11 februari 2018

Canto Ostinato (deSingel - 10.02.2018)

De impact van de compositie "Canto Ostinato" op het leven en werk van negen mensen van diverse pluimage, noopte de Nederlandse regisseur Ramón Gieling tot het maken van de documentaire "Over Canto" (2011). En die impact bleek in sommige gevallen nogal groot te zijn. In de documentaire komt overigens op het einde ook de componist zelf aan het woord en het is grappig en ontwapenend om te zien hoe de componist in zijn oude dagen de impact van het werk wist te relativeren en er eigenlijk nog maar weinig belang aan hechtte. Maar het werk is ondertussen wel een eigen leven gaan leiden en werd in deSingel geprogrammeerd binnen de reeks "mijlpalen van de twintigste eeuw".

Het werk - tussen 1973 en 1976 gecomponeerd door de Nederlandse componist Simeon Ten Holt (1923-2012) - wordt omschreven als 'een tonale compositie van variabele lengte voor toetsinstrumenten' en is een feest voor de liefhebbers van minimalistische muziek, de stroming die in de jaren '70 binnen de klassieke muziek opgang maakte en bij het grote publiek een gevoelige snaar wist te beroeren. Maar in tegenstelling tot de zeer strakke, mathematische en repetitieve composities van pakweg Steve Reich of Philip Glass, bood de partituur van Ten Holt veel meer vrijheid aan de uitvoerders. In feite is het woord 'partituur' hier niet juist gekozen : het werk kent meerdere versies & bewerkingen en is in feite een samenraapsel van een lange reeks korte composities (allen variaties op hetzelfde thema) die samen één geheel vormen. Vandaar dat de duur van de uitvoering kan variëren van één tot meerdere uren.

De versie die we vandaag konden meemaken, werd gespeeld door vier Russische pianisten : Alexander Melnikov, Alexej Lubimov, Alexej Zuev en Slava Poprugin. De vier vleugelpiano's staan met hun ruggen tegen elkaar centraal opgesteld in de Theaterstudio. Rond de piano's mag het publiek vrij plaatsnemen op kussens, in strandstoelen of op 'gewone' stoelen. Wij kozen voor de strandstoel-optie en lieten de canto-waterval op ons neerkomen.

En vanaf dan ervoeren we gedurende anderhalf uur de hypnotische kracht van het stuk. Het zal wellicht de eerste keer in mijn leven zijn geweest dat ik een concert heb bijgewoond waarbij ik de ogen quasi constant gesloten hield (niet omdat het slaapverwekkend was, maar omdat deze muziek nu éénmaal uitnodigt om je op jezelf te focussen en je gedachten de vrije loop te laten). En terwijl ik bij het bekijken van de "Over Canto"-docu af en toe een beetje meewarig toekeek hoe mensen zo immens lyrisch deden over het stuk, kon ik me er tijdens de live-uitvoering wel iets bij voorstellen. Want hoe je 't ook draait of keert : wanneer je je overgeeft aan deze muziek, kom je in een maalstroom van gedachten terecht en dat kan nu éénmaal zeer confronterend en emotioneel zijn. En zo wordt het stuk een soort van spiegel voor de ziel.

In het begin waren mijn gedachten nog rationeel en nuchter van aard. "Wat zouden al die andere mensen hier nu denken ?" "Wie wint morgen de superprestige-veldrit in Hoogstraten ?"  "Wat ga ik morgen eten ?" Tevens gingen mijn gedachten uit naar de onthutsende Parel Radio podcast-docu Verplicht vrije sex (over de maoïstische communes die in Nederland in de jaren '80 ontstonden) en hoe "Canto Ostinato" toch écht wel een beetje een kind was van z'n tijd :  kijk ons hier eens lekker artistiek wezen op z'n Hollands. Het waren de hoogdagen van Het Simpliesties Verbond: ook Koot & Bie zweefden voor mijn geestesoog. Maar gaandeweg ebden de logica en samenhang in mijn gedachten weg en dreef ik mee op de kabbelende klanken van het pianisten-viertal en was ik overgeleverd aan een kolkende massa van inner thoughts. En vooraleer ik voorgoed weer uit deze bubbel was ontsnapt, waren de laatste klanken al lang weggestorven. Een bevreemdende ervaring.

09 februari 2018

Pelléas et Mélisande (Opera Antwerpen - 08.02.2018)

Volgens de alom gekende 'Wet van Sil' moeten twee of meer ingrediënten of voedingsmiddelen - die apart lekker smaken - ook samen voor een smaaksensatie zorgen. Het is echter een wet die - ondanks diverse gedurfde proefondervindelijke bewijzen van de naamgever van de wet ten spijt - toch in de dagdagelijkse realiteit niet altijd opgaat. Maar de bezoekers van de opera van vanavond kregen een machtig staaltje van de Wet van Sil voor de kiezen. De vier basisingrediënten van vanavond lijken immers op het eerste zicht moeilijk tot een smakelijk en samenhangend geheel gekneed te kunnen worden. En toch werd een heerlijk gerecht geserveerd.

Ten eerste : een libretto dat gebaseerd is op het symbolistische toneelstuk 'Pelléas et Mélisande', in 1893 geschreven door Maurice Maeterlinck (tot op de dag van vandaag de enige Belg die ooit de Nobelprijs voor de literatuur ten deel viel). Ten tweede : de opera-bewerking uit 1902 door de toendertijd vernieuwende componist Claude Debussy, die een impressionistische draai gaf aan het theaterstuk van Maeterlinck (Opera Vlaanderen bracht trouwens deze productie n.a.v. de 100ste verjaardag van de sterfdag van Debussy). Ten derde : de regie en choreografie van de ondertussen wereldvermaarde choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui (momenteel artistiek directeur van Ballet Vlaanderen) en zijn kompaan Damien Jalet. Ten vierde : het decor en de videokunst van de Servische performance-kunstenares Marina Abramović.


De kracht van deze voorstelling zat in de manier waarop deze diverse ingrediënten elkaar nooit in de weg liepen doch integendeel elkaar versterkten. Op zich komt het symbolisme van het fin de siècle heden ten dage nogal oubollig en overtrokken over. Het toneelstuk van Maeterlinck is op de keper beschouwd niet veel meer dan het relaas van een tragische driehoeksverhouding : Prins vindt jongedame in bos en huwt met haar -- Jongedame en halfbroer van Prins worden verliefd -- Prins doodt halfbroer uit jaloezie -- Jongedame sterft van smart, kort nadat ze bevalt van een dochter).

Maeterlinck verleent aan deze stuiverroman-plot een topzwaar élan door er allerlei symbolistische elementen aan toe te voegen (de functie van de verlovingsring die in de 'Bron der Blinden' verdwijnt, de bijna magische lange haren van Mélisande, de armoede in het bezwaarde koninkrijk van koning Arkel, ...). Maar deze ietwat wereldvreemde en existentialistische beschouwingen vinden zeer fijntjes hun plaats in het sobere maar indrukwekkende decor en worden spaarzaam maar indrukwekkend in de verf gezet door de kosmische video-projecties van Abramović (bewerkingen o.a. van NASA-beelden), die getoond worden op een groot, rond, Pink Floyd-achtig scherm (helaas slechts ten dele zichtbaar voor de toeschouwers die zich in het hoge amfitheater bevonden).


Ronduit geniaal was de choreografie van Cherkaoui en Jalet. Ze laten diverse mannen opdraven die als het ware de gevoelens van de protagonisten veruitwendigen. Wanneer bijvoorbeeld Prins Golaud uit zijn vel barst van jaloezie, beelden de diverse dansers in zijn kielzog die jaloezie uit. Er zijn diverse geweldige choreografieën van de dansers die in de weer zijn met lange strengen haar van Mélisande, dat als spinnenwebben rondom de hoofdrolspelers gewezen wordt. En ook in de diverse muzikale tussenstukken die Debussy componeerde, spelen de dansers een impressionante rol. Meestal is zo'n tussenspel een 'inkak-momentje' dat aan de toeschouwers de kans geeft om wat op de stoel heen en weer te schuifelen. Maar niet zo vandaag : de choreografieën wisten zelfs deze 'dode' momenten in de strak opgedeelde opera naar een hoger niveau te tillen.

Wat de zangprestaties betreft, stal de prachtige Noorse sopraan Mari Eriksmoen als Mélisande de show. Ook de Britse bariton Leigh Melrose zette een krachtige en overtuigend jaloerse Prins Golaud neer. Alleen de Zuid-Afrikaanse bariton Jacques Imbrailo wist helaas niet een betoverende halfbroer Pelléas op de planken te brengen en kwam eerder over als een triestige plant met pruillip. Maar dat was voor mij het enige minpuntje van de avond. Voor het overige een heerlijke opera-bewerking die wist aan te tonen dat een klassieke opera - na ondergedompeld te zijn in een modern bad - er veel frisser en relevanter kan uitzien. Kan hier alstublieft een blu-ray van uitgebracht worden ?

Foto's © Rahi Rezvani & © Annemie Augustijns

08 februari 2018

Jan Martens : Rule Of Three (Warande Kuub - 07.02.2018)

Dat moderne dans een voor het lichaam zeer belastende bezigheid is, mocht de Britse danseres Courtney May Robertson aan den lijve ondervinden. Door haar knieblessure werden een aantal opvoeringen van "Rule Of Three" (van de Belgische choreograaf Jan Martens / dansgezelschap GRIP) geschrapt en diende zij de nodige rust in acht te nemen. Maar ze was gelukkig net op tijd hersteld om vanavond acte de présence te kunnen geven in een voorstelling die enkele maanden geleden haar première kende in deSingel.

Een volledig kaal speelvlak met links achteraan een opvallende motor die de schwung in het geheel houdt : de uit Philadelphia afkomstige Michael Kuhn, een hyperactieve kerel die onder de nom de plume NAH zijn ding doet op drums en electronica en die we een jaartje geleden al aardig tekeer zagen gaan in de AB-Club.  Hij verzorgt vanavond de live muziek-begeleiding met harde en pompende drums en met hypnotiserende kraut-achtige electronica.

Bovendien wordt op het publiek literatuur losgelaten : een drietal zeer korte fragmenten (geprojecteerd of via audio-band) van de Amerikaanse schrijfster Lydia Davis, bekend voor het bedrijven van extreem korte en aan poëzie verwante literatuur, mooi omschreven als "short-short/flash fiction/micro fiction/sudden fiction"-literatuur. Niet meer dan korte impressies, snippets, brein-firecrackers. De regel van drie wordt derhalve op verschillende niveaus doorgetrokken : dans + literatuur + livemuziek. Drie literatuur-fragmenten. Drie dansers. Drie grote hoofdstukken.

Tijdens het eerste grote hoofdstuk is een opvallende rol weggelegd voor Kuhn, die een geweldige lap minimalistische electro-kraut serveert. De drie dansers (naast Robertson ook nog Steven Michel en Julien Josse) staan opgesteld op drie punten van een denkbeeldige driehoek en herhalen constant hun strakke en mathematische patroon (iets dat lijkt op ter plekke joggen in slow motion), waarin slechts zeer subtiel wijzigingen worden aangebracht. De drie virtuele punten van de driehoek veranderen van plaats en de dansers schuifelen mee, trouw aan het wiskundige patroon.

In het middenstuk - minder mathematisch en meer primair en rauw - eist Courtney May de hoofdrol op. Haar tengere gestalte en opvallend korte lichaamslengte zijn omgekeerd evenredig aan de kracht die ze uitstraalt en de bijna angstaanjagende gezichtsexpressies die ze tentoon spreidt. Ik zat tijdens deze voorstelling centraal op de eerste rij. Door de combinatie van haar kleine gestalte en haar centrale plek vooraan op het speelvlak, mondde het erop uit dat ze tijdens een vurige solo constant recht in mijn ogen leek te kijken. Een bevreemdende ervaring.

Minstens even bevreemdend was het slot-gedeelte. Kuhn breekt de muziek af en verlaat het podium, dat plots in stilte gehuld is. Langzaam kleden de drie dansers zich uit, totdat ze volledig naakt op het fel verlichte podium staan. Het begin van een lange, ingetogen en intieme epiloog, waarbij de drie dansers volledig onthaast lijken te zijn en op verschillende plaatsen van het podium verschillende 'constructies' bouwen met hun drie naakte lijven. Hier en daar wordt er op de tribune wat ongemakkelijk op stoeltjes heen en weer geschoven bij het aanschouwen van deze complete naaktheid in complete stilte. Maar dit is helemaal geen episode die erop belust is om te choqueren maar die integendeel een mooie bubbel van intimiteit creëert, wars van erotiek of lust, in schril contrast met de veelvoud aan prikkels die eerder op het publiek werd afgevuurd.

De bubbel werd helaas doorprikt toen plotsklaps het geluid van een smartphone-foto weerklonk tijdens de mooiste lichamelijke 'constructie' (de twee mannen tegenover elkaar gezeten, met de knieën van de ene op de knieën van de andere gedrapeerd, met daar bovenop de kleine danseres Courtney May). Door dit geluid zag één van de dansers zich genoodzaakt om de stilte te doorbreken en het publiek te verzoeken geen foto's meer te maken. Een begrijpelijk verzoek, want het geluid van dat ene kiekje was niet zozeer storend omwille van het geluid op zich, maar wel omdat het een inbreuk vormde op de intimiteit van het moment, een inbreuk op de boodschap van deze epiloog, elders mooi als volgt samengevat : "Nakedness and silence become deafening metaphors for the life-affirming antidotes of simplicity and calm to sensory overload." En zo was dat ene ongepaste klikje misschien net ironisch genoeg een versterking van deze oproep tot intimiteit, traagheid en eenvoud.

Foto's © Bart Van Der Moeren

01 februari 2018

Winterwarm : Kopfkino FM (Hoge Rielen - 31.01.2018)

Spreuken en gezegden bevatten meestal een kern van waarheid. Zo is ook "een verbeelding die op hol slaat" in de realiteit ingebed. Niets is immers zo sterk als de kracht van de verbeelding, die louter een suggestief steuntje in de rug nodig heeft om vervolgens een complete en hoogst persoonlijke invulling te geven aan de gegeven voorzet. Maar de ene voorzet is de andere niet en er wordt bijgevolg in literatuur of andere kunsten niet altijd even efficiënt gescoord op de verbeeldingsschaal. En wanneer je als kunstenaar het medium 'theater' gebruikt om de verbeeldingskracht van het publiek te prikkelen, dan is de zoektocht naar het juiste evenwicht zo mogelijk nog moeilijker. Want hoe slaag je er op een podium in om tegelijk heel weinig prijs te geven en toch veel op te roepen ?

Het is een evenwichtsoefening waarin 'vormzoekster' Annelies Van Hullebusch - met medewerking van radiomaakster Katharina Smets - wonderwel slaagt in haar "KOPfKINO FM"-project. In 2015 ontstaan als voorstelling op locatie nabij de ietwat troosteloze appartementsblokken op de Noordersingel en nadien ook opgevoerd in diverse cultuurhuizen doorheen Vlaanderen en Nederland,  is deze productie één lange ode aan de kracht van de verbeelding.


Het publiek neemt plaats achter kleine, zelf in elkaar getimmerde schoolbankjes. Daarin bevindt zich een koptelefoon, die de toeschouwer voor de rest van de voorstelling zal dragen, luisterend naar de warme stemmen van de twee dames. Middels boodschappen op geprojecteerde post it's, via een tik op een xylofoon of via vocale commando's mag het publiek ook andere items uit het schoolbankje ter hand nemen, doorbladeren, gebruiken, ophangen. De combinatie van dit alles evoceert het leven in en rond die grijze en anonieme blokken nabij Trix.


Zo bekijk je een kopie van het briefje dat de maaksters in de inkomhal van de woonblok achterlieten, waarbij mannelijke bewoners worden opgeroepen om een poëtische tekst over hun gebouw voor te lezen. Terwijl luister je naar het resultaat van die opnames. Of je neemt lege cassette-hoesjes ter hand die eenvoudig maar charmant zijn omgebouwd tot mini-kijkdoosjes, terwijl je luistert naar een parabel over het ontstaan van dat grijze eilandje aan de Antwerpse Ring. Je bladert door een mapje met oude foto's. Je luistert naar een opname van het bezoek van de dames aan één van de te koop gestelde appartementen, voorwendend geïnteresseerde koopsters te zijn. Je hangt vlaggetjes op aan een kleine maquette van de woonblok. Je neemt een houtblokje ter hand waarin bij wijze van raster de appartementen zijn getekend, terwijl je luister naar meer info over het appartement H-12.


Helemaal geweldig wordt het wanneer je bladert door een klein boekje, met daarin fragmentjes van brieven. Ondertussen hoor je dat de brieven gevonden werden in een doos op één van de vuilcontainers bij het woonblok. Je hoort hoe de dames op ontdekkingstocht gaan doorheen de brieven en langzaam maar zeker een driehoeksverhouding ontwaren en ontwarren. En zo werd er langzaam maar zeker - op bijna kinderlijk naïeve maar onweerstaanbaar charmante wijze - gewerkt naar een hoogtepunt : de aantrekking van de achterkant. We luisteren naar het wel en wee van een dame die zich nooit toont, die zich anoniem en met opgetrokken schouders ruggelings aan de wereld toont. Ondertussen bladeren we door een poëtisch foto-boekje waarin de schoonheid van de achterkant wordt getoond. De achterkant van een schilderij, de vuile achterkant van een woonblok, de achterkant van een koe.


Wanneer op het einde van de voorstelling de maquette plaats moet maken voor een boompje onder een stolp terwijl een nieuwe parabel verhaalt over de cyclus van het leven, had de kijker gedurende deze mooie voorstelling op suggestieve wijze de schoonheid van de achterkant ervaren : hoe er leven, tragiek en schoonheid schuilgaan achter een grijze betonnen façade. Kinderlijke verbeeldingskracht op maat van volwassenen geserveerd : het is een magische mix.

On a personal note was het fijn om na de voorstelling een kort maar hartelijk babbeltje te kunnen slaan met de immer goedlachse Annelies, een gouwgenote die net als ondergetekende ooit vele uren heeft gesleten aan de toog van Cahier de Brouillon.

Foto's © Clara Hermans

27 januari 2018

Toneelgroep Amsterdam : De Andere Stem (Warande-Kuub - 26.01.2018)

De multi-getalenteerde Franse schrijver, kunstenaar en filmmaker Jean Cocteau (1889-1963) schreef in 1928 de theatermonoloog "La voix humaine". Daarin wordt een vrouw opgevoerd die een lang uitgesponnen telefoongesprek voert met haar ex-vriend, daags voordat die in het huwelijk zal treden met een andere vrouw. Het publiek krijgt de stem van de man nooit te horen en kan dus alleen maar indirect - aan de hand van de antwoorden en verzuchtingen van de vrouw - afleiden wat de man allemaal te zeggen heeft. De relatiebreuk en het verloop van het lange telefoongesprek met haar ex drijven de vrouw tot wanhoop en uiteindelijk tot zelfmoord.

Dit theaterstuk van Cocteau is nadien een eigen leven gaan leiden en werd in de loop der jaren talloze malen opgevoerd en bewerkt. Eén van de meest gelauwerde bewerkingen was de 2009-versie van Toneelgroep Amsterdam in een regie van Ivo Van Hove en met Halina Reijn in de rol van de getormenteerde dame. Het bleek een dermate rake interpretatie dat het gezelschap dit stuk nog steeds regelmatig herneemt. En het was ook deze versie die bij Ramsey Nasr een gevoelige snaar raakte. Wat immers met het perspectief van de man ? We horen enkel de versie en de antwoorden van de vrouw en nemen vervolgens meteen voor lief dat de man wel een gewetenloze klootzak moet zijn. Zo snel na het einde van je relatie al meteen een nieuw liefdesengagement aangaan en zelfs het woord 'trouwen' al in de mond nemen ? Tja, dan ben je harteloos tuig van de richel. Of toch niet ?


Toen Nasr zich in 2013 - op aansturen van Van Hove - aansloot bij Toneelgroep Amsterdam, was de tijd rijp om het standpunt van de man een stem te geven. Nasr vertrok van de originele tekst van Cocteau, vertaalde de tekst minutieus en ging vervolgens de leegtes en stiltes in de monoloog van de vrouw invullen met de stem van de man. En en passant nam Nasr het ook nog op zich om de aldus gecreëerde telefonie-monoloog van de man te vertolken, wederom in een regie van Ivo Van Hove. Vanop de allereerste rij had ik het voorrecht om het resultaat van deze samenwerking te mogen aanschouwen.


In this day and age ben je er bij het telefoneren natuurlijk niet meer toe veroordeeld om de hoorn aan je oorschelp gekluisterd te houden. Nu wordt er via de MacBook of iPhone gecommuniceerd via Skype of FaceTime. En zo loopt Nasr rond in zijn kale en minimalistische aangeklede appartement, enkel voorzien van een sofa, een trap en nog wat inderhaast onder de trap weggestopte verhuisdozen, onderwijl pratend tegen zijn opengeklapte laptop. Door een grote balkon-opening achter in het decor wordt middels een eenvoudig maar vernuftig lichtontwerp en door subtiele achtergrondgeluiden (de ruis van een grootstad) het vallen van de avond, de donkerte van de nacht en het krieken van de ochtend opgeroepen.

Nasr heeft van de man een moderne man gemaakt met een actuele insteek : zonder het er drammerig op te leggen, leert het publiek al snel dat de man als jurist en tolk begaan is met het lot van vluchtelingen. En zo wordt alles in een ander perspectief geplaatst : wie denkt de vrouw wel dat ze is door als een verwende Westerling in haar bed te liggen suffen en na te denken over wie ze nu eigenlijk écht is, terwijl hij net nog lijkjes van kinderen zag aanspoelen ? Een beetje liggen aanmodderen met een identiteitscrisis terwijl het Westerse maatschappij-model op imploderen staat ? Het Westerse mekkeren en ouwehoeren geportretteerd als luxe-probleempjes.


Maar dit type van bespiegelingen zijn eerder schaars. Het is vooral de wilde mix van post-relatie-emoties die de boventoon voeren en die voor iedereen - die ooit door de gevolgen van een relatiebreuk moest navigeren - zo herkenbaar zijn. Hoe die kleine schattige dingetjes (de zachte en lieve fluisterstem van de vrouw) een mens op den duur enorm kunnen irriteren ("ik verstond je godverdomme nooit !"). Hoe het ideaalbeeld dat je van elkaar hebt, op den duur niet met de realiteit blijkt te stroken. Hoe je "elkaar op den duur maar een beetje ligt te verzinnen".

De man is ook nog altijd kapot van het einde van de relatie, is nog altijd bezorgd om het welzijn van zijn ex, maar probeert de draad weer op te pikken, probeert iets van zijn leven te maken. Dat impliceert dat hij af en toe grof en bits moet zijn tegen zijn ex (en ook tegen zichzelf, want hij beseft dat hij nog steeds heel sterk met zijn ex verbonden is). Dat er nu plots een andere vrouw in zijn leven gefladderd is, was niet gepland. Het overkwam hem plots, net zoals een verkoudheid je plots overkomt. Die 'andere' vrouw doorprikt de monoloog van Nasr en krijgt een kleine (en misschien zelfs ietwat overbodige) rol, vertolkt door Djamila Landburg. En natuurlijk krijgt die 'andere' vrouw het op haar heupen van dat nooit ophoudende online gesprek van haar nieuwe vriend met diens ex. Als zelfs een orale bevrediging op de sofa dat telefoongesprek niet kan beëindigen, wat dan wel ?

Ik geef het grif toe : ik ben jaloers op Ramsey Nasr. Als een moderne homo universalis is hij schrijver, dichter, regisseur en librettist. En dan is hij ook nog eens een mooie en charismatische man die zijn eigen tekst op verbluffend sterke wijze op de planken brengt en die verdraaid nog mooi kan zingen in het Arabisch ook ! Een heerlijk avondje theater en pet af voor Nasr.

21 januari 2018

Tjens Matic (Warande Kuub - 20.01.2018)

Op een verloren zomeravond in 1988 zond de toenmalige BRT een aflevering uit van het kookprogramma Krokant. Presentator Nest Mertens had die avond een wel heel bijzondere gast : Arno Hintjens. Op dat moment moest de solo-carrière van Hintjens nog van de grond komen en waren zijn hoogdagen als frontman van Tjens Couter en TC Matic al even achter de rug. En dus tijd genoeg voor Arno om zijn opleiding als kok gestand te doen en om - op zijn eigen onnavolgbare manier - zijn recept en bereidingswijze voor garnaalkroketten te delen met het Vlaamse publiek. Ik kan me tot op de dag van vandaag nog altijd perfect herinneren dat ik tranen met tuiten lachte bij het aanschouwen van dit spektakel. Maar in die dagen was Arno voor mijn toenmalig beperkte muzikale tiener-bewustzijn niet meer dan een vage naam. Wie was toch die dwarse rebelse flierefluiter die in de keuken van Nest Mertens de ene Pinot Gris na de andere soldaat maakte ?

Naarmate de solo-carrière van Arno alsmaar meer vorm kreeg en - zo gaat dat dan - zijn beginjaren bij Tjens Couter en TC Matic een legendarische status kregen aangemeten, groeide hij uit tot een soort van "icône incontournable de la culture Belge". Toen mijn muzikaal spectrum begon te verruimen, maakte ik desondanks nooit de klik met 's mans muziek. En zo komt het dat ik bizar genoeg tot op de dag van vandaag Arno nog nooit live op de planken heb zien staan. Dringend tijd dus om dat hokje aan te vinken.

In diverse interviews liet Arno blijken dat zijn terugkeer naar het ruwere materiaal van die oude dagen was ingegeven door het complete gebrek aan anarchie in de huidige muziekscene. Tijd om het stof weg te blazen, om de middelvinger op te steken ("Middle Finger" stond trouwens ook op de setlist vandaag), om een laars in een corporate balzak te stampen. Het siert de man dat hij het rebelse vuur nog steeds voelt branden, maar helaas is het lichaam - waarin die onverwoestbare rock 'n roll spirit gehuisvest is - ver opgebrand. Laten we immers vooral niet vergeten dat de man over een paar maanden 69 kaarsjes mag uitblazen en niet bepaald als een koorknaap door het leven gestruind is. En dat was er aan te zien vanavond. Een door een turbulent leven getekende man op leeftijd, stram bewegend en geparkeerd achter de microfoon, de songteksten aflezend van plakkaten op de grond, de ene 'godverdomme' na de andere declamerend. Ware het niet dat Arno over karrevrachten krediet beschikt, je zou het als een tikje zielig kunnen bestempelen.

Maar het songmateriaal en vooral de uitstekende begeleidingsband trokken het concert alsnog over de streep. Gitarist Bruno Fevery (die zijn achternaam alle eer aandeed want door griep geteisterd) liet de snaren lekker scherp gieren en vooral de exploten van bassist Mirko Banovic waren een lust voor oog en oor. Afgaande op de Humo-review van een recent Tjens Matic-concert worden ook de bindteksten van Arno 'Godverdomme' Hintjens (zoals de grap over het kapsel van Mireille Mathieu) nogal eens herkauwd. Maar ach, je kan niet altijd het warm water blijven uitvinden. Dat deden trouwens Tjens Couter (met vettige blues) en TC Matic (met kille Belgo-wave) indertijd ook niet. Maar dat doet helemaal niets af aan hun verdiensten. Ook de garnaalkroket werd niet door Arno uitgevonden, maar hij had er verdorie wel een eigen recept voor ontwikkeld.  'Putain Putain' en 'Oh La La La' behoren stilaan tot het canon van de Belgische muziekgeschiedenis en mochten niet ontbreken op de setlist. Maar ook nummers zoals 'The Parrot Brigade' en vooral 'Living On My Instinct' evoceerden perfect de tijdsgeest van de vroege jaren '80, toen be-pukkelde pubers met spuuglelijke kapsels protesteerden tegen raketten en voor jobs.

Aan 'waardig ouder worden' veegt Arno zijn Oostends gat af. Het moge hem nog lang bespaard blijven om in een rusthuis te belanden. De kok van de gaarkeuken aldaar zal niet weten wat hij meemaakt wanneer Arno zich met de kroketten gaat bemoeien.

12 januari 2018

Lisbeth Gruwez/Voetvolk : It's going to get worse and worse and worse, my friend (KVS - 11.01.2018)
















Het dansgezelschap Voetvolk werd in 2007 opgericht door choreografe/danseres Lisbeth Gruwez (°1977) en muzikant/componist Maarten Van Cauwenberghe (°1976). Dit duo heeft ondertussen een negental voorstellingen gecreëerd, waarbij de interactie tussen danstaal enerzijds en muziek/soundscape anderzijds centraal staat. De gelauwerde voorstelling van vandaag dateert al van 2012 maar wordt gelukkig nog geregeld hernomen, zoals vandaag in een uitverkochte KVS.

De aankleding van het podium is uiterst sober : een kaal podium met daarop een fel verlicht rechthoekig dansvlak. Gruwez komt op als een androgyne figuur, gekleed in stijlvolle en strakke kledij, met het haar strak naar achteren gekamd, met glimmende zwarte lakschoenen. Een langzaam aanzwellende drone begeleidt de sierlijke en bedrieglijk eenvoudige bewegingen van de handen van Gruwez, wier vingers de lucht lieflijk lijken te strelen.

Dan begint het geluid langzaam doorspekt te geraken van woord-fragmenten (in casu gemonteerde stukjes en zinnen uit speeches van de Amerikaanse predikant Jimmy Swaggart). Elk woord wordt uitgebeeld door één welbepaalde beweging. Zoals bleek uit de uitstekende aflevering van de Canvas-reeks Hopen op de Goden (waarin diverse kunstenaars worden gevolgd tijdens hun gevecht met hun Muze), ging aan elke beweging een lange voorstudie vooraf : om de juiste beweging bij een welbepaald woord te vinden, werd soms dagen voor één beweging uitgetrokken. De docu toonde Gruwez als een zeer intrigerende en intense dame voor wie het gevecht met de Muze geen gebakken lucht, doch wel dagelijkse realiteit is.

De woorden (en begeleidende bewegingen) worden herhaald en vermenigvuldigd en in frequentie verhoogd, totdat geleidelijk volledige zinnen gevormd worden. "We have not made any advancement at all !" en "It's going to get worse and worse and worse, my friend !" klinkt het, terwijl Gruwez de bewegingen perfect synchroon met de klankband uitvoert (het woord 'klankband' doet hierbij echter geen recht aan de live inbreng van Van Cauwenberghe, die telkens de moeilijke taak heeft om de klank af te stemmen op de strakke bewegingen van Gruwez). Ze struint als een fiere toreador over het podium en kijkt geregeld uitdagend in de richting van het publiek. Ze blinkt uit in precisie en in een soort van militaire elegantie. Ze is niet alleen een danseres, maar ook een actrice : ze IS de opzwepende predikant en neemt het publiek mee naar die gevaarlijke virtuele plek waarbij je geabsorbeerd wordt door de woorden van de predikant en waarbij je jezelf verliest in diens opzwepende gedachtengoed.

Dan wordt plots een rustpunt ingebouwd. Gruwez trekt haar panty strak omhoog over haar witte hemd en lijkt daarna langzaam maar onafwendbaar in een trance te komen. De muziek zwelt weer aan tot een dreigende drone-klank. Is ze nog altijd de predikant die haar publiek tracht te verleiden door een goddelijke trance te veinzen, of is ze nu een toehoorder geworden die meegevoerd wordt door die maalstroom van opzwepende en opruiende taal ? Ze springt op en neer in een alsmaar hoger tempo, waarbij haar gelaatsuitdrukking er één is van groeiende ontzetting of stijgend ontzag. Het gevoel van trance wordt compleet en er dreigt ontploffingsgevaar, totdat de muziek bruusk omslaat naar klassieke muziek (de cello verdrijft de preek als ware er wordt ontwaakt uit een boze droom) en de blik van Gruwez er één wordt van geluk en extase. Alsof alleen kunst en schoonheid ons kan redden van de holle retoriek van valse profeten.

Misschien zit ik er met deze laatste interpretatie volledig naast, maar het is alvast deze mooie en hoopvolle boodschap die ik vanavond - na deze ronduit prachtige voorstelling - mee naar huis nam. Ook fijn : zelfs tijdens het in ontvangst nemen van het verdiende applaus, toonde de frêle maar imposante Gruwez zich o zo sierlijk en aandoenlijk mooi.

17 december 2017

Sergej Katsjatrian speelt Sjostakovitsj (Koningin Elisabethzaal Antwerpen - 16.12.2017)

Aangezien ik mijn hand er niet voor omdraai om me ten gepaste tijde onder te dompelen in de ietwat marginalere zelfkant van de maatschappij - en aangezien ik nog een uurtje te doden had -, begaf ik me naar het befaamde danscafé Café Jozef op het Astridplein, teneinde aldaar een paar biertjes te nuttigen, mijn ogen de kost te geven aan het cliënteel en mijn oren te laten vullen door de live gespeelde muziek, afkomstig uit een voorgeprogrammeerde synthesizer. Toen ik wat later het Astridplein overstak en me in de Koningin Elisabethzaal begaf, kon het contrast niet groter zijn. "Wat is de homo sapiens toch een complex en intrigerend wezen !" viel me te binnen, terwijl ik naar de spreker van dienst luisterde die de avond inleidde en de twee composities van vanavond van de nodige uitleg voorzag. Op dat ogenblik was ik me nog niet bewust van de muzikale uppercut die me te wachten stond.

Dimitri Sjostakovitsj was niet alleen een begenadigd componist, maar ook een getalenteerd koorddanser : tijdens heel zijn artistieke carrière diende hij immers een uiterst delicate evenwichtsoefening uit te voeren tussen vrije artistieke en kritische expressie enerzijds, en het in het gareel lopen van de strenge Stalinistische Sovjet-censuur anderzijds. Hij moet indertijd ongetwijfeld een stijve nek gekregen kijken van al dat over-de-schouder-kijken. Die constante onrust zorgde ervoor dat hij sommige composities niet (of pas later) publiceerde. Zo ook het eerste vioolconcerto : gecomponeerd in 1948 maar pas gepubliceerd in 1955.

In 2005 haalde de Armeense violist Sergej Katsjatrian (°1985) de eerste prijs op de Koningin Elisabethwedstrijd met een uitvoering van dit eerste vioolconcerto (video HIER te bekijken) en vanavond had ik het voorrecht mee te maken hoe hij ditzelfde concerto nogmaals bracht, met de Duitser Markus Stenz als dirigent. Ik had me een plaats weten te bemachtigen centraal op de eerste rij, op amper enkele meters van solist en dirigent. O, wat een zaligheid om het concert van zo dichtbij mee te maken : ik zag elke gebroken paardenhaar (en dat waren er nogal wat), hoorde elke zucht en ademstoot van de solist, ervoer elke streek op het instrument, zag elke parelende zweetdruppel op de Armeense wenkbrauwen.

Gedurende het half uur van dit concerto verdwenen tijd en ruimte. Wat deze jonge Armeniër uit zijn viool toverde, was simpelweg verbluffend. Technisch onderlegde toeschouwers zullen zonder twijfel met meer kennis van zaken kunnen verwoorden wat deze solist presteerde. Over dergelijke kennis beschik ik niet, dus kan ik alleen maar een getuigenis afleggen van de emotionele impact en beperk ik me ertoe te zeggen dat mijn hart in mijn borstkas bonkte, dat mijn tong droog tegen mijn gehemelte kleefde, dat mijn traanklieren plotsklaps traanvocht naar mijn ooghoeken dreven, dat mijn synapsen op het randje van kortsluiting stonden ... kortom : dat ik serieus van mijn à propos was. Na afloop van het concerto bleef ik verweesd achter.

's Anderendaags laafde ik me nog meermaals aan diverse uitvoeringen van dit eerste vioolconcerto, waaronder een uitvoering door de legendarische Russische violist David Oistrach, aan wie het werk overigens door Sjostakovitsj opgedragen was.

Na de pauze volgde nog een uitvoering van de eerste symfonie van Gustav Mahler. Maar ik zat tijdens deze symfonie nog teveel in Sjos-modus om ten volle de machten & de krachten van een groot symfonisch orkest te appreciëren. Niet echt mooi van mij om zo weinig aandacht te schenken aan een symfonie waarop Mahler vier jaar had zitten wroeten, maar het was niet anders. Na afloop stak ik opnieuw het Astridplein over op weg naar mijn wagen. Café Jozef zat ondertussen aardig vol en achter de gecondenseerde ramen zag ik dansende silhouetten en hoorde ik een schlager weerklinken. Ja, de homo sapiens is waarlijk een wonderlijk wezen.

16 december 2017

Falstaff (Opera Antwerpen - 15.12.2017)

De opera "Falstaff" die door Giuseppi Verdi in de herfst van zijn leven werd gecomponeerd (en die in 1893 in première ging), is niet het eerste en zeker ook niet het laatste artistieke distillaat van de strapatsen van de gelijknamige schelm en bon vivant, die in het werk van Shakespeare opduikt als centrale figuur in 'The Merry Wives of Windsor' en als figurant in 'Henry IV'. Maar omdat het Verdi's muzikale testament is én omdat het libretto van de hand is van de uiterst getalenteerde Arrigo Boito, is deze lyrische komedie toch een tikje speciaal. Het was overigens Boito die Verdi kon overhalen om de opera te componeren. De twee heren hadden eerder al samengewerkt (o.a. aan de opera Otello) en hadden ondertussen al lang hun oude strijdbijl begraven (toen Boito nog voortrekker was van de intellectuele bohémien-beweging "scapigiliatura", was de verhouding tussen de twee heren onderkoeld).

De plot is vrij eenvoudig : de rond-buikige levensgenieter Sir John Falstaff is aangespoeld in een herberg in Windsor. Zijn exuberante levensstijl zorgt ervoor dat hij constant geld nodig heeft. Hij beraamt een plan : hij zal twee rijke burgerdames het hof maken, in de hoop het fortuin van hun rijke echtgenoten te kunnen buitmaken. Hiertoe schrijft hij aan beide dames (Alice Ford en Meg Page) een identieke liefdesbrief. Maar de twee dames ontdekken als snel dat ze identieke brieven ontvangen hebben en besluiten om Falstaff een hak te zetten. Na de nodige verwikkelingen (waarin ook de echtgenoot en de dochter van Alice Ford een rol spelen), belandt Falstaff met zijn klikken en klakken in de Theems, berooid en beroofd van zijn eer. Maar het verlangen naar wraakzucht van de twee dames is nog niet gestild : ze weten hem ervan te overtuigen dat de duik in de Theems op een vergissing berustte. Falstaff wordt naar een nachtelijk afspraakje rond de grote Eik van Herne in het park van Windsor gelokt, maar loopt opnieuw in de val en moet wederom de nodige vernederingen doorstaan....


De regie van deze opera was in handen van de Duits-Oostenrijkse acteur Christoph Waltz, bij het grote publiek bekend wegens zijn rollen in de Quentin Tarantino-films 'Inglourious Basterds' en 'Django Unchained', die hem twee Oscars opleverden. De samenwerking tussen Waltz en Opera Vlaanderen is niet nieuw : in het seizoen 2013-2014 regisseerde hij al 'Der Rosenkavalier'.

De aankleding van het decor is doorheen het grootste gedeelte van de opera vrij sober : een imposante tafel fungeert enerzijds als de feestdis in de herberg en anderzijds - na een simpele ingreep - als soort van trapgang van het huis van dame Alice Ford. Tijdens de eerste twee van de drie bedrijven, kabbelt de plot rustig voort. De hoofdplot rond Falstaff verloopt parallel met een ietwat knullige nevenplot (een liefdesintrige rond de dochter van Alice Ford) en levert vermakelijke doch weinig memorabele momenten op. Voor mij is het vooral Johannes Martin Kränzle die de beste vertolking van de avond neerzet als de jaloerse echtgenoot van Alice Ford. Maar gedurende deze twee eerste bedrijven weet het geheel niet echt aan de ribben te plakken. Het is moeilijk om sympathie op te brengen voor de personages : noch de burleske bedrieger Falstaff, noch de op wraak beluste bourgeoisie van Windsor zijn personen waarmee men zich zou willen vereenzelvigen. Gelukkig tilt het scherpe libretto van Boito deze twee bedrijven uit boven het niveau van een deuren-komedie.


Het is pas tijdens het - opvallend korte - derde bedrijf dat alle remmen los gaan. Het orkest is naar het podium verhuisd, zittend in een soort van staketsel dat de grote eik in het bos van Windsor moet voorstellen. De muziek wordt plots grimmig en ook de aan lynchen grenzende uithaal door de gemaskerde goegemeente naar de gemuilkorfde en zwaar vernederde Falstaff heeft nog weinig uitstaans met een 'lyrische komedie'. Librettist Boito heeft zich duidelijk veel moeite getroost om zoveel mogelijk scheldwoorden en verwensingen te verzinnen die naar het dikke hoofd van Falstaff geslingerd kunnen worden. Het is in dit derde deel dat zowel Verdi als Boito schitteren en het uiterste vergen van zowel orkest als zangers. Wel was het zeer jammer dat er bij de enscenering geen rekening gehouden werd met de mensen die - zoals ik - in het hoge amfitheater zaten : de protagonisten in de orkestbak en de hogere lagen van de 'eik van Windsor' werden compleet aan ons oog onttrokken.

