Posts tonen met het label Dans. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dans. Alle posts tonen
09 april 2025
03 april 2024
13 maart 2022
04 februari 2022
03 maart 2020
24 januari 2020
14 januari 2020
02 mei 2019
01 maart 2019
19 februari 2019
01 februari 2019
25 november 2018
23 november 2018
25 juni 2018
Lisbeth Gruwez dances Bob Dylan / John Cale (OLT Rivierenhof - 24.06.2018)
Het was niet zozeer headliner John Cale die ons er ter elfder ure toe aanzette om ons naar het gezellige OLT Rivierenhof te begeven, doch wel het voorprogramma : de geweldige danseres Lisbeth Gruwez die een ingekorte versie ging brengen van de voorstelling "Lisbeth Gruwez dances Bob Dylan", een voorstelling die ik normaal gesproken enkele weken geleden samen met Christel zou bijwonen in de Bourla. Het lot trok echter een zwarte streep door dat plan, maar vandaag diende zich deze niet te missen herkansing aan.
Het concept is simpel : Maarten Van Cauwenberghe - vaste partner van Gruwez bij Voetvolk - staat aan de kant van het podium achter een tafel met platenspeler en draait Dylan-LP's. Hij plaatst de platenhoes tegen de tafelpoot en kijkt toe hoe Gruwez beweegt op de muziek, zelf de songteksten mee-lippend. Het was overigens Van Cauwenberghe die Gruwez langzaam deed warmlopen voor de muziek van Dylan, door diens muziek vaak op te leggen tijdens haar opwarmingsoefeningen. En zo groeide het idee om er een volwaardige dansvoorstelling rond te breien. Na een lang gevecht om in orde te geraken met de auteursrechten, kon het duo de hort op met het project.
Dansvoorstellingen zijn normaal voorbehouden voor theaterzalen of - als headliner - voor speciale locaties en lokken een bepaald type publiek, dat op voorhand weet waar het aan toe is. Maar een dansvoorstelling als voorprogramma van een concert ? Dat kom je zelden tegen en het duo nam hiermee zeker een risico. Zou het publiek immers hiervoor het nodige respect en geduld kunnen opbrengen ? We zaten aanvankelijk op de zitbankjes van het halfrond, waar het gewauwel toch lichtjes storend werkte, zodat we ons al snel verplaatsten naar de eerste rij voor het podium. Een goede zet : het gebabbel verdween naar de achtergrond en we konden ons volledig focussen op Gruwez.
Wat voor een geweldige danseres Gruwez is, kon ik reeds ervaren tijdens It's going to get worse and worse, my friend. En dat unieke talent kwam vanavond nogmaals tot uitdrukking. De combinatie van haar doorleefde dans-vocabularium en haar gelaatsexpressie voegden een extra laag toe aan de - sowieso al rijke - muziek van Dylan. Bij elk nummer een andere choreografie, geïnspireerd door de structuur van de song, of door het gevoel dat het nummer oproept, door de manier waarop Dylan zijn teksten uitspuwt, of in een poging om bepaalde flarden tekst in danstaal om te zetten. Het was ook een aangename hernieuwde kennismaking met sommige nummers van Dylan. Zoals "Blind Willie McTell". Of "The ballad of Hollis Brown", waarop Gruwez rondtolt als een draaiende derwisj in trance. De woorden op de bekende pancarte-clip van "Subterranean Homesick Blues" krijgen - als een soort van ondertiteling - elk hun unieke dansvertaling. Ook nog onder de naald van Van Cauwenberghe : "Simple twist of fate" en "It's alright ma (I'm only bleeding)". En het meest aangrijpende was zonder enige twijfel de manier waarop Gruwez danste op de tonen van de emotionele ballad "One More Cup of Coffee" (een duet waarop naast Dylan ook Emmylou Harris te horen is).
Nadien was het moeilijk om 'in' het concert van John Cale en diens gesofisticeerde popsongs te geraken. Het solo-werk van de Welshman wordt gekenmerkt door complexe structuren, literair of historisch geïnspireerde teksten en een lichtjes surrealistische ondertoon. We hoorden "E is Missing" passeren (geïnspireerd door de dichter Ezra Pound) en ook "Hedda Gabler" (vernoemd naar het titelpersonage uit het beroemde toneelstuk van Henrik Ibsen). Zelfs aan de juridische status van ijs werd een nummer gewijd ("The legal status of ice"). Het hoogtepunt van de eerste helft van het concert was de versie die Cale bracht van "Lady Godiva's Operation", het manisch voortkabbelende nummer dat in 1968 verscheen op "White Light/White Heat", het tweede album van The Velvet Underground en tevens het laatste VU-album waaraan Cale meewerkte. Het siert de ondertussen 76-jarige Cale dat hij niet op zijn lauweren rust en blijft schaven aan een grillig en eigenzinnig oeuvre. Maar de vermoeienissen van de voorbije weken eisten hun tol. Het vestimentair onderschatten van de avondlijke kilte was het duwtje in de rug dat ons ons uiteindelijk deed besluiten om het halfrond vroegtijdig te verlaten, op de tonen van "Fear is a man's best friend". Er zijn ergere songs om de nacht mee ingestuurd te worden.
Het concept is simpel : Maarten Van Cauwenberghe - vaste partner van Gruwez bij Voetvolk - staat aan de kant van het podium achter een tafel met platenspeler en draait Dylan-LP's. Hij plaatst de platenhoes tegen de tafelpoot en kijkt toe hoe Gruwez beweegt op de muziek, zelf de songteksten mee-lippend. Het was overigens Van Cauwenberghe die Gruwez langzaam deed warmlopen voor de muziek van Dylan, door diens muziek vaak op te leggen tijdens haar opwarmingsoefeningen. En zo groeide het idee om er een volwaardige dansvoorstelling rond te breien. Na een lang gevecht om in orde te geraken met de auteursrechten, kon het duo de hort op met het project.
Dansvoorstellingen zijn normaal voorbehouden voor theaterzalen of - als headliner - voor speciale locaties en lokken een bepaald type publiek, dat op voorhand weet waar het aan toe is. Maar een dansvoorstelling als voorprogramma van een concert ? Dat kom je zelden tegen en het duo nam hiermee zeker een risico. Zou het publiek immers hiervoor het nodige respect en geduld kunnen opbrengen ? We zaten aanvankelijk op de zitbankjes van het halfrond, waar het gewauwel toch lichtjes storend werkte, zodat we ons al snel verplaatsten naar de eerste rij voor het podium. Een goede zet : het gebabbel verdween naar de achtergrond en we konden ons volledig focussen op Gruwez.
Wat voor een geweldige danseres Gruwez is, kon ik reeds ervaren tijdens It's going to get worse and worse, my friend. En dat unieke talent kwam vanavond nogmaals tot uitdrukking. De combinatie van haar doorleefde dans-vocabularium en haar gelaatsexpressie voegden een extra laag toe aan de - sowieso al rijke - muziek van Dylan. Bij elk nummer een andere choreografie, geïnspireerd door de structuur van de song, of door het gevoel dat het nummer oproept, door de manier waarop Dylan zijn teksten uitspuwt, of in een poging om bepaalde flarden tekst in danstaal om te zetten. Het was ook een aangename hernieuwde kennismaking met sommige nummers van Dylan. Zoals "Blind Willie McTell". Of "The ballad of Hollis Brown", waarop Gruwez rondtolt als een draaiende derwisj in trance. De woorden op de bekende pancarte-clip van "Subterranean Homesick Blues" krijgen - als een soort van ondertiteling - elk hun unieke dansvertaling. Ook nog onder de naald van Van Cauwenberghe : "Simple twist of fate" en "It's alright ma (I'm only bleeding)". En het meest aangrijpende was zonder enige twijfel de manier waarop Gruwez danste op de tonen van de emotionele ballad "One More Cup of Coffee" (een duet waarop naast Dylan ook Emmylou Harris te horen is).
Nadien was het moeilijk om 'in' het concert van John Cale en diens gesofisticeerde popsongs te geraken. Het solo-werk van de Welshman wordt gekenmerkt door complexe structuren, literair of historisch geïnspireerde teksten en een lichtjes surrealistische ondertoon. We hoorden "E is Missing" passeren (geïnspireerd door de dichter Ezra Pound) en ook "Hedda Gabler" (vernoemd naar het titelpersonage uit het beroemde toneelstuk van Henrik Ibsen). Zelfs aan de juridische status van ijs werd een nummer gewijd ("The legal status of ice"). Het hoogtepunt van de eerste helft van het concert was de versie die Cale bracht van "Lady Godiva's Operation", het manisch voortkabbelende nummer dat in 1968 verscheen op "White Light/White Heat", het tweede album van The Velvet Underground en tevens het laatste VU-album waaraan Cale meewerkte. Het siert de ondertussen 76-jarige Cale dat hij niet op zijn lauweren rust en blijft schaven aan een grillig en eigenzinnig oeuvre. Maar de vermoeienissen van de voorbije weken eisten hun tol. Het vestimentair onderschatten van de avondlijke kilte was het duwtje in de rug dat ons ons uiteindelijk deed besluiten om het halfrond vroegtijdig te verlaten, op de tonen van "Fear is a man's best friend". Er zijn ergere songs om de nacht mee ingestuurd te worden.
15 maart 2018
This Kind of Bird Flies Backwards (Kunstencentrum Nona - 14.03.2018)
Evenwicht. Alles in het leven draait om evenwicht en balans. En vooral hoe om te gaan met de onvermijdelijke momenten waarop dat precaire evenwicht in het gevaar komt, waarop we wankelen op de evenwichtsbalk die 'leven' heet. Hoe reageren we op momenten van uitzinnige vreugde of van gitzwart verdriet ? Hoe zorgen we ervoor dat we geen panische angst ontwikkelen voor balans-verstorende elementen in ons leven en dat we ons daardoor afsluiten van échte emoties ? Hoe gaan we om met dergelijke kantelpunten in ons leven ? Hoe houden we ons recht op die evenwichtsbalk zonder er stokstijf op stil te blijven staan ? Het zijn deze overwegingen die de Poolse danseres Natalia Pieczuro verwerkte in haar eerste solo-performance.
We hadden het geluk de première van deze voorstelling te kunnen bijwonen in het Mechelse Kunstencentrum Nona. Pieczuro danst in een schaars verlichte ruimte temidden van een cirkel, die gevormd wordt door uitgestrooide korrels (zand ? suiker ?) en beperkt zich in het begin van de voorstelling vooral tot grondbewegingen. Door het contrast tussen donkere kledij, donkere haren en belichte naakte benen, lijken de onderbenen tijdens deze openingsdebatten wel twee aparte en ongemakkelijk dansende entiteiten die willen ontsnappen maar die niet goed weten waar naartoe. Doordat de niveauverschillen op de kleine tribune in Nona echter nogal klein zijn, was het jammer genoeg niet altijd eenvoudig om een goed zicht te krijgen op deze doorwrochte kronkelingen.
Naarmate de performance vordert, wordt de cirkel eerst voorzichtig afgetast en met de voeten doorwoeld. Gehurkt als een kwetsbaar vogeltje knabbelt Pieczuro - na rondgang van de cirkel - van de korrelige substantie. Het is één van de weinige momenten van stilte, want gedurende de rest van de performance wordt de harde soundtrack live verzorgd door Colin H. Van Eeckhout, diens Amenra-collega gitarist Mathieu Vandekerckhove en Regression-drummer Bjørn Lescouhier. Meestal is dit een harde postmetal-sound (zonder vocals), met CHVE op bas, af en toe laverend naar een meer drone-achtige soundscape, waarbij CHVE zijn geliefde draailier ter hand nam (zoals hij ook deed tijdens zijn gesmaakt solo-concert in een Tilburgs kerkje enkele jaren geleden).
De harde muziek past goed bij de getormenteerde performance van Pieczuro, zeker wanneer ze enkele rituele attributen hanteert, zoals een paar Nepalese kukri-hakmessen of zweep-achtige stukken leder. Uiteindelijk wordt de korrel-cirkel doorbroken en worden de korrels d.m.v. enkele ventilatoren in de richting van het publiek geblazen. Alsof eindelijk de gevangenis van de panische angst wordt afgeschud en er weer vrijuit op de evenwichtsbalk van het leven gedanst kan worden.
Een sterke performance dus, met wel de volgende kanttekeningen : enerzijds was het jammer dat veel aan het zicht van de toeschouwer werd onttrokken door de ietwat ongelukkige Nona-tribune. Anderzijds was de live-muziek - hoe sterk ook - misschien een tikje té overheersend, waardoor de muziek de dans dreigde te overschaduwen. Maar qua afleveren van adelbrieven kon dit wel tellen. En ik durf er dan ook wat van die cirkel-korrels op in te nemen dat de bijdrage van Pieczuro aan het nieuwe project van Voetvolk / Lisbeth Gruwez ("The Sea Within") even gedreven en intens zal zijn.
08 februari 2018
Jan Martens : Rule Of Three (Warande Kuub - 07.02.2018)
Dat moderne dans een voor het lichaam zeer belastende bezigheid is, mocht de Britse danseres Courtney May Robertson aan den lijve ondervinden. Door haar knieblessure werden een aantal opvoeringen van "Rule Of Three" (van de Belgische choreograaf Jan Martens / dansgezelschap GRIP) geschrapt en diende zij de nodige rust in acht te nemen. Maar ze was gelukkig net op tijd hersteld om vanavond acte de présence te kunnen geven in een voorstelling die enkele maanden geleden haar première kende in deSingel.
Een volledig kaal speelvlak met links achteraan een opvallende motor die de schwung in het geheel houdt : de uit Philadelphia afkomstige Michael Kuhn, een hyperactieve kerel die onder de nom de plume NAH zijn ding doet op drums en electronica en die we een jaartje geleden al aardig tekeer zagen gaan in de AB-Club. Hij verzorgt vanavond de live muziek-begeleiding met harde en pompende drums en met hypnotiserende kraut-achtige electronica.
Bovendien wordt op het publiek literatuur losgelaten : een drietal zeer korte fragmenten (geprojecteerd of via audio-band) van de Amerikaanse schrijfster Lydia Davis, bekend voor het bedrijven van extreem korte en aan poëzie verwante literatuur, mooi omschreven als "short-short/flash fiction/micro fiction/sudden fiction"-literatuur. Niet meer dan korte impressies, snippets, brein-firecrackers. De regel van drie wordt derhalve op verschillende niveaus doorgetrokken : dans + literatuur + livemuziek. Drie literatuur-fragmenten. Drie dansers. Drie grote hoofdstukken.
Tijdens het eerste grote hoofdstuk is een opvallende rol weggelegd voor Kuhn, die een geweldige lap minimalistische electro-kraut serveert. De drie dansers (naast Robertson ook nog Steven Michel en Julien Josse) staan opgesteld op drie punten van een denkbeeldige driehoek en herhalen constant hun strakke en mathematische patroon (iets dat lijkt op ter plekke joggen in slow motion), waarin slechts zeer subtiel wijzigingen worden aangebracht. De drie virtuele punten van de driehoek veranderen van plaats en de dansers schuifelen mee, trouw aan het wiskundige patroon.
In het middenstuk - minder mathematisch en meer primair en rauw - eist Courtney May de hoofdrol op. Haar tengere gestalte en opvallend korte lichaamslengte zijn omgekeerd evenredig aan de kracht die ze uitstraalt en de bijna angstaanjagende gezichtsexpressies die ze tentoon spreidt. Ik zat tijdens deze voorstelling centraal op de eerste rij. Door de combinatie van haar kleine gestalte en haar centrale plek vooraan op het speelvlak, mondde het erop uit dat ze tijdens een vurige solo constant recht in mijn ogen leek te kijken. Een bevreemdende ervaring.
Minstens even bevreemdend was het slot-gedeelte. Kuhn breekt de muziek af en verlaat het podium, dat plots in stilte gehuld is. Langzaam kleden de drie dansers zich uit, totdat ze volledig naakt op het fel verlichte podium staan. Het begin van een lange, ingetogen en intieme epiloog, waarbij de drie dansers volledig onthaast lijken te zijn en op verschillende plaatsen van het podium verschillende 'constructies' bouwen met hun drie naakte lijven. Hier en daar wordt er op de tribune wat ongemakkelijk op stoeltjes heen en weer geschoven bij het aanschouwen van deze complete naaktheid in complete stilte. Maar dit is helemaal geen episode die erop belust is om te choqueren maar die integendeel een mooie bubbel van intimiteit creëert, wars van erotiek of lust, in schril contrast met de veelvoud aan prikkels die eerder op het publiek werd afgevuurd.
De bubbel werd helaas doorprikt toen plotsklaps het geluid van een smartphone-foto weerklonk tijdens de mooiste lichamelijke 'constructie' (de twee mannen tegenover elkaar gezeten, met de knieën van de ene op de knieën van de andere gedrapeerd, met daar bovenop de kleine danseres Courtney May). Door dit geluid zag één van de dansers zich genoodzaakt om de stilte te doorbreken en het publiek te verzoeken geen foto's meer te maken. Een begrijpelijk verzoek, want het geluid van dat ene kiekje was niet zozeer storend omwille van het geluid op zich, maar wel omdat het een inbreuk vormde op de intimiteit van het moment, een inbreuk op de boodschap van deze epiloog, elders mooi als volgt samengevat : "Nakedness and silence become deafening metaphors for the life-affirming antidotes of simplicity and calm to sensory overload." En zo was dat ene ongepaste klikje misschien net ironisch genoeg een versterking van deze oproep tot intimiteit, traagheid en eenvoud.
Foto's © Bart Van Der Moeren
Een volledig kaal speelvlak met links achteraan een opvallende motor die de schwung in het geheel houdt : de uit Philadelphia afkomstige Michael Kuhn, een hyperactieve kerel die onder de nom de plume NAH zijn ding doet op drums en electronica en die we een jaartje geleden al aardig tekeer zagen gaan in de AB-Club. Hij verzorgt vanavond de live muziek-begeleiding met harde en pompende drums en met hypnotiserende kraut-achtige electronica.
Bovendien wordt op het publiek literatuur losgelaten : een drietal zeer korte fragmenten (geprojecteerd of via audio-band) van de Amerikaanse schrijfster Lydia Davis, bekend voor het bedrijven van extreem korte en aan poëzie verwante literatuur, mooi omschreven als "short-short/flash fiction/micro fiction/sudden fiction"-literatuur. Niet meer dan korte impressies, snippets, brein-firecrackers. De regel van drie wordt derhalve op verschillende niveaus doorgetrokken : dans + literatuur + livemuziek. Drie literatuur-fragmenten. Drie dansers. Drie grote hoofdstukken.
Tijdens het eerste grote hoofdstuk is een opvallende rol weggelegd voor Kuhn, die een geweldige lap minimalistische electro-kraut serveert. De drie dansers (naast Robertson ook nog Steven Michel en Julien Josse) staan opgesteld op drie punten van een denkbeeldige driehoek en herhalen constant hun strakke en mathematische patroon (iets dat lijkt op ter plekke joggen in slow motion), waarin slechts zeer subtiel wijzigingen worden aangebracht. De drie virtuele punten van de driehoek veranderen van plaats en de dansers schuifelen mee, trouw aan het wiskundige patroon.
In het middenstuk - minder mathematisch en meer primair en rauw - eist Courtney May de hoofdrol op. Haar tengere gestalte en opvallend korte lichaamslengte zijn omgekeerd evenredig aan de kracht die ze uitstraalt en de bijna angstaanjagende gezichtsexpressies die ze tentoon spreidt. Ik zat tijdens deze voorstelling centraal op de eerste rij. Door de combinatie van haar kleine gestalte en haar centrale plek vooraan op het speelvlak, mondde het erop uit dat ze tijdens een vurige solo constant recht in mijn ogen leek te kijken. Een bevreemdende ervaring.
Minstens even bevreemdend was het slot-gedeelte. Kuhn breekt de muziek af en verlaat het podium, dat plots in stilte gehuld is. Langzaam kleden de drie dansers zich uit, totdat ze volledig naakt op het fel verlichte podium staan. Het begin van een lange, ingetogen en intieme epiloog, waarbij de drie dansers volledig onthaast lijken te zijn en op verschillende plaatsen van het podium verschillende 'constructies' bouwen met hun drie naakte lijven. Hier en daar wordt er op de tribune wat ongemakkelijk op stoeltjes heen en weer geschoven bij het aanschouwen van deze complete naaktheid in complete stilte. Maar dit is helemaal geen episode die erop belust is om te choqueren maar die integendeel een mooie bubbel van intimiteit creëert, wars van erotiek of lust, in schril contrast met de veelvoud aan prikkels die eerder op het publiek werd afgevuurd.
De bubbel werd helaas doorprikt toen plotsklaps het geluid van een smartphone-foto weerklonk tijdens de mooiste lichamelijke 'constructie' (de twee mannen tegenover elkaar gezeten, met de knieën van de ene op de knieën van de andere gedrapeerd, met daar bovenop de kleine danseres Courtney May). Door dit geluid zag één van de dansers zich genoodzaakt om de stilte te doorbreken en het publiek te verzoeken geen foto's meer te maken. Een begrijpelijk verzoek, want het geluid van dat ene kiekje was niet zozeer storend omwille van het geluid op zich, maar wel omdat het een inbreuk vormde op de intimiteit van het moment, een inbreuk op de boodschap van deze epiloog, elders mooi als volgt samengevat : "Nakedness and silence become deafening metaphors for the life-affirming antidotes of simplicity and calm to sensory overload." En zo was dat ene ongepaste klikje misschien net ironisch genoeg een versterking van deze oproep tot intimiteit, traagheid en eenvoud.
Foto's © Bart Van Der Moeren
12 januari 2018
Lisbeth Gruwez/Voetvolk : It's going to get worse and worse and worse, my friend (KVS - 11.01.2018)
Het dansgezelschap Voetvolk werd in 2007 opgericht door choreografe/danseres Lisbeth Gruwez (°1977) en muzikant/componist Maarten Van Cauwenberghe (°1976). Dit duo heeft ondertussen een negental voorstellingen gecreëerd, waarbij de interactie tussen danstaal enerzijds en muziek/soundscape anderzijds centraal staat. De gelauwerde voorstelling van vandaag dateert al van 2012 maar wordt gelukkig nog geregeld hernomen, zoals vandaag in een uitverkochte KVS.
De aankleding van het podium is uiterst sober : een kaal podium met daarop een fel verlicht rechthoekig dansvlak. Gruwez komt op als een androgyne figuur, gekleed in stijlvolle en strakke kledij, met het haar strak naar achteren gekamd, met glimmende zwarte lakschoenen. Een langzaam aanzwellende drone begeleidt de sierlijke en bedrieglijk eenvoudige bewegingen van de handen van Gruwez, wier vingers de lucht lieflijk lijken te strelen.
Dan begint het geluid langzaam doorspekt te geraken van woord-fragmenten (in casu gemonteerde stukjes en zinnen uit speeches van de Amerikaanse predikant Jimmy Swaggart). Elk woord wordt uitgebeeld door één welbepaalde beweging. Zoals bleek uit de uitstekende aflevering van de Canvas-reeks Hopen op de Goden (waarin diverse kunstenaars worden gevolgd tijdens hun gevecht met hun Muze), ging aan elke beweging een lange voorstudie vooraf : om de juiste beweging bij een welbepaald woord te vinden, werd soms dagen voor één beweging uitgetrokken. De docu toonde Gruwez als een zeer intrigerende en intense dame voor wie het gevecht met de Muze geen gebakken lucht, doch wel dagelijkse realiteit is.
De woorden (en begeleidende bewegingen) worden herhaald en vermenigvuldigd en in frequentie verhoogd, totdat geleidelijk volledige zinnen gevormd worden. "We have not made any advancement at all !" en "It's going to get worse and worse and worse, my friend !" klinkt het, terwijl Gruwez de bewegingen perfect synchroon met de klankband uitvoert (het woord 'klankband' doet hierbij echter geen recht aan de live inbreng van Van Cauwenberghe, die telkens de moeilijke taak heeft om de klank af te stemmen op de strakke bewegingen van Gruwez). Ze struint als een fiere toreador over het podium en kijkt geregeld uitdagend in de richting van het publiek. Ze blinkt uit in precisie en in een soort van militaire elegantie. Ze is niet alleen een danseres, maar ook een actrice : ze IS de opzwepende predikant en neemt het publiek mee naar die gevaarlijke virtuele plek waarbij je geabsorbeerd wordt door de woorden van de predikant en waarbij je jezelf verliest in diens opzwepende gedachtengoed.
Dan wordt plots een rustpunt ingebouwd. Gruwez trekt haar panty strak omhoog over haar witte hemd en lijkt daarna langzaam maar onafwendbaar in een trance te komen. De muziek zwelt weer aan tot een dreigende drone-klank. Is ze nog altijd de predikant die haar publiek tracht te verleiden door een goddelijke trance te veinzen, of is ze nu een toehoorder geworden die meegevoerd wordt door die maalstroom van opzwepende en opruiende taal ? Ze springt op en neer in een alsmaar hoger tempo, waarbij haar gelaatsuitdrukking er één is van groeiende ontzetting of stijgend ontzag. Het gevoel van trance wordt compleet en er dreigt ontploffingsgevaar, totdat de muziek bruusk omslaat naar klassieke muziek (de cello verdrijft de preek als ware er wordt ontwaakt uit een boze droom) en de blik van Gruwez er één wordt van geluk en extase. Alsof alleen kunst en schoonheid ons kan redden van de holle retoriek van valse profeten.
Misschien zit ik er met deze laatste interpretatie volledig naast, maar het is alvast deze mooie en hoopvolle boodschap die ik vanavond - na deze ronduit prachtige voorstelling - mee naar huis nam. Ook fijn : zelfs tijdens het in ontvangst nemen van het verdiende applaus, toonde de frêle maar imposante Gruwez zich o zo sierlijk en aandoenlijk mooi.
04 juni 2017
Hope (Opera Antwerpen - 03.06.2017)
Interessante keuze voor het affiche-beeld van dit zeer interessante dans-drieluik : het werk "Entrance Gate" van de Antwerpse kunstenaar Koen van den Broek (°1973) En inderdaad : twee van de drie opgevoerde werken van vanavond zijn niet alleen iconische mijlpalen in de moderne dans van de twintigste eeuw, maar zijn dan ook nog tevens creaties van twee inspirerende vrouwen, die aldus bij wijze van spreken de poorten hebben openzet voor vele anderen. Zoals bijvoorbeeld voor de derde choreografe die vanavond aan bod kwam. Nu het danspubliek quasi jaarlijks nieuwe producties van pakweg Ultima Vez, Rosas of Les Ballets C de la B te zien krijgt en gaandeweg hun danstaal voor lief neemt, is het fijn om terug te keren naar fundamenteel bronmateriaal, om met open mond vast te stellen dat het vroeger misschien écht wel beter was. Drie sterke stukken van drie boeiende vrouwen.
* * * * * * * * * * *
Er werd afgetrapt met misschien wel de meest iconische dans-uppercut die ooit op de planken werd gebracht : het in 1978 gecreëerde "Café Müller" van Pina Bausch (1940-2009). De lege stoelen, de wanhoop, de eenzaamheid, de hunkering naar aanraking en het telkens weer mislukken ervan, het semi-comateus ronddolen op de bühne, de muziek van Henry Purcell, het spel van omhelzen en afstoten op het randje van het agressieve, ... : hier kun je niet naar kijken zonder een krop in je keel te krijgen. Dit meesterwerk mocht nu voor de eerste keer op de planken gebracht door een ander gezelschap dan Bausch' Tanztheater Wuppertal. Vier dansers van de oorspronkelijke cast stonden de dansers van Ballet Vlaanderen bij om zich dit stuk volledig eigen te maken, wat duidelijk zijn vruchten afwierp. Zeer intense vertolkingen van een zeer intens stuk.
* * * * * * * * * *
In het tweede stuk ging het er heel wat traditioneler aan toe. Niet verwonderlijk als je weet dat "Chronicles" al in 1936 in première ging. Maar de maakster van dit stuk was niet de minste : Martha Graham (1894-1991) wordt niet voor niets beschouwd als de grondlegster van de moderne dans. Ze veegde haar voeten aan de grondbeginselen van het klassieke ballet en ging de meer expressionistische toer op. Gedaan met alleen nog op spitzen rechtstaand te dansen : ook grondoefeningen en blote voeten doen hun intrede. "Chronicles" is opgevat als een driedelige aanklacht tegen het opkomende fascisme en de dreigende oorlog, op muziek van de Amerikaanse componist Wallingford Riegger. Het openingsstuk is een solo-dans (een opvallende rol voor Aki Saito) die de onvermijdelijke oorlog met de nodige treurnis in de ogen kijkt. In het tweede deel wordt ze vervoegd door een groep dansers, die symbool staan voor een hoop verschoppelingen of kanonnenvlees. Maar in het laatste deel marcheert die groep zegezeker en hoopvol de toekomst tegemoet. Het was mijn eerste kennismaking met iets wat meer op 'klassiek' ballet leek (hoewel het er tegelijk een stijlbreuk mee was). Vooral de laatste groepsscènes waren een lust voor het oog en riepen echo's op aan de Duits-expressionistische stijl van de jaren '20.
* * * * * * * * * *
Tja, de verantwoordelijkheid krijgen om je eigen stuk te creëren om opgevoerd te worden na zo'n twee klassiekers, is geen kleine opgave. Maar de Belgisch-Colombiaanse choreografe Annabelle Lopez Ochoa ging de uitdaging aan. 'Ecdysis' is de wetenschappelijke term voor het proces van vervelling, zoals dat bijvoorbeeld bij slangen voorkomt. Een proces dat Lopez Ochoa transponeert naar de transformatie die vluchtelingen noodgedwongen moeten ondergaan om te kunnen floreren in een nieuwe leven en een nieuwe omgeving. Voor een nagelnieuwe productie was de danstaal opvallend sober en klassiek (met de mohawk-kledij en de sobere podium-aankleding als meest in het oog springende factoren). Opnieuw een mooie hoofdrol voor Aki Saito temidden van gevarieerde groepschoreografieën en op muziek van de Poolse componist Henryk Górecki. En uiteraard - hoe kan het anders - is op het einde de transformatie compleet en kunnen de dansers hun stekelige pakjes van zich afschudden. Thematisch en qua stijl was deze Ecdysis duidelijk zwaar schatplichtig aan Martha Graham. Voorwaar geen slecht voorbeeld, maar toch niet van hetzelfde niveau. En zo was vanavond eigenlijk "Café Müller" de vreemde - maar nog altijd meest verbluffende - eend in de dans-bijt.
* * * * * * * * * * *
Er werd afgetrapt met misschien wel de meest iconische dans-uppercut die ooit op de planken werd gebracht : het in 1978 gecreëerde "Café Müller" van Pina Bausch (1940-2009). De lege stoelen, de wanhoop, de eenzaamheid, de hunkering naar aanraking en het telkens weer mislukken ervan, het semi-comateus ronddolen op de bühne, de muziek van Henry Purcell, het spel van omhelzen en afstoten op het randje van het agressieve, ... : hier kun je niet naar kijken zonder een krop in je keel te krijgen. Dit meesterwerk mocht nu voor de eerste keer op de planken gebracht door een ander gezelschap dan Bausch' Tanztheater Wuppertal. Vier dansers van de oorspronkelijke cast stonden de dansers van Ballet Vlaanderen bij om zich dit stuk volledig eigen te maken, wat duidelijk zijn vruchten afwierp. Zeer intense vertolkingen van een zeer intens stuk.
* * * * * * * * * *
In het tweede stuk ging het er heel wat traditioneler aan toe. Niet verwonderlijk als je weet dat "Chronicles" al in 1936 in première ging. Maar de maakster van dit stuk was niet de minste : Martha Graham (1894-1991) wordt niet voor niets beschouwd als de grondlegster van de moderne dans. Ze veegde haar voeten aan de grondbeginselen van het klassieke ballet en ging de meer expressionistische toer op. Gedaan met alleen nog op spitzen rechtstaand te dansen : ook grondoefeningen en blote voeten doen hun intrede. "Chronicles" is opgevat als een driedelige aanklacht tegen het opkomende fascisme en de dreigende oorlog, op muziek van de Amerikaanse componist Wallingford Riegger. Het openingsstuk is een solo-dans (een opvallende rol voor Aki Saito) die de onvermijdelijke oorlog met de nodige treurnis in de ogen kijkt. In het tweede deel wordt ze vervoegd door een groep dansers, die symbool staan voor een hoop verschoppelingen of kanonnenvlees. Maar in het laatste deel marcheert die groep zegezeker en hoopvol de toekomst tegemoet. Het was mijn eerste kennismaking met iets wat meer op 'klassiek' ballet leek (hoewel het er tegelijk een stijlbreuk mee was). Vooral de laatste groepsscènes waren een lust voor het oog en riepen echo's op aan de Duits-expressionistische stijl van de jaren '20.
* * * * * * * * * *
Tja, de verantwoordelijkheid krijgen om je eigen stuk te creëren om opgevoerd te worden na zo'n twee klassiekers, is geen kleine opgave. Maar de Belgisch-Colombiaanse choreografe Annabelle Lopez Ochoa ging de uitdaging aan. 'Ecdysis' is de wetenschappelijke term voor het proces van vervelling, zoals dat bijvoorbeeld bij slangen voorkomt. Een proces dat Lopez Ochoa transponeert naar de transformatie die vluchtelingen noodgedwongen moeten ondergaan om te kunnen floreren in een nieuwe leven en een nieuwe omgeving. Voor een nagelnieuwe productie was de danstaal opvallend sober en klassiek (met de mohawk-kledij en de sobere podium-aankleding als meest in het oog springende factoren). Opnieuw een mooie hoofdrol voor Aki Saito temidden van gevarieerde groepschoreografieën en op muziek van de Poolse componist Henryk Górecki. En uiteraard - hoe kan het anders - is op het einde de transformatie compleet en kunnen de dansers hun stekelige pakjes van zich afschudden. Thematisch en qua stijl was deze Ecdysis duidelijk zwaar schatplichtig aan Martha Graham. Voorwaar geen slecht voorbeeld, maar toch niet van hetzelfde niveau. En zo was vanavond eigenlijk "Café Müller" de vreemde - maar nog altijd meest verbluffende - eend in de dans-bijt.
28 mei 2017
Daniel Linehan / Hiatus : Un Sacre du Printemps (Kapel Kolonie Merksplas - 27.05.2017)
![]() |
| © Bart Grietens |
Tot rellen kwam het vanavond gelukkig niet in de broeierig warme Kapel van Merksplas Kolonie. Maar de versie die vandaag op de planken werd gebracht door het gezelschap Hiatus was fris, uitdagend, sprankelend en prikkelend. Aan het hoofd van dit gezelschap staat de in Seattle geboren Daniel Linehan (°1982), die in 2008 naar Brussel verhuisde om er te studeren aan de befaamde P.A.R.T.S.-dansschool van Anne Teresa De Keersmaeker. Ondertussen heeft hij al meerdere creaties gerealiseerd en werkt hij in nauw verband samen met deSingel.
Deze versie van Un Sacre du Printemps werd in 2015 op poten gezet. Voor het dans-gedeelte deed Linehan een beroep op 13 jonge dansers, allen kakelvers afgestudeerd aan de P.A.R.T.S.-school. Qua muziek werd geopteerd voor een live uitvoering van het stuk op twee vleugelpiano's. Pianisten van dienst : Jean-Luc Plouvier (artistiek leider van Ictus) en Alain Franco. De grote dansmat werd langs drie zijden afgebakend : de twee piano's aan de kortste zijde en twee kleine tribunes tegenover elkaar aan de lange zijden. Deze twee tribunes bevonden zich pal tegen de dansmat. Wij zaten op de eerste rij en zagen de dansers dus letterlijk centimeters voor onze neus in actie.
![]() |
| © Bart Grietens |
Eén van de hoogtepunten van deze vrij korte en gebalde maar uitmuntende productie was de "ruzie"-scène : de groep dansers splitste zich op in twee groepen en stonden pal tegenover elkaar, terwijl ze allerlei verwensingen naar de andere groep riepen. Deze verwensingen waren echter niet meer dan klanken, die elke groep aflas van een iPad op een statief. En wanneer het inzicht rijpt dat dit onvermogen om naar elkaar te luisteren en het trachten te overstemmen van andermans argumenten toch nergens toe leidt, zetten de dansers opnieuw eensgezind het slotoffensief in. Aldus triomfeert de Nieuwe Lente niet door iemand op te offeren, maar door een kinderlijke openheid van geest. Een hoopvolle boodschap om een heerlijke productie mee te besluiten.
Abonneren op:
Reacties (Atom)







































