12 december 2006

All Tomorrow's Parties (Butlins Minehead, UK - 08.12.2006-10.12.2006)


Als rechtgeaarde fan van Sonic Youth (en van de exploten van de leden van SY) kon ik deze versie van All Tomorrow's Parties - onder curatele van Thurston Moore - natuurlijk niet laten schieten. Samen met Kris, Tim & Werner dus naar de kuststreek van Zuidwest-Engeland getogen om deelgenoot te worden van dit hoogst unieke weekend.

Plaats van het gebeuren : het holidayresort Butlins in Minehead, gevestigd op wandelafstand van het strand. Het resort is duidelijk afgestemd op familieuitstapjes en op een publiek dat er eventjes tussenuit wil voor een weekendbreak. De centrale Skyline Pavilion huisvest niet alleen de nodige restaurantjes, bars, winkels en speelhallen, maar vormt ook de locatie waar de diverse optredens zullen plaatsvinden (meer bepaald in drie grote zalen : Centre Stage, Reds en Crazy Horse). Normaliter bieden deze zalen een podium voor grote kinderspektakels, circusacts en zelfs superslam wrestling, maar het huispersoneel van Butlins zou ditmaal heel wat andere koek te slikken krijgen ...


Nog leuk meegenomen : als je naar Minehead rijdt via de zuidelijke A303 (i.p.v. de meer noordelijke M5 over Bristol), rijd je pal langs Stonehenge, het belangrijkste prehistorische monument in Groot-Brittannië. Het uitstapje naar deze site was een onverwachte meevaller. O.w.v. de astrologische mystiek die het monument omringt, is de plek ook steeds een bron van inspiratie geweest voor hippies en weirdo's van allerlei slag.



DAG 1

Op naar Butlins dus. We installeerden ons in onze rudimentaire bungalow aan Surfers Point Causeway Drive 21, terwijl het Thurston-kanaal (TMTV) afgestemd stond op de film Anatomy of a murder (Otto Preminger, 1959). ATP biedt aan haar bezoekers immers niet alleen een pleiade aan optredens aan, maar ook twee TV-kanalen waarvan één kanaal wordt geprogrammeerd door ATP zelf en het andere kanaal door de curator van dienst (in deze editie dus door Thurston Moore). Uitleg over de gekozen programmatie werd verschaft in een meer dan keurig boekje.

Met de eerste (van vele) Britse pints Carling Lager in de hand was de speeltijd voorbij en werd het dringend tijd voor een streepje muziek. Nurse With Wound is een Britse band die al ruim een kwart eeuw bestaat en waarin Steven Stapleton de constante vormt. Stapleton staat centraal op het podium achter een grote mixtafel en schept een vloeiend spectrum aan geluiden die geproduceert worden door zijn vier mede-muzikanten. Er wordt gebruik gemaakt van percussiemateriaal dat aan een soort pendulum hangt, van een theremin, van een SM-masker met blaasdarm, ... Tijdens het eerste en het laatste nummer van het optreden wordt de band nog bijgestaan door twee verschillende gastzangers. Meteen een sterke opener van het festival, dankzij het zeer creatieve gebruik van tape looping. Ook een redelijk uniek concert, want blijkbaar treedt NWW zo goed als nooit live op.

Afgaande op de beschrijving die Flipper te beurt viel, zouden we een legende aan het werk zien. Vanaf het ontstaan van de band in San Francisco in 1979 was Jello Biafra een grote fan en ook de leden van Nirvana staken hun adoratie voor Flipper nooit onder stoelen op banken. De ironie van het lot wil dat Krist Novoselic de band nu heeft vervoegd voor een reeks reünie-concerten. Flipper vond grunge uit lang voordat de term met Seattle zou geassocieerd worden en de eerste nummers van het concert boden een mooie staalkaart van trage en slepende grunge. Maar het was al snel uit met de pret. Zanger Bruce Loose had het charisma van een dweil en struinde dronken heen en weer op het podium. Een gebrek aan uitstraling kun je eventueel nog door de vingers zien, maar de rommelige set niet. Het was het eerste concert van Novoselic met de oud-leden van Flipper en dat was er helaas aan te merken. Met het optreden van Flipper hadden we meteen het slechtste van het weekend al achter de rug. Toch nog geïnteresseerd ? Kijk dan naar dit filmpje. De enige reden om dit concert tot het einde toe uit te kijken, was het feit dat we onze zeer goede plaatsen niet wilden prijsgeven met het oog op het volgende optreden.


En dat volgende optreden was niet van het minste : de geweldige Melvins zouden acte de présence geven. Een optreden dat blijkbaar voor veel mensen een topper was, want de grote Centre Stage bleek niet groot genoeg om alle geïnteresseerden te kunnen toelaten. Dit hadden we al enigszins voorspeld : als je 5800 tickets verkoopt en je grootste zaal heeft een maximumcapaciteit van +/- 3000 mensen, dan kun je bij sommige optredens problemen verwachten. Bij de twee 'grootste' bands had de organisatie van ATP dit probleem al wel geanticipeerd door twee optredens vast te leggen (voor Sonic Youth en Iggy & the Stooges - afhankelijk van de kleur van je entreebandje mocht je naar het ene of naar het andere optreden gaan), maar de overcrowding zou nog meermaals voor praktische problemen zorgen. Toch alle lof voor ATP en hun poging om alle ongemakken tot een minimum te beperken, want meteen werden extra optredens van de Melvins en van Deerhoof (waarbij hetzelfde probleem zich voordeed) aangekondigd.

Terug naar de muzikale kant van de zaak. De Melvins bestaan momenteel uit kernleden Buzz 'King Buzzo' Osborne op gitaar/zang en Dale Crover op drums/zang, aangevuld met de twee leden van Big Business : Jared Warren op basgitaar/zang en Coady Willis op drums. Inderdaad : de Melvins traden aan met twee drummers. Daar waar bij het Fantômas/Melvins Big Band-project de twee drummers (Crover en Trevor Dunn) afwisselen in een soort van muzikaal gevecht, werd de rol van de twee drummers bij de Melvins eerder gebruikt als een extra benadrukking van de zware sludge-sound waarvan Buzz & Co. hun handelsmerk hebben gemaakt. Ze speelden bijna constant synchroon, een technisch hoogstaand huzarenstukje dat vele uren oefenen moet hebben gekost. Een krachtig optreden en een serieuze trap in de zak. Een optreden dat ik me tevens voor eeuwig en altijd zal herinneren o.w.v. een onverwachte figurant achteraan op het podium. Wie stond immers gedurende quasi het ganse optreden te dansen en te genieten in de deuropening naar de backstage-ruimte, amper enkele meters van Buzzo verwijderd ? Niemand minder dan Jan Koyen, en dat nog wel op zijn verjaardag ! Bleek dat Jan ergens een verkeerde deur had opengetrokken en plotsklaps op het podium stond. Hilariteit ten top en zalig om te observeren hoe de Melvins-roadie constant verwoede pogingen moest doen om een enthousiaste Jan in te tomen. Priceless !


De temperaturen in de Centre Stage begonnen stilaan subtropische hoogten aan te nemen toen het tijd werd voor de volgende levende legende : Iggy and the Stooges. Als je in 2007 je zestigste verjaardag viert, kun je dat doen als een bezadigd man met kaart & biljart. Of je kunt opnieuw gaan toeren met je oude maats van de Stooges, een nieuwe plaat opnemen en als een bezetene over een podium razen. Iggy Pop koos voor de tweede optie. Peziger dan ooit draafde de Iggymeister het podium over en wierp hij zich keer op keer - tot ergernis van de verbouwereerde security - in het publiek. Al redelijk vroeg in de set werd I wanna be your dog gespeeld en het publiek ging compleet uit de spreekwoordelijke bol. De cameraman die het geheel vastlegde vanop de PA-ruimte had alle moeite van de wereld om zijn camera ietwat stabiel te houden. Het optreden was één lange testosteron-opstoot die volledig dreef op het charisma van Iggy. Tijdens No fun trok Iggy een hoop mensen het podium op (zie ook dit filmpje). Muzikaal is niet elk nummer even sterk en de broertjes Asheton lijken op een paar marginale neefjes van Michael Moore, maar dat kon de pret niet drukken. Een sterk optreden waarbij ik het enkel jammer vond dat tijdens de bisronde I wanna be your dog nogmaals de revue passeerde. Een té goedkoop truckje dat een klasbak als Iggy niet nodig heeft.


And the fun just didn't stop at Butlins. Sonic Youth ! Curator Thurston Moore en zijn gevolg betraden het podium, met eega Kim Gordon in een uitdagend glitterjurkje. Op dit leuke filmpje zie je de band backstage discussiëren over een paar akkoorden. Het kwartet werd vervoegd door een extra basgitarist (een zekere Mike). Uiteraard veel aandacht voor het nieuwe album Rather ripped met nummers zoals Incinerate, Do you believe in rapture ?, Reena en Sleepin around. Maar de fans van het eerste uur werden verwend : er werd geopend met Teenage riot en Lee Ranaldo bracht het altijd geweldige Eric's trip. Tot daar geen verrassingen want deze twee klassiekