11 juni 2018

Best Kept Secret festival (8-9-10.06.2018)

















Er vielen me dit jaar tijdens het Best Kept Secret-festival twee tendenzen op (buiten het feit dat dit een heerlijk voorbeeld-festival blijft qua organisatie, voedsel-aanbod & ecologie) : de prominente aanwezigheid van vrouwelijke artiesten én de prominente aanwezigheid van invloeden uit de zogenaamde 'wereldmuziek'. En dat leverde een hele resem aan interessante concerten op. Een kriskras-overzichtje doorheen drie dagen vol zon & muziek.

Beginnen doe ik met een overzichtje van enkele markante dames. Men neme bijvoorbeeld Sudan Archives : niet alleen qua kledij een zeer opvallende verschijning. Ze staat alleen op het podium in een bizarre outfit (met dito kapsel) en zet een hoekige performance neer met viool (ze is autodidact !), R&B, beats en Soedanese invloeden. Net zoals enkele tientallen mensen koos ik ervoor om het concert van headliner Arctic Monkeys grotendeels te laten schieten voor deze dame en daar ben ik blij om.


Lido Pimienta
Minstens even markant was de Columbiaans-Canadese Lido Pimienta. Tussen haar politiek en seksueel getinte nummers door vertelde ze ronduit over haar leven. Hoe ze thans 7 maanden zwanger is van haar tweede kind, waarvan de percussionist de vader is. Hoe ze misbruik moest ondergaan van de vader van haar eerste kind. Over haar geschifte moeder. En dat haar huidige partner geen rijbewijs heeft. Iets teveel details en iets te weinig muziek dus, maar wel enkele leuke nummers, die drijven op diepe bassen en latino-ritmes. Zoals "En Un Minuto", over het fenomeen dat mannen maar een minuut nodig hebben om hun kwakje te dumpen en vervolgens het hazenpad kiezen. En ze had het duidelijk niet begrepen op de suprematie van blanke mannen. Geen katje om zonder handschoenen aan te pakken.



De nog maar 22 jaar oude Londense Nilüfer Yanya opende haar set solo en werd nadien nog bijgestaan door een toetsenist en een saxofoniste. Een zeer ingetogen en intieme set vol gevoelige indie-pop van deze klassiek geschoolde pianiste en autodidacte op gitaar. Een jongedame die duidelijk nog een beetje op zoek is naar haar eigen stem maar met een beloftevolle toekomst. Iemand die duidelijk wél haar eigen (Arabische) stem gevonden heeft - en een zeer eigenzinnige stem at that - was Nadah El Shazly, die tekende voor één van de meest uitdagende concerten van deze driedaagse. Een vrij experimenteel concert vol psychedelica, avant-garde en jazz-invloeden dat veel aandacht en concentratie vergde, maar waarvoor de luisteraar wel beloond werd. Deze ietwat onderkoelde zangeres/toetseniste uit Caïro werd bijgestaan door een fenomenaal goede jonge jazz-drummer, een contrabassist en een gitarist die zijn instrument zwaar vervormde. Klasse-act.


Waxahatchee
Het Amerikaanse Waxahatchee bestaat uit vijf dames onder leiding van frontvrouw Katie Crutchfield en haar zus Allison. Niet echt memorabele maar fris van de lever gebrachte indie-pop met een lekker kabbelende lo-fi vibe. En in haar gestipte jurk en met haar opvallende tatoeages ook nog een fijne verschijning om naar te kijken.

Wat overigens ook gezegd kan worden van Mattiel Brown in haar rode overall. Retro, roots, surf & rockabilly uit Atlanta, Georgia, gedragen door het unieke stemgeluid van de frontdame. Ik werd een klein beetje verliefd op haar hoekige bewegingen en haar scherpe gelaatstrekken. Kudos ook voor de heerlijke cover van de pop-klassieker "Needles and Pins". Compleet niets vernieuwends aan dit concert, maar soms is dat gewoon niet nodig. Trouw met mij, Mattiel !


Nog interessante dames op het podium ? Bij de vleet ! Zoals de in een prikkelend strak pakje gehulde frontvrouw Merve Dasdemir van de Nederlandse band Altin Gül, die een onweerstaanbaar swingende versie brachten van psychedelische Anatolisch-Turkse muziek uit de jaren '70. Onmogelijk om hier onbewogen naar te kijken. Swingde als de spreekwoordelijke tiet. Nog zo'n fijne frontdame : de Amerikaanse Alicia Bognanno, oprichtster van de indie-rockband Bully. Muzikale bakens werden er niet verzet tijdens dit concert, dat het laatste was van hun vijf weken durende tournee. Maar het leek een leuk groepje mensen, dat elkaar na die vijf weken nog altijd niet beu was, dixit de energieke Bognanno.


Tijdens het concert van Vagabon - nom de plume van de in Kameroen geboren en in New York wonende Laetitia Tamko - bleef ik een beetje op mijn honger zitten. Met een veel te kort concert (amper 25 minuten schat ik) toonde ze zich als een soort getormenteerde update van Tracy Chapman. Net iets teveel sérieux en iets te weinig zelfrelativering.

Dan viel er veel meer plezier te beleven tijdens het concert van Khruangbin, één van de onbetwiste toppers van dit weekend. Dit trio uit Texas - met de exquise Laura Lee op basgitaar - haalt de mosterd uit laid back instrumentale Thaise pop en vermengt dat met zoetgevooisde seventies-funk. En zo plukken ze de vruchten van het pionierswerk van labels zoals Sublime Frequencies. Het talrijk opgekomen publiek ging compleet overstag en werd vakkundig ingepakt middels het inlassen van korte cover-snippets, zoals van "The Next Episode (it's the motherfuckin' D.O.G.)" van Dr. Dre of een flard van "Apache" van The Shadows. De LP's van het trio waren korte tijd later al uitverkocht in de festival-platenwinkel, nog voordat het trio zelfs maar aan hun signeersessie kon beginnen. Muzikale vitamientjes van het betere soort.

Ik zit stilaan door mijn voorraad dames heen. Een meer dan eervolle vermelding dient nog gegeven te worden aan Eve Alpert, gitariste/vocaliste en mede-oprichtster van Palm, een experimentele art-rockband uit New York met tegendraadse drum-ritmes, soms gevaarlijk balancerend op het randje van de rammel-afgrond. Het riep bij mij associaties op met Animal Collective. Het type band voor meerwaarde-zoekers dat meestal hoge ogen gooit op Pitchfork. Nog een eervolle vermelding voor een dame : de Schotse Cat Meyers van de band Honeyblood, die voor de gelegenheid mocht opdraven als interim-drumster van de postrock-peetvaders van Mogwai. Ze kweet zich meer dan uitstekend van haar taak tijdens een verschroeiend harde set van één van de weinige bands die de postrock-fase hebben overleefd. Een enorme volume-kopstoot. Ik stond vrij ver vooraan en stelde tot mijn afgrijzen vast dat er toch tinnitus-sollicitanten waren die dit concert zonder oordoppen ondergingen.


Cocaine Piss
Om het vrouwelijke hoofdstuk helemaal af te sluiten, kan ik niet buiten de Luikse splinterbom Cocaine Piss om. Frontvrouw Aurélie Poppins - schaars gekleed en tot onder haar oksels volgeplakt met glitters - spuugde de ultrakorte punk-songs uit tijdens de half uur durende explosie, af en toe maniakaal lachend (zowel in als naast de microfoon). Gedurende de tweede helft van het concert dook ze in het publiek om er niet meer uit te geraken. Da bomb !

Naast al dit vrouwelijk geweld hadden de mannen het verdraaid moeilijk om zich staande te houden en ze deden dat met wisselend succes. De complex-loze punkrock van Wavves wist het publiek vrij aardig te bekoren met vinnige songs zoals "A million enemies" en "Nine is God", zowaar een song die werd opgenomen voor de soundtrack van Grand Theft Auto 5. Een concert dat synchroon verliep met dat van The National, maar ik was emotioneel niet klaar voor de tristesse van Matt Berninger & Co.


Ik keek hard uit naar het concert van Future Islands. Maar het zonovergoten hoofdpodium was té groot en té zonnig voor de getormenteerde frontman Samuel T. Herring van deze synthpop-band uit North Carolina, waarvan de mede-bandleden quasi anoniem achteraan het grote podium hun ding deden zodat Herring het volledige podium alleen voor hem alleen had. Hoezeer hij ook af en toe gruntte en de microfoon tegen zijn borstkas sloeg, de vonk sloeg niet echt over, tenzij tijdens "Seasons (waiting for you)". Verdomme, wat blijft dat toch een ongelooflijk vette schijf. Zet deze band tijdens de late uurtjes in een kleine tent en de boel ontploft gegarandeerd.

Had ook het grote hoofdpodium helemaal alleen voor zich : Tyler, The Creator. Gekleed in een opvallend fluo-geel hesje trok hij het concert wat aarzelend op gang. Maar met granaten zoals "Who Dat Boy", "Death Camp" en vooral "IFHY (I fucking hate you)" ging de wei alsnog overstag.

Wat me vorig jaar ook al opviel op Best Kept Secret : er worden opvallend weinig elektronica-acts geprogrammeerd. Jammer eigenlijk, want in die vijver zwemmen interessante vissen. Eén zo'n vis kregen we gelukkig wel geserveerd : de belachelijk getalenteerde Kieran Hebden die als Four Tet reeds een zeer indrukwekkend parcours heeft afgelegd als producer, muzikant en remixer. Hij speelde op BKS helemaal niet op safe maar liet de muziek voor zichzelf spreken : geen visuals, geen lichtspektakel, zelfs geen bewegende spots : gewoon hij achter een draaitafel met een spot erop gericht. De meest sobere maar tegelijk één van de meest intrigerende en intelligent gelaagde DJ-sets die ik ooit zag. De meeste Tomorrowland-gangers zouden hier wellicht hun neus voor ophalen, maar dit was écht elektronisch musiceren.

Tussendoor was het ook vermakelijk om even te passeren langs het Four-podium, waar DJ St. Paul het hele weekend gastheer mocht spelen voor allerlei platen-ruiters. Want wie passeerde daar de revue voor een gesmaakt DJ-setje ? Niemand minder dan snooker-legende Steve Davis aan de zijde van de Iraans-Britse muzikant Kavus Torabi. En verdraaid, The Nugget bleek zowaar over een interessante en eclectische muzieksmaak te beschikken. Een meer dan vermakelijk tussendoortje. "Vermakelijk" is nu niet meteen het adjectief dat ik zou hanteren om het concert van John Maus te omschrijven. Koele goth-synth-wave-pop waarop Maus manisch tekeer gaat. Hoe intens kan een mens zijn ? Deze muzikant/filosoof schreeuwde zijn ziel uit het alras in het zweet badende lijf en schudde als een waanzinnige met lijf en leden. "Your pets are gonna die" klonk als Belgische electro uit de jaren '80. Maus deelde ooit de schoolbanken met zijn muzikale geestesverwant Ariel Pink. Moet een uitdagende klas geweest zijn voor de klastitularis.

Nog een vreemde eend in de bijt : Los Pirañas, drie heren uit Colombia die een lekkere instrumentale mix serveren van Latino-ritmes (voortgestuwd door smeuïge bas-partijen). Het drumstel was voorzien van tal van latin-percussie-stuff en het gitaar-gepingel vloog lekker psychedelisch-gewijs uit de bocht. Awel, hier werd ik goed gezind van. Minder goed gezind werd ik echter van wat Preoccupations op de planken bracht. Het lijkt wel alsof de angel voorgoed uit deze band verdwenen is sinds ze hun controversiële band-naam "Viet Cong" begroeven.

Iemand die mijn aandacht tot op zeker hoogte wel geprikkeld kon houden, was de nog piepjonge Britse tiener George Van den Broeck en zijn band Yellow Days. Hij heeft dan misschien het uiterlijk van een schoffie-roadie van Die Antwoord, maar hij heeft de ziel & de geraspte stem van een oude blues- en soul-zanger. Jammer dat hij de neiging had om op het einde van quasi elke zin zijn stem de hoogte in te jagen met een soort van "aaaah"-kreetje. Deze tic begon me op den duur te ergeren. Het zit 'm soms in de kleine dingen. Maar voor nog zo jong te zijn : chapeau.

Met een bang hartje keek ik uit naar wat ...And You Will Know Us By The Trail Of Dead ervan zou bakken tijdens het integraal uitvoeren van hun klassieke plaat "Source Tags & Codes". Kernleden Conrad Keely en Jason Reece namen zoals gebruikelijk afwisselend plaats achter de drumvellen en achter de microfoon. De plaat zit dusdanig in mijn brein geëtst dat het concert nooit helemaal kon tegenvallen en ik had me er sowieso al tegen gewapend dat het concert nooit zo legendarisch zou kunnen zijn als pakweg hun krankzinnige set ("Put it on fire !!!") in de AB-club vele jaren geleden. Maar al bij al viel het vandaag nog wel mee. Alleen jammer dat bassist Autry Fulbright II (sedert enkele jaren lid van de band) met de nodige technische problemen kampte (en vooral dat hij zo'n aanstellerige plurk was). Uiteindelijk toch cum laude geslaagd wegens de geweldige bisser "A Perfect Teenhood" (uit "Madonna").

Besluiten doe ik met het bovenhalen van een lauwerkrans voor Ty Segall and the Freedom Band. Wow, met voorsprong het beste 'gewone' rockconcert van dit weekend. Zo energiek, zo rauw, zo vet. Het levende bewijs dat je met de juiste attitude garagerock kunt optillen naar een geweldig hoog niveau. Een uur lang toonde deze rocker hoe het moet. En zelfs met een cover van de Hot Chocolate-hit "Every 1's A Winner" kwam hij moeiteloos weg. Bam !

Wederom een uitstekende editie van dit heerlijke festival, waarbij ik nauwelijks iets van het hoofdpodium gezien heb (wegens meer dan voldoende interessants te beleven in de kleinere en gezelligere tenten). Ook niet de afsluitende headliner LCD Soundsystem dus, aangezien de tank van de benenwagen stilaan leeg geraakte. Until next year, BKS !

Geen opmerkingen: