extra laag toe aan de - sowieso al rijke - muziek van Dylan. Bij elk nummer een andere choreografie, geïnspireerd door de structuur van de song, of door het gevoel dat het nummer oproept, door de manier waarop Dylan zijn teksten uitspuwt, of in een poging om bepaalde flarden tekst in danstaal om te zetten. Het was ook een aangename hernieuwde kennismaking met sommige nummers van Dylan. Zoals "Blind Willie McTell". Of "The ballad of Hollis Brown", waarop Gruwez rondtolt als een draaiende derwisj in trance. De woorden op de bekende pancarte-clip van "Subterranean Homesick Blues" krijgen - als een soort van ondertiteling - elk hun unieke dansvertaling. Ook nog onder de naald van Van Cauwenberghe : "Simple twist of fate" en "It's alright ma (I'm only bleeding)". En het meest aangrijpende was zonder enige twijfel de manier waarop Gruwez danste op de tonen van de emotionele ballad "One More Cup of Coffee" (een duet waarop naast Dylan ook Emmylou Harris te horen is).

Nadien was het moeilijk om 'in' het concert van John Cale en diens gesofisticeerde popsongs te geraken. Het solo-werk van de Welshman wordt gekenmerkt door complexe structuren, literair of historisch geïnspireerde teksten en een lichtjes surrealistische ondertoon. We hoorden "E is Missing" passeren (geïnspireerd door de dichter Ezra Pound) en ook "Hedda Gabler" (vernoemd naar het titelpersonage uit het beroemde toneelstuk van Henrik Ibsen). Zelfs aan de juridische status van ijs werd een nummer gewijd ("The legal status of ice"). Het hoogtepunt van de eerste helft van het concert was de versie die Cale bracht van "Lady Godiva's Operation", het manisch voortkabbelende nummer dat in 1968 verscheen op "White Light/White Heat", het tweede album van The Velvet Underground en tevens het laatste VU-album waaraan Cale meewerkte. Het siert de ondertussen 76-jarige Cale dat hij niet op zijn lauweren rust en blijft schaven aan een grillig en eigenzinnig oeuvre. Maar de vermoeienissen van de voorbije weken eisten hun tol. Het vestimentair onderschatten van de avondlijke kilte was het duwtje in de rug dat ons ons uiteindelijk deed besluiten om het halfrond vroegtijdig te verlaten, op de tonen van "Fear is a man's best friend". Er zijn ergere songs om de nacht mee ingestuurd te worden.

24 juni 2018

Graspop Metal Meeting (23.06.2018)

Dat 'echte' metal-puristen het niet zo begrepen hebben op de grootschaligheid van hun geliefde Graspop Metal Meeting en dat zij de 'dagtoeristen' ietwat verfoeien, daar kan ik wel enigszins inkomen. Want tussen die dagtoeristen zitten er velen die niet zozeer komen voor de muziek, maar wel voor de gemoedelijke sfeer, om zich te vergapen aan het kleurrijke metal-volkje, of simpelweg om zich laveloos te zuipen. En daar is op zich niks mis mee (sterker nog : ik ben eigenlijk zelf ook zo'n dagtoerist, met dien verstande dat ik wel degelijk voor de muziek afzak naar Dessel). Maar het zorgt er wel voor dat het festival hier en daar groeipijnen vertoont, een euvel dat op de openingsdag blijkbaar voor waanzinnige wachttijden zorgde. En ook qua sanitair was er heel wat verbetering mogelijk. Toch ettelijke werkpuntjes voor de organisatie dus. Het ergste werkpunt van al : de kwaliteit van het geluid. Als er iets is dat in orde moét zijn, dan is het wel dat. Maar ook daar knelde af en toe het metal-schoeisel.

Het was van dattum tijdens de eerste band die we vandaag in aan het werk zagen in de Metal Dome. De Griekse hardrockers van Planet Of Zeus speelden nietsvermoedend verder, zich baserend op het geluid uit de podium-monitoren, zich niet bewust van het feit dat het geluid in de tent simpelweg wegviel. Of was dit een symbolische en politiek geïnspireerde ingreep van de PA om het publiek te herinneren aan de enorme staatsschuld van Griekenland ? Jammer. Bijna al even jammer als de ietwat tamme prak die Baroness later op de dag in dezelfde Metal Dome uitstrooide. Hey Baroness, watskeburt ? Ligt het aan mij of klonk het vroeger allemaal veel vetter & strakker ? Of had ook hier de PA boter op z'n hoofd ?

Voor het grootste gedeelte van de dag parkeerden we ons in de Marquee om ons daar gewillig te onderwerpen aan verschillende metal-subcategorieën van het donkerdere soort (black / thrash / death). De kelk van het hoofdpodium lieten we quasi volledig aan ons voorbij gaan, tenzij je het occasioneel wauwelen aan de grote-pinten-tent - met headliners Volbeat of Marilyn Manson op de achtergrond - als het bijwonen van een concert wilt beschouwen. Eén openlucht-concert lieten we ons echter alsnog welgevallen onder een loden middagzon : dat van de gekke Japanse knakkers van Crossfaith op het Jupiler Stage. Niet meteen iets dat ik thuis op de platenspeler zou leggen, maar deze metalcore werd - met de hyperkinetische frontman Koie Kenta op kop - dermate enthousiast gebracht, dat het heel aanstekelijk werkte. Het waren vooral de elektronische invloeden die het 'm voor mij deden. Van ver (toegegeven, van héél ver) riep dat zelfs echo's van The Locust op. Zeker één van dé winnaars van de dag.

Maar dus terug naar de Marquee. Voor de sérieux van de in religieuze gewaden gehulde Poolse duivelspredikanten van Batushka verkeerden we nog iets teveel in anticiperende voetbal-modus (België 5 - Tunesië 2). Koning Voetbal verdween alras naar de achtergrond toen de thrash-veteranen van Exodus het podium betraden. Terecht veel respons van het publiek voor deze gepokte en gemazelde heersers van het genre en misschien wel mijn persoonlijk hoogtepunt van vandaag. Steve Souza - zo'n heerlijk archetypisch lelijke frontman - moet je niet leren hoe je een metal-publiek moet bespelen. Niet te verwarren met de Zuid-Hollandse "gospel en praise-band" Exodus trouwens !

Datzelfde publiek reageerde heel wat minder hitsig op de donkere en grimmige black metal van het Zweedse Marduk, wellicht het 'puurste' concert van de dag. Volledig compromis-loos en met nauwelijks enige interactie met het publiek loodste frontman Mortuus de ietwat beduusde toehoorders doorheen zijn pikzwarte oorlogskronieken, geruggesteund door hard knallende drums en met een nagelnieuw album "Viktoria" onder de zweterige arm. Ettelijke gradaties minder grimmig maar daarom niet minder potig ging het eraan toe tijdens de set van het eveneens Zweedse At The Gates. Vrij toegankelijke death metal met een frontman - Tomas Lindberg - die er eerder uitziet als de beheerder van een trailerpark in de Amerikaanse Midwest dan als de frontman van een death metal-band en die zich bedient van een opvallende scream-zangstijl (i.p.v. de eerder gebruikelijke diepe grunt). Met Bloodbath werd nogmaals een blik Zweden opengetrokken. In origine een soort van superband die opgericht werd als ode aan old school death metal, en dat is dan ook precies wat vanavond werd opgediend. Sedert enkele jaren mag Nick Holmes (zanger van Paradise Lost) opdraven als de met bloed besmeurde maître d' van dienst.

De kans is reëel dat ik volgend jaar terugkeer. Als dagtoerist uiteraard !

11 juni 2018

Best Kept Secret festival (8-9-10.06.2018)

















Er vielen me dit jaar tijdens het Best Kept Secret-festival twee tendenzen op (buiten het feit dat dit een heerlijk voorbeeld-festival blijft qua organisatie, voedsel-aanbod & ecologie) : de prominente aanwezigheid van vrouwelijke artiesten én de prominente aanwezigheid van invloeden uit de zogenaamde 'wereldmuziek'. En dat leverde een hele resem aan interessante concerten op. Een kriskras-overzichtje doorheen drie dagen vol zon & muziek.

Beginnen doe ik met een overzichtje van enkele markante dames. Men neme bijvoorbeeld Sudan Archives : niet alleen qua kledij een zeer opvallende verschijning. Ze staat alleen op het podium in een bizarre outfit (met dito kapsel) en zet een hoekige performance neer met viool (ze is autodidact !), R&B, beats en Soedanese invloeden. Net zoals enkele tientallen mensen koos ik ervoor om het concert van headliner Arctic Monkeys grotendeels te laten schieten voor deze dame en daar ben ik blij om.


Lido Pimienta
Minstens even markant was de Columbiaans-Canadese Lido Pimienta. Tussen haar politiek en seksueel getinte nummers door vertelde ze ronduit over haar leven. Hoe ze thans 7 maanden zwanger is van haar tweede kind, waarvan de percussionist de vader is. Hoe ze misbruik moest ondergaan van de vader van haar eerste kind. Over haar geschifte moeder. En dat haar huidige partner geen rijbewijs heeft. Iets teveel details en iets te weinig muziek dus, maar wel enkele leuke nummers, die drijven op diepe bassen en latino-ritmes. Zoals "En Un Minuto", over het fenomeen dat mannen maar een minuut nodig hebben om hun kwakje te dumpen en vervolgens het hazenpad kiezen. En ze had het duidelijk niet begrepen op de suprematie van blanke mannen. Geen katje om zonder handschoenen aan te pakken.



De nog maar 22 jaar oude Londense Nilüfer Yanya opende haar set solo en werd nadien nog bijgestaan door een toetsenist en een saxofoniste. Een zeer ingetogen en intieme set vol gevoelige indie-pop van deze klassiek geschoolde pianiste en autodidacte op gitaar. Een jongedame die duidelijk nog een beetje op zoek is naar haar eigen stem maar met een beloftevolle toekomst. Iemand die duidelijk wél haar eigen (Arabische) stem gevonden heeft - en een zeer eigenzinnige stem at that - was Nadah El Shazly, die tekende voor één van de meest uitdagende concerten van deze driedaagse. Een vrij experimenteel concert vol psychedelica, avant-garde en jazz-invloeden dat veel aandacht en concentratie vergde, maar waarvoor de luisteraar wel beloond werd. Deze ietwat onderkoelde zangeres/toetseniste uit Caïro werd bijgestaan door een fenomenaal goede jonge jazz-drummer, een contrabassist en een gitarist die zijn instrument zwaar vervormde. Klasse-act.


Waxahatchee
Het Amerikaanse Waxahatchee bestaat uit vijf dames onder leiding van frontvrouw Katie Crutchfield en haar zus Allison. Niet echt memorabele maar fris van de lever gebrachte indie-pop met een lekker kabbelende lo-fi vibe. En in haar gestipte jurk en met haar opvallende tatoeages ook nog een fijne verschijning om naar te kijken.

Wat overigens ook gezegd kan worden van Mattiel Brown in haar rode overall. Retro, roots, surf & rockabilly uit Atlanta, Georgia, gedragen door het unieke stemgeluid van de frontdame. Ik werd een klein beetje verliefd op haar hoekige bewegingen en haar scherpe gelaatstrekken. Kudos ook voor de heerlijke cover van de pop-klassieker "Needles and Pins". Compleet niets vernieuwends aan dit concert, maar soms is dat gewoon niet nodig. Trouw met mij, Mattiel !


Nog interessante dames op het podium ? Bij de vleet ! Zoals de in een prikkelend strak pakje gehulde frontvrouw Merve Dasdemir van de Nederlandse band Altin Gül, die een onweerstaanbaar swingende versie brachten van psychedelische Anatolisch-Turkse muziek uit de jaren '70. Onmogelijk om hier onbewogen naar te kijken. Swingde als de spreekwoordelijke tiet. Nog zo'n fijne frontdame : de Amerikaanse Alicia Bognanno, oprichtster van de indie-rockband Bully. Muzikale bakens werden er niet verzet tijdens dit concert, dat het laatste was van hun vijf weken durende tournee. Maar het leek een leuk groepje mensen, dat elkaar na die vijf weken nog altijd niet beu was, dixit de energieke Bognanno.


Tijdens het concert van Vagabon - nom de plume van de in Kameroen geboren en in New York wonende Laetitia Tamko - bleef ik een beetje op mijn honger zitten. Met een veel te kort concert (amper 25 minuten schat ik) toonde ze zich als een soort getormenteerde update van Tracy Chapman. Net iets teveel sérieux en iets te weinig zelfrelativering.

Dan viel er veel meer plezier te beleven tijdens het concert van Khruangbin, één van de onbetwiste toppers van dit weekend. Dit trio uit Texas - met de exquise Laura Lee op basgitaar - haalt de mosterd uit laid back instrumentale Thaise pop en vermengt dat met zoetgevooisde seventies-funk. En zo plukken ze de vruchten van het pionierswerk van labels zoals Sublime Frequencies. Het talrijk opgekomen publiek ging compleet overstag en werd vakkundig ingepakt middels het inlassen van korte cover-snippets, zoals van "The Next Episode (it's the motherfuckin' D.O.G.)" van Dr. Dre of een flard van "Apache" van The Shadows. De LP's van het trio waren korte tijd later al uitverkocht in de festival-platenwinkel, nog voordat het trio zelfs maar aan hun signeersessie kon beginnen. Muzikale vitamientjes van het betere soort.

Ik zit stilaan door mijn voorraad dames heen. Een meer dan eervolle vermelding dient nog gegeven te worden aan Eve Alpert, gitariste/vocaliste en mede-oprichtster van Palm, een experimentele art-rockband uit New York met tegendraadse drum-ritmes, soms gevaarlijk balancerend op het randje van de rammel-afgrond. Het riep bij mij associaties op met Animal Collective. Het type band voor meerwaarde-zoekers dat meestal hoge ogen gooit op Pitchfork. Nog een eervolle vermelding voor een dame : de Schotse Cat Meyers van de band Honeyblood, die voor de gelegenheid mocht opdraven als interim-drumster van de postrock-peetvaders van Mogwai. Ze kweet zich meer dan uitstekend van haar taak tijdens een verschroeiend harde set van één van de weinige bands die de postrock-fase hebben overleefd. Een enorme volume-kopstoot. Ik stond vrij ver vooraan en stelde tot mijn afgrijzen vast dat er toch tinnitus-sollicitanten waren die dit concert zonder oordoppen ondergingen.


Cocaine Piss
Om het vrouwelijke hoofdstuk helemaal af te sluiten, kan ik niet buiten de Luikse splinterbom Cocaine Piss om. Frontvrouw Aurélie Poppins - schaars gekleed en tot onder haar oksels volgeplakt met glitters - spuugde de ultrakorte punk-songs uit tijdens de half uur durende explosie, af en toe maniakaal lachend (zowel in als naast de microfoon). Gedurende de tweede helft van het concert dook ze in het publiek om er niet meer uit te geraken. Da bomb !

Naast al dit vrouwelijk geweld hadden de mannen het verdraaid moeilijk om zich staande te houden en ze deden dat met wisselend succes. De complex-loze punkrock van Wavves wist het publiek vrij aardig te bekoren met vinnige songs zoals "A million enemies" en "Nine is God", zowaar een song die werd opgenomen voor de soundtrack van Grand Theft Auto 5. Een concert dat synchroon verliep met dat van The National, maar ik was emotioneel niet klaar voor de tristesse van Matt Berninger & Co.


Ik keek hard uit naar het concert van Future Islands. Maar het zonovergoten hoofdpodium was té groot en té zonnig voor de getormenteerde frontman Samuel T. Herring van deze synthpop-band uit North Carolina, waarvan de mede-bandleden quasi anoniem achteraan het grote podium hun ding deden zodat Herring het volledige podium alleen voor hem alleen had. Hoezeer hij ook af en toe gruntte en de microfoon tegen zijn borstkas sloeg, de vonk sloeg niet echt over, tenzij tijdens "Seasons (waiting for you)". Verdomme, wat blijft dat toch een ongelooflijk vette schijf. Zet deze band tijdens de late uurtjes in een kleine tent en de boel ontploft gegarandeerd.

Had ook het grote hoofdpodium helemaal alleen voor zich : Tyler, The Creator. Gekleed in een opvallend fluo-geel hesje trok hij het concert wat aarzelend op gang. Maar met granaten zoals "Who Dat Boy", "Death Camp" en vooral "IFHY (I fucking hate you)" ging de wei alsnog overstag.

Wat me vorig jaar ook al opviel op Best Kept Secret : er worden opvallend weinig elektronica-acts geprogrammeerd. Jammer eigenlijk, want in die vijver zwemmen interessante vissen. Eén zo'n vis kregen we gelukkig wel geserveerd : de belachelijk getalenteerde Kieran Hebden die als Four Tet reeds een zeer indrukwekkend parcours heeft afgelegd als producer, muzikant en remixer. Hij speelde op BKS helemaal niet op safe maar liet de muziek voor zichzelf spreken : geen visuals, geen lichtspektakel, zelfs geen bewegende spots : gewoon hij achter een draaitafel met een spot erop gericht. De meest sobere maar tegelijk één van de meest intrigerende en intelligent gelaagde DJ-sets die ik ooit zag. De meeste Tomorrowland-gangers zouden hier wellicht hun neus voor ophalen, maar dit was écht elektronisch musiceren.

Tussendoor was het ook vermakelijk om even te passeren langs het Four-podium, waar DJ St. Paul het hele weekend gastheer mocht spelen voor allerlei platen-ruiters. Want wie passeerde daar de revue voor een gesmaakt DJ-setje ? Niemand minder dan snooker-legende Steve Davis aan de zijde van de Iraans-Britse muzikant Kavus Torabi. En verdraaid, The Nugget bleek zowaar over een interessante en eclectische muzieksmaak te beschikken. Een meer dan vermakelijk tussendoortje. "Vermakelijk" is nu niet meteen het adjectief dat ik zou hanteren om het concert van John Maus te omschrijven. Koele goth-synth-wave-pop waarop Maus manisch tekeer gaat. Hoe intens kan een mens zijn ? Deze muzikant/filosoof schreeuwde zijn ziel uit het alras in het zweet badende lijf en schudde als een waanzinnige met lijf en leden. "Your pets are gonna die" klonk als Belgische electro uit de jaren '80. Maus deelde ooit de schoolbanken met zijn muzikale geestesverwant Ariel Pink. Moet een uitdagende klas geweest zijn voor de klastitularis.

Nog een vreemde eend in de bijt : Los Pirañas, drie heren uit Colombia die een lekkere instrumentale mix serveren van Latino-ritmes (voortgestuwd door smeuïge bas-partijen). Het drumstel was voorzien van tal van latin-percussie-stuff en het gitaar-gepingel vloog lekker psychedelisch-gewijs uit de bocht. Awel, hier werd ik goed gezind van. Minder goed gezind werd ik echter van wat Preoccupations op de planken bracht. Het lijkt wel alsof de angel voorgoed uit deze band verdwenen is sinds ze hun controversiële band-naam "Viet Cong" begroeven.

Iemand die mijn aandacht tot op zeker hoogte wel geprikkeld kon houden, was de nog piepjonge Britse tiener George Van den Broeck en zijn band Yellow Days. Hij heeft dan misschien het uiterlijk van een schoffie-roadie van Die Antwoord, maar hij heeft de ziel & de geraspte stem van een oude blues- en soul-zanger. Jammer dat hij de neiging had om op het einde van quasi elke zin zijn stem de hoogte in te jagen met een soort van "aaaah"-kreetje. Deze tic begon me op den duur te ergeren. Het zit 'm soms in de kleine dingen. Maar voor nog zo jong te zijn : chapeau.

Met een bang hartje keek ik uit naar wat ...And You Will Know Us By The Trail Of Dead ervan zou bakken tijdens het integraal uitvoeren van hun klassieke plaat "Source Tags & Codes". Kernleden Conrad Keely en Jason Reece namen zoals gebruikelijk afwisselend plaats achter de drumvellen en achter de microfoon. De plaat zit dusdanig in mijn brein geëtst dat het concert nooit helemaal kon tegenvallen en ik had me er sowieso al tegen gewapend dat het concert nooit zo legendarisch zou kunnen zijn als pakweg hun krankzinnige set ("Put it on fire !!!") in de AB-club vele jaren geleden. Maar al bij al viel het vandaag nog wel mee. Alleen jammer dat bassist Autry Fulbright II (sedert enkele jaren lid van de band) met de nodige technische problemen kampte (en vooral dat hij zo'n aanstellerige plurk was). Uiteindelijk toch cum laude geslaagd wegens de geweldige bisser "A Perfect Teenhood" (uit "Madonna").

Besluiten doe ik met het bovenhalen van een lauwerkrans voor Ty Segall and the Freedom Band. Wow, met voorsprong het beste 'gewone' rockconcert van dit weekend. Zo energiek, zo rauw, zo vet. Het levende bewijs dat je met de juiste attitude garagerock kunt optillen naar een geweldig hoog niveau. Een uur lang toonde deze rocker hoe het moet. En zelfs met een cover van de Hot Chocolate-hit "Every 1's A Winner" kwam hij moeiteloos weg. Bam !

Wederom een uitstekende editie van dit heerlijke festival, waarbij ik nauwelijks iets van het hoofdpodium gezien heb (wegens meer dan voldoende interessants te beleven in de kleinere en gezelligere tenten). Ook niet de afsluitende headliner LCD Soundsystem dus, aangezien de tank van de benenwagen stilaan leeg geraakte. Until next year, BKS !

04 juni 2018

All Points East presents Nick Cave & The Bad Seeds (Victoria Park Londen - 03.06.2018)

Wie mij pakweg een kwartaal geleden verteld zou hebben dat ik me dit weekend in het bruisende East End van Londen zou bevinden om daar in het Victoria Park een festival bij te wonen, zou ik als mesjogge hebben beschouwd. Maar zie : soms lijkt je leven rustig verder te hobbelen op een stoffig weggetje, totdat je daar plotsklaps een onverwachte botsing hebt, uit koers geslagen wordt en een onbekende zijweg moet inslaan. De botsing was hard, het was een wreed accident. Maar de zijweg bood nieuwe perspectieven en voerde me dit weekend naar Londen.


We laafden ons dit weekend aan de sfeer in Shoreditch en strooiden kwistig met ponden in diverse knusse boekenwinkels. Zonder een strak afgelijnd plan struinden we rond. We went with the flow of the city. En zo benaderden we ook het All Points East Festival. Voor een keertje eens niet hossen van podium naar podium - daar leende het warme weer zich overigens niet toe - maar rustig genieten van enkele hoofdacts op de affiche.


foto Valerio Berdini
Om te beginnen met Courtney Barnett. De Australische singer-songwriter met de droogkomische zangstijl en slacker-vibe - die later dit jaar overigens het Sonic City Festival mag cureren - laveerde voornamelijk door de songs van haar nieuwste album "Tell me how you feel". Wie zich de moeite getroost om naar haar webstek te surfen, krijgt overigens daadwerkelijk de kans om neer te pennen hoe men zich écht voelt, wat mooie en soms pijnlijk herkenbare getuigenissen oplevert. Natuurlijk ook enkele songs uit haar debuutalbum. Zoals het heerlijk melodramatisch voortkabbelende "Depreston", dat me om één of andere reden altijd doet denken aan de al even briljante film "Old Joy" van Kelly Reichardt. Het concert werd besloten met het aanstekelijke "Pedestrian at Best". "Put me on a pedestal and I'll only disappoint you" klinkt het daarin. Maar deze vaandeldraagster van een generatie vrouwen die de bijna doodgewaande indie-rock nieuw leven inblazen, verdient het wél om op een piëdestal gezet te worden. Instant crush.


foto Riot Mag
Ter voorbereiding van het concert van Patti Smith was ik alvast begonnen met het lezen van "Just Kids", de memoires die zij publiceerde in 2010 en waarin zij uitvoerig vertelt over haar intense vriendschap met de fotograaf Robert Mapplethorpe. Een boek dat me overigens cadeau werd gedaan door mijn festival-genote. Meer nog dan het relaas van een hartverscheurende vriendschap is het ook een boeiende inkijk in de kunsten-scène van New York in de jaren '60-'70 en in de ontstaansgeschiedenis van de rockcarrière van Smith. De informatie die ik uit het boek haalde, zorgden ervoor dat ik haar concert van vandaag als 'rijker' ervoer dan de vorige keer dat ik haar zag (een vijftal jaar geleden in de AB).

Het toeval (?) wou dat het concert plaatsvond op de geboortedatum van Allen Ginsberg (1926-1997), dichter/activist en dé peetvader van de Beat Generation. Om hem te eren, las Smith bij aanvang van het concert een gedeelte voor van diens roemruchte gedicht "Howl" (gepubliceerd in 1955), meer bepaald het slot-gedeelte dat later bekend zou staan als het "Footnote"-gedeelte. Het is een lange mantra waarin het woord 'holy' centraal staat. "Holy! Holy! Holy! Holy! Holy! Holy! Holy! Holy! Holy! Holy! Holy! Holy! Holy! Holy! Holy! The world is holy! The soul is holy! The skin is holy! The nose is holy! The tongue and cock and hand and asshole holy! Everything is holy! everybody’s holy! everywhere is holy! everyday is in eternity! Everyman’s an angel! The bum’s as holy as the seraphim! the madman is holy as you my soul are holy!" En zo gaat het nog een tijdje door. Smith leest het gedicht heel bevlogen voor en de haren staan recht in mijn nek. Op een rockfestival je concert beginnen met het minutenlang voorlezen van een flinke lap poëzie, daar komt alleen Patti Smith mee weg.

En zo zette ze meteen de toon voor de activistische ondertoon die de rest van haar bevlogen concert zou kenmerken. Zuurpruimen zullen dit afdoen als 'naïef', maar de wereld zou een betere plek zijn met wat meer Patti-empathie. Een oproep tot meer ecologisch bewustzijn, tot meer politieke awareness, tot meer begrip : het zat er allemaal in. Van bij de bekende opener "People have the power", het politiek geladen "Citizen Ship" (uitgebracht in 1979 maar nu relevanter dan ooit) tot scherpe versies van een paar opvallende covers ("Beds Are Burning" van Midnight Oil en "Mind Games" van John Lennon) : het siert Smith dat ze blijft geloven in de maakbaarheid van vrede en in de toekomst van het menselijke ras. In hart en nieren blijft ze ook een dichteres, zoals blijkt uit songs zoals "Summer Cannibals" en "Pissing in a River".

Het leven is een flux van komen en gaan. Niet alleen o.w.v. de geboortedag van Allen Ginsberg is 3 juni belangrijk voor Smith. Richard Sohl, jarenlang toetsenist bij de Patti Smith Group, stierf uitgerekend op 3 juni 1990. Aan hem werd het laatste deel van het concert opgedragen. Wanneer "Land (Horses / Land of a thousand dances)" zich genadeloos op gang trekt met de iconische Johnny in de lyric-hoofdrol, komen de haartjes in mijn nek wederom recht te staan. En wanneer tijdens afsluiter "Gloria" Patti Smith ietwat knullig de letters L.O.N.D.O.N. spelt i.p.v. G.L.O.R.I.A. in een poging het publiek te behagen, vergeeft iedereen haar moeiteloos. Een bevlogen dame, een monument en een voorbeeld in bittere tijden.


Ik had het op voorhand niet echt voor mogelijk gehouden dat het magische Sportpaleis-concert, dat Nick Cave vorig jaar gaf, nog in intensiteit en kwaliteit overtroffen kon worden. En toch. En toch. Ik las ergens in een review over het concert van vanavond het volgende : "Nick Cave and The Bad Seeds have carved out a moment in time that those witnessing may forever hold dear." Wat waren dan die specerijen die het concert van vanavond nog nét dat tikje extra kruiding gaven ? Was het de perfecte timing ? De mooie ondergaande zomerzon in het Londense park ? Het feit dat Nick Cave vandaag de enige echte headliner was en daarom feitelijk niet voor een festival-publiek maar voor een fan-publiek speelde ? De uitstekende plek vooraan vanwaar we het concert konden beleven ? De op het randje van de waanzin balancerende extase tijdens "From her to eternity" was het alvast niet, hoewel een mens het nooit beu wordt te zien hoe Warren Ellis tijdens dat nummer compleet loos gaat op zijn viool. Ook de bezwerende overgave - waarmee Cave constant het lijfelijke contact opzoekt met zijn publiek op de voorste rijen - was geen verrassing. En hoe aangrijpend het afsluitende "Push The Sky Away" ook is (met een heleboel mensen uit het publiek op het podium, waar we ei zo na tussen hadden kunnen staan) : dat is een constante tijdens zijn concerten en dus verre van een verrassing.

Foto Raphael Pour-Hashemi
Naast de onderbuik-vaststelling dat er vandaag een soort van moeilijk te omschrijven magie in de Londense lucht hing, waren het toch vooral enkele songs die bijdroegen aan het unieke karakter van dit concert. Zo droeg Nick Cave een heel ingetogen versie van het o zo mooie (en live zéér zelden gespeelde) "Come into my sleep" op aan zijn echtgenote Susie Bick (volgens Cave trouwens het favoriete nummer van zijn eega) en toonde hij zich tijdens dat nummer - veel meer dan tijdens de broeierige verhaal-songs à la "Stagger Lee" en "Jubilee Street" - fragiel en menselijk. En "Deanna" - nochtans niet mijn meest favoriete Cave-nummer - ontpopte zich live tot een feestje zonder weerga, waarbij de ruim 60-jarige Cave zich zonder dralen tussen het publiek begaf. Zelfs de energieke Cave moest achteraf toegeven : "That was really difficult...".


Zelfs de meest getalenteerde tekenaar kan nauwelijks de verbazing schetsen die zich meester maakte van het publiek toen Cave niemand minder dan Kylie Minogue aankondigde om haar 50ste verjaardag te vieren (enkele dagen eerder op 28 mei). We moesten ons een paar keer in de ogen wrijven. Het was ze echt :  in een prachtig goudgeel jurkje betrad ze het podium voor "Where the wild roses grow". Wat dit duet vooral zo mooi maakte : dat Cave en Minogue er ook duidelijk zélf van genoten. Het was niet alleen voor het publiek een onvergetelijk moment : ook voor de twee innig knuffelende artiesten op het podium was dit zoveel meer dan een zomaar een duet.

Vanavond was uitzonderlijk. De reeks omstandigheden die me hier vanavond deden belanden, waren uitzonderlijk. De locatie, de performers, de magie : uitzonderlijk. Om nog maar te zwijgen over de dame met wie ik het genoegen had dit alles te mogen delen : uitzonderlijk. Meer dan ooit was vandaag die ene zinsnede uit "Push the sky away" van toepassing : "And some people say it's just rock and roll, oh but it gets you right down to your soul."

26 mei 2018

La Clemenza di Tito (Opera Antwerpen - 25.05.2018)

Het was toch even doorbijten geblazen om het Antwerpse opera-gebouw opnieuw te betreden. Mijn vorige bezoek - Parsifal - vond plaats op een avond die een litteken heeft gekerfd in mijn ziel (om een ondertussen welbekende reden). En zo werden de gangen van het opera-gebouw op die vreselijke avond behangen met bezwaarde emoties. Voor mij is "The Phantom of the Opera" sedertdien niet langer de bekende musical-bewerking van een oude Franse roman, maar wel de geest van een geliefde die zal blijven ronddolen in de gangen van mijn gestel.

Maar al snel na het tragische verlies kwam ik tot het besluit dat cultuur - in haar brede en boeiende spectrum - een uitstekend medicijn kan zijn tegen zwartgalligheid. Geen wonder-medicijn dat met één prik of pil voor genezing zorgt, maar eerder een trage antibiotica-kuur die je moet blijven slikken tot het einde en die je doet dwingen om bepaalde emoties onder ogen te komen. Cultuur als een spiegel waarin je liever niet wil kijken uit schrik voor wat je kunt tegenkomen maar die je dwingt om in het reine te komen met jezelf. En vooral cultuur als een expressie van de creativiteit van de menselijke psyche om emoties van allerlei aard een plaats te geven. En het opnieuw bezoeken van de opera zou daarin vroeg of laat een noodzakelijke stap zijn. Dat cultuurhuis moet mettertijd opnieuw herleid worden tot een cultuurhuis en moet ontdaan worden van haar donkere connotatie.

Vanavond was het dus zover en het was gelukkig geen donker Wagneriaans epos, maar een eerder luchtig Mozart-niemendalletje. Toen ik na afloop op de tram stapte, zat ik toevallig in de buurt van een ouder koppel dat deze opera ook had bijgewoond. In sappig Antwerps vatte de oudere dame de plot van deze opera samen als "seg, wa was da veur truut". Ik moet de mening van de dame helaas beamen : het libretto van de hand van de productieve veel-schrijver Pietro Metastasio is nu niet meteen een schoolvoorbeeld van een fascinerende intrige. En ook voor W.A. Mozart was het haastwerk. Het was de laatste opera waarvoor hij de muziek schreef en pas daags voor de première (op 06.09.1791, amper enkele maanden voor zijn dood) voltooide hij de opera.

Het verhaal laat zich kort samenvatten als volgt : in het jaar 79 heerst keizer Titus over het Romeinse Rijk. De wrokkige Vitellia hoopt Titus te kunnen verleiden om alzo tot keizerin gekroond te worden en misbruikt hierbij de gevoelens van haar aanbidder Sextus, de beste vriend van Titus. Maar Titus heeft zijn keizersoog laten vallen op een andere deerne en dus zint Vitellia op bloedige wraak. Sextus loopt in de val van Vitellia en zet een opstand op poten tegen Titus. Maar de opstand wordt tijdig in de kiem gesmoord en Titus overleeft de aanslag. Sextus biecht zijn verraad op tegenover zijn keizer annex vriend. Hij staat terecht voor hoogverraad en gaat een gewisse dood tegemoet, ware het niet dat Titus vergiffenis schenkt aan zowel Vitellia als aan Sextus.

Ik gebruik het woord 'niemendalletje' ietwat oneerbiedig. Want deze opera in twee bedrijven had wel degelijk enkele mooie aria's in het arsenaal. Met name het tweede bedrijf blonk uit op dit vlak. En de cast deed zijn uiterste best om er iets van te maken. Opvallend : quasi alle belangrijke mannelijke rollen waren weggelegd voor vrouwen (sopranen en mezzo-sopranen), met uitzondering van de rol van Titus. Maar wat deze productie alsnog kopje onder deed gaan, was de wel zeer statische en ouderwetse aanpak van de regisseur, de Duitser Michael Hampe (°1935). Waar was de schwung, het spel van macht en verleiding, de seksuele ondertoon, de viering van de superieure moraliteit van Titus ? Waarom zo'n verschrikkelijk oubollig decor dat op geen enkel ogenblik de fantasie prikkelde ? En zeker in het tweede bedrijf leek ik precies te kijken naar een duf stukje deuren-theater in de plaatselijke parochie-zaal, waarbij de protagonisten als immobiele houten klazen hun aria's moesten afwerken. In het afgelopen jaar heb ik enkele heerlijke producties bijgewoond die aantoonden dat een frisse en tijdsrelevantie regie van cruciaal belang is voor het welslagen van een opera. Deze regie was echter helaas ontdaan van elke vorm van frisheid, van sprankel, van knipoog naar nu en deed daarmee het opera-testament van Mozart geen eer aan.

Maar an sich was dit falen niet zo erg en was het misschien zelfs perfect getimed. De productie verzette mijn zinnen zonder mijn gemoed te bezwaren, verzoende me aldus opnieuw met het medium 'opera' en loodste me zo toch weer een beetje een nieuw tijdperk in.

25 mei 2018

Ralph Alessi & This Against That (De Singer - 24.05.2018)

We moeten er niet lullig over doen : het gros van het talrijk opgekomen publiek was vanavond wellicht naar De Singer afgezakt in de hoop iets van de genialiteit van John Coltrane te kunnen ontwaren in de gedaante van diens zoon Ravi Coltrane (°1965). Deze nazaat van één van de meest geniale vernieuwers uit de geschiedenis van de jazz was amper twee jaar oud toen zijn roemruchte vader aan leverkanker overleed en het was vooral onder impuls van moeder Alice Coltrane - zelf een toonaangevend figuur binnen de spirituele jazz - dat Ravi het muzikale pad ging bewandelen en zo voor een vrij moeilijke weg koos, wetende dat de nalatenschap van zijn vader altijd als een schaduw boven zijn eigen carrière zou blijven zweven. En ook al heeft Ravi Coltrane ondertussen een mooie carrière voor zichzelf uitgebouwd als muzikant en producer, toch zal de geest van vader John onvermijdelijk in het kielzog van zijn zoon blijven rondspoken. Ook ik beken kleur : de naam 'Coltrane' lokte me naar Rijkevorsel als een mot naar een vlam. Het was immers het oeuvre van John Coltrane dat me tijdens mijn studententijd midscheeps trof en me nooit meer zou loslaten.

Maar tijdens het concert veranderde mijn focus al snel van Ravi Coltrane naar de bandleider, trompettist Ralph Alessi (°1963). Niet dat het spel van saxofonist Ravi Coltrane, drummer Mark Ferber, pianist Andy Milne of contrabassist Drew Gress ondermaats was. Verre van. Deze heren trokken uiteraard hun streng en waren duidelijk gepokt en gemazeld in de moderne jazz-canon, zonder echter dat tikje extra te brengen dat de wenkbrauwen doet optrekken en het jazz-hart sneller doet slaan. Het was echter het heldere trompetspel van Alessi dat dit concert naar een hoger niveau tilde. Niettegenstaande zijn geluid de typische NYC-vibe uitademde (bijna clean, een tikje steriel en academisch van aard - een soort van Fred Hersch op trompet), slaagde hij er toch in om een grote emotionele impact tot stand te brengen. En dat aspect kenschetst de groten : degenen die de jazz-"taal" netjes en eloquent kunnen spreken, zijn met velen. Maar degenen die met die taal ook nog effectief iets te zeggen hebben en uitstijgen boven het noten-alfabet, zijn zeldzaam. En Alessi wist verdraaid goed te praten met zijn trompet en vond in mij een gretige en soms zelfs danig geëmotioneerde luisteraar.

Alessi en zijn bandleden zijn momenteel bezig met de opnames van een nieuw album voor ECM Records en deze korte tournee diende om het nieuwe materiaal een beetje in de vingers te krijgen en uit te testen op een publiek. Wat we vandaag te horen kregen, deed alvast het beste vermoeden voor dat nieuwe album. Met lange en intrigerende lappen muziek zoals opener "Fun Room", "Arc", "Improper Authority", "Low", "Howling" en vooral het geweldige "Pittance" (mijn persoonlijk hoogtepunt van het concert) toonden Alessi en de zijnen zich meesters in het bekomen van een maximaal effect met een minimum aan effectenbejag.

05 mei 2018

Craig Taborn Quartet (Warande Kuub - 04.05.2018)

De Amerikaanse jazz-pianist Craig Taborn (°1970) is een kunstenaar die begiftigd is met een uitzonderlijke hoeveelheid muzikale visie. Dat bewees hij vorig jaar ten overvloede tijdens een verbluffend solo-concert in De Singer. Toen beperkte hij zich qua instrumentarium tot de klassieke piano om daarop zijn gave tot prikkelende improvisaties te laten botvieren. Maar de man is er absoluut niet vies van om een portie elektronica in zijn muziek te laten doorsijpelen of om samen te werken met andere artiesten die zich op dat front profileren. Zo verscheen vorig jaar nog op het Tzadik-label van John Zorn het album "Highsmith", een samenwerking tussen Taborn en de Japanse experimentele elektro-componiste Ikue Mori.

En ook in het laatste album van zijn kwartet (het alom bejubelde "Daylight Ghosts", ECM, 2016) zijn subtiele laagjes elektronica te horen. Het is uit dat album dat Taborn vanavond putte tijdens een boeiend concert, waarin er een opvallende rol was weggelegd voor elektronische invloeden. Tijdens het zeer lang uitgesponnen openingsnummer (een bewerking van "Abandoned Reminder", vermoed ik) friemelde Taborn flink aan allerlei knoppen en toetsen op zijn elektrisch orgel en synthesizer om verschillende loops in gang te krijgen. En ook drummer Dave King (die we hier een paar maanden geleden nog aan het werk zagen bij The Bad Plus) beroerde tijdens dit lange openingsdebat uitvoerig de elektronische drumkit. In het begin van het concert bleek het nogal moeilijk om de geluidsmix goed te krijgen, want de drumkit was een tikje té volumineus en overstemde de andere bandleden. Dit euvel verbeterde gelukkig wel tijdens de duur van het concert.

En zo was dit eerste nummer - een fikse brok van een klein half uur - een perfecte staalkaart van dit kwartet : met enerzijds respect voor jazztradities, maar anderzijds gedurfd de grenzen aftastend van wat er mogelijk is met een 'klassiek' jazz-instrumentarium (piano/bas/drum/sax). Gevoed met toefjes elektronica, gelardeerd met gewaagde tempo-wisselingen en vooral steeds een coherent geluid uitademend waarbij het geheel steeds primeerde op de delen, is dit de jazz van de toekomst. De heerlijke sax van Chris Speed roept steeds op één of andere manier connotaties op van grootstedelijke tristesse, terwijl bassist Chris Lightcap vooral in de tweede helft van het concert zijn kunnen kon etaleren (zowel op contrabas als op elektrische bas), daar waar hij in de eerste helft een beetje werd ondergesneeuwd door Dave King.

En Taborn zelf ? In de bescheidenheid erkent men de meester. Zijn subtiele toetsaanslagen vervulden vaak een dienende en sturende rol voor het geheel, terwijl het voor zo'n kanjer nochtans gemakkelijk én verleidelijk moet zijn om constant zelf te schitteren. Maar het draaide hier niet om solo-uitstapjes, maar wel om een collectieve sfeer. Maar bij tijd en wijlen mocht hij natuurlijk wél schitteren, bij uitstek in één van de absolute hoogtepunten van het concert : het bezwerende "Ancient", dat gaandeweg uitmondde in een onvermijdelijk en onweerstaanbaar hoogtepunt op het ritme van de meedogenloze staccato-aanslagen van Taborn.

Een heerlijk concert dus. Met als enige kanttekeningen de ietwat gebrekkige geluidsmix aan het begin van het concert én de locatie : de Kuub werkt m.i. niet echt als jazzclub. Iets wat ook Taborn opviel, toen bij het begin van het concert een doodse stilte zich meester maakte van de Kuub, nadat het kil klinkende verwelkomingsapplaus was verstomd : "Ooh, this is a very stoic, sombre mood." Gelukkig liet hij het niet aan zijn hart komen en maakte hij er een fijn concert van, dat echter fijner had kunnen zijn in een andere locatie, zoals pakweg De Singer.

02 mei 2018

Amenra (Vera Groningen - 01.05.2018)

Zou het niet geweldig zijn als een rouwproces propertjes afgewikkeld zou kunnen worden als ware het een vervelende taak ? Zoals het betalen van een rekening of het dweilen van een vloer bijvoorbeeld. De rekening wordt betaald en daarmee is de schuld vereffend, totdat vroeg of laat een nieuwe rekening in de bus belandt. De vloer wordt gedweild en blinkt weer als tevoren, totdat er weer vuile voeten over paraderen. Maar met rouwen is het helaas net een tikje anders : hoeveel stukjes van de rekening je ook betaald hebt, er lijkt altijd een saldo te blijven openstaan. Hoe hard je ook schrobt aan de vloer, er verschijnen nog altijd vuile strepen en vlekken. En het ergste eraan : je weet nooit wanneer de schuld helemaal afbetaald zal zijn, wanneer de vloer eindelijk volledig proper zal zijn. Maar je moet vooruit : stukje bij beetje blijven afbetalen, stukje bij beetje blijven dweilen.

In ons rouwproces was het concert van Amenra in de Groningse concertclub Vera een belangrijke stap. Een concert dat ik normaal gesproken zou bijwonen met een héél speciale dame, die er nu niet meer is. Een concert dat ik nu bijwoonde met een andere - ook héél speciale - persoon, eveneens diep geraakt door het recente afscheid. Voeg daarbij de factor dat Amenra-concerten altijd extreem intensief van aard zijn én dat de muziek van Amenra een constante was in de soundtrack van de laatste weken en dagen van Christel, en dan is de optelsom gauw gemaakt : dit zou een emotionele avond worden.

We waagden het erop om frontman Colin Van Eeckhout op voorhand op de hoogte te brengen van wat dit concert voor ons zou betekenen. Hij was zo vriendelijk om ons onmiddellijk van antwoord te dienen en sterkte toe te wensen, maar diende helaas ook mee te delen dat het aangrijpende "A Solitary Reign" (waarmee de emotionele afscheidsdienst voor Christel werd besloten) geen deel zou uitmaken van de setlist. "Ik kan het technisch niet klaarspelen het live goed genoeg te zingen. En we zoeken hard naar een oplossing." De oplossing bestond er niet in om "A Solitary Reign" alsnog gespeeld te krijgen (want dat nummer passeerde vanavond niet de revue). Misschien beeldde ik het me in, maar het leek alsof Colin wél een oplossing vond in de wijze waarop hijzelf het concert benaderde : normaal gesproken staat hij een gans optreden met zijn rug naar het publiek (aanvankelijk met bedekt bovenlijf en op het einde met de imposante rug-tattoo ontbloot). Je moet zijn gezicht eigenlijk ook niet zien om te weten hoe diep Van Eeckhout graaft tijdens een Amenra-concert. Maar vandaag toonde hij op een handvol spaarzame momenten - al krijsend en zingend - wél onverwacht zijn gelaat, alsof hij doelbewust die twee rouwende Belgen - helemaal afgereisd naar het verre Friesland - in de ogen wou kijken. Op die momenten balden mijn vuisten zich en werd het me bijna te machtig, alsof ik daadwerkelijk gedwongen werd om de confrontatie met het afscheid aan te gaan. Een bijna religieuze ervaring, met Van Eeckhout als exorcerende hogepriester. Er bestaat niet echt een passend adjectief voor zo'n avond. Verder dan "onvergetelijk" en "memorabel" kom ik niet.