Een collega van mij slaagde erin om na de première een praatje te maken met Christoph Walz. Op de vraag waarom het derde bedrijf zo kort gehouden werd, antwoordde Walz dat er ter elfder ure nog veel wijzigingen en schrappingen gebeurd waren (en dat het late aantrekken van Craig Colclough in de rol van Falstaff niet veroorzaakt was door ziekte van de eerste aangezochte zanger, doch wel door artistieke meningsverschillen). Achter de schermen is één en ander dus zeker niet rimpelloos verlopen en ik verdenk trouwens Walz er stiekem van een 'moeilijke mens' te zijn.

Al bij al dus geen onverdeeld succes. Tijdens de twee lange eerste bedrijven sprankelt en spettert het geheel niet echt (en wordt het stuk ook niet geholpen door de wel zéér sobere aankleding) en komen vooral de vrouwelijke stemmen wat zoutloos over. En wanneer voor het korte laatste bedrijf alsnog een brutale ingreep wordt toegepast, lijkt dat een tikje 'too little too late'. Een leuk avondje opera, maar absoluut geen grand cru.

Foto's © Annemie Augustijns

02 december 2017

The Bad Plus (Warande Kuub - 01.12.2017)

Het concert dat het uit Minneapolis afkomstige jazz-trio The Bad Plus vanavond gaf in de Turnhoutse Kuub, was om twee redenen een tikje speciaal. Ten eerste omdat het de laatste kans was om het trio in de originele bezetting aan het werk te zien (pianist Ethan Iverson stopt er over een paar weken mee). Ten tweede omdat dit het eerste concert was dat werd georganiseerd in een samenwerkingsverband tussen jazz-club De Singer en cultuurhuis De Warande. Qua gezelligheid kan de Turnhoutse Kuub absoluut niet opboksen tegen de knusse club in Rijkevorsel. Ik geniet meer van een jazz-concert wanneer ik - gezeten aan een tafeltje - van een trappistenbier kan nippen, dan wanneer ik op een ietwat steriele tribune zit. Maar het samenwerkingsverband zal er wellicht voor zorgen dat er nog meer boeiende concerten uit de wereld van de jazz en aanverwante genres zullen kunnen plaatsvinden in de Kempen. En dat kunnen we alleen maar toejuichen.

Maar terug naar het concert. Naast Iverson op piano, bestaat het trio uit drummer David King en contrabassist Reid Anderson. Het trio is al sedert 2000 actief en heeft een dozijn albums uitgebracht. Zowel live als op een aantal van die albums put het trio daarbij geregeld uit de rock en pop-canon. Het laatste album (It's Hard, 2016) bestaat zelfs volledig uit covers. Jazz-bewerkingen van pop- en rockhits zijn natuurlijk niet nieuw. Denken we bijvoorbeeld maar aan de exploten van Brad Mehldau op dat vlak. Het probleem met dat soort van covers is echter dat ze al snel in melige muzak verzanden en weinig toevoegen aan het origineel. Maar dat is een klip die The Bad Plus handig weet te omzeilen. Hun bewerkingen ontmantelen telkens de 'bron'-song, om vervolgens met de essentie ervan een creatief loopje te nemen. Zo kregen we vandaag een interessante versie van 'The Robots' van Kraftwerk te horen, waarbij pianist Iverson perfect de kilte en het gevaar van een door artificiële intelligentie gedomineerde wereld wist op te roepen met zijn enerverende staccato.

Ik had er op voorhand een beetje schrik voor dat het trio - bij wijze van crowd-pleasing - vanavond vooral covers zou brengen. Maar die schrik bleek ongegrond. De set-list bestond gelukkig nagenoeg volledig uit eigen composities van de leden van het trio. De discografie van het trio is immers meer dan rijk genoeg om niet op covers te moeten bogen. Het viel constant op dat dit een trio is dat volledig op basis van gelijke inbreng functioneert. Het is een trio zonder een echte bandleider, zonder open doekjes uitlokkende solo's, maar met een verbluffende coherentie in het samenspel van de eerder harde drum-aanslagen met de spaarzame piano-noten en het vrij conventionele contrabas-spel. Kleine tempo-wisselingen, subtiele aanslagen op drum of contrabas, de fraseringen van het pianospel, hints van grootstedelijke gekte of emotionele diepgang : alles zat fijntjes in elkaar verweven en schakelde even vlot naar een hoger of lager tempo als een perfect afgesteld schakelapparaat op een racefiets. Het was eraan te zien dat dit trio gepokt en gemazeld was in het samenspel.

Een aangename meerwaarde aan het concert was het feit dat Anderson zich ontpopte tot een komiek van het gortdroge soort. Zo vertelde hij dat 'Gold Prisms Incorporated' ging over de miljoenen dollars die drummer King in de jaren '80 verdiend had met 'exersice video's on VHS' en over het verstoppen van die dollars in 'offshore accounts'. King - die me zowel qua uiterlijk als qua speelstijl af en toe deed denken aan een oudere versie van Chris Corsano - hoorde het relaas met een grijns aan. Helemaal hilarisch was de vrij lange introductie van 'Rhinoceros is my profession', over hoe een neushoorn solliciteerde voor een vrijgekomen plek van ... neushoorn. Humor zo droog als de Gobi-woestijn tijdens de zomer, is een soort van humor die ik wel kan pruimen.

Er zaten in dit concert geen echte hoogtepunten of dieptepunten. Alles werd gespeeld met dezelfde frivoliteit, met hetzelfde technische vernuft, met dezelfde coherentie. Het nummer met de meeste emotionele impact was wellicht afsluiter 'Pound for Pound' (uit 'Made Possible', 2012), een ballad die zich gaandeweg ontpopt tot een mooie waterval aan klanken en noten, om uiteindelijk onthaast te eindigen. Een niet nader benoemde bisser besloot het vrij korte concert van een 70-tal minuten.

Dit concert had dan wel niet het effect van een stomp in mijn maag (à la James Brandon Lewis) of van een prikkelende douche voor de hersenen (à la Craig Taborn), maar soms is héél goed ook gewoon goed genoeg. En het concert van vanavond was héél goed.


Set-list :
Everywhere you turn
Mint
Thrift Store Jewelry
The Robots
Forces
Gold Prisms Incorporated
Do your sums/Die like a dog/Play for home
1997 Semi Finalist
Rhinoceros Is My Profession
Pound for Pound