De grote rouw-rekening is nog verre van afbetaald, maar we losten vandaag een flink deel van de schuld in. Die smerige vloer is nog bijlange niet proper gepoetst, maar hier en daar blinkt er al een tegel.

(poster door Jelle van Gosliga)

28 april 2018

Cult!Live : Raketkanon Plays Oldboy / Mooov (UGC Turnhout - 27.04.2018)

Live gespeelde soundtracks bij filmvertoningen zijn een heikele evenwichtsoefening : enerzijds is het bedoeling dat de film niet overschaduwd en overdonderd wordt maar integendeel verrijkt wordt door de nieuwe soundtrack, maar anderzijds mag die nieuwe muziek niet verzanden in een zoutloos en overbodig muzak-behang, waarbij je als toeschouwer alras verlangt naar de originele soundtrack.

Bij oude zwart/wit-films is die begeleiding relatief eenvoudig. Op piano wordt ter plaatse een soundtrack geïmproviseerd (zoals ik eens een paar keer heb meegemaakt in Cinema Zuid en zelfs nog in de ter ziele gegane lokale cinema-tempel 'The Movie' als begeleiding bij "The General" van Buster Keaton). Iets complexer wordt het wanneer een 'talkie' muzikaal begeleid moet worden. Het gaat nog wanneer dat een gedateerde en compleet onbekende cultfilm is waarbij de score volledig opnieuw uitgevonden moet worden (zoals toen Dead Man Ray nieuwe muziek maakte bij een bizarre Bobbejaan Schoepen-film).

Het initiatief "Cult!Live" gaat nog een stapje verder : een Belgische en artistiek uitdagende band wordt verzocht om een nieuwe soundtrack te componeren bij een recente cultfilm. Voor de eerste editie verzorgde Illuminine de muziek bij de Georgische film 'Corn Island'. De Iraanse vampieren-western 'A Girl Walks Home Alone at Night' kreeg in de tweede editie een muzikale remake door The Black Heart Rebellion. En in de derde editie tekent de geweldige Gentse noiserock-band Raketkanon voor de muzikale begeleiding van de Zuid-Koreaanse cult-klassieker 'Oldboy', de tweede en meest bekende film in de wraaktrilogie van Park Chan-Wook.

De bijdrage van Raketkanon was een schot in de roos. Op eerder rustige momenten wist de band op subtiele wijze de gevoelens van wanhoop en Unheimlichtkeit van het hoofdpersonage te accentueren, terwijl op de 'brute' momenten de vuurkracht van het Kanon naadloos aansloot bij de visuele violence-flair van de regisseur. En vooral in één van dé sleutel-scenes van de film (een op meerdere vlakken pijnlijke vrij-partij) was de ruwe power van de muziek onverwacht maar perfect gepast.

Fijn initiatief en nu al benieuwd naar de match van volgend jaar.

22 april 2018

Ralph van Raat : études van Ligeti (deSingel - 21.04.2018)

De Nederlandse pianist Ralph van Raat (°1978) nam vanavond plaats achter het pianoklavier voor wat als een herculische taak omschreven kan worden : het integraal uitvoeren van de 18 études voor piano, tussen 1985 en 2001 gecomponeerd door de Hongaars-Oostenrijkse componist György Ligeti (1923-2006). Het geheel van deze studies wordt beschouwd als een hoogtepunt uit de hedendaagse klassieke muziek van de twintigste eeuw. De studies zetten enerzijds de traditie voort van eerdere gelijkaardige piano-studies van toonaangevende figuren à la Chopin en Liszt, maar putten anderzijds ook uit de avant garde van de tweede helft van de twintigste eeuw. En zo etaleren deze études een zeer complexe inhoudelijke variëteit en vergen ze van de pianist het uiterste, zowel technisch als mentaal (zoals de Nederlander uitlegt in dit interview).

Voor de technische kant van deze études verwijs ik graag naar vakliteratuur en naar echte kenners. Al zou mijn leven ervan afhangen, ik herken geen enkele noot op een notenbalk en weet zelfs niet het simpelste akkoord uit mijn vingers te schudden. Dus alle technische finesses en uitdagingen die bij het spelen van deze études komen kijken, gingen aan mij volledig voorbij. Dit gezegd zijnde was het ook voor een amateur-liefhebber als mezelf - vanaf de eerste noot van de chaotische eerste étude 'Désordre' - meteen duidelijk dat je uit uitstekend piano-hout gesneden moet zijn om deze études integraal op één avond te kunnen spelen. Want bovenop het feit dat je technisch zeer onderlegd moet zijn, moet je ook nog eens vlot kunnen laveren tussen de compleet verschillende stijlen en emoties van al deze werkstukjes en moet je dus in je hoofd telkens weer de knop omdraaien naar een volledig andere mind-set.

Ik kan niet anders dan ootmoedig het hoofd buigen voor wat Ralph van Raat vanavond presteerde. Voor een ongeschoolde toeschouwer zoals mezelf was dit alles zelfs misschien een beetje van het goede teveel. Ter voorbereiding van dit concert had ik af en toe mondjesmaat naar een paar Ligeti-études geluisterd. En zo degusteer ik ze ook nu nog het liefst en komen de 'smaken' het best tot hun recht. Door ze allemaal kort achter elkaar als één gerecht te serveren, voelde ik me op een duur een beetje oververzadigd en moest ik de laatste paar études wegkauwen als waren het de Pythoneske 'wafer-thin mints' die Mr. Creosote deden exploderen. Maar dat kan natuurlijk niet aan de briljante Nederlandse pianist aangewreven worden, die bij wijze van bis-nummer (wellicht in Belgische première) "L'arrache-coeur" bracht, een compositie die Ligeti aanvankelijk als étude n° 11 had opgevat maar die hij uit de uiteindelijke verzameling weerde wegens "te kinderachtig" (dixit van Raat). Kinderachtig was de prestatie van Ralph van Raat vanavond echter allerminst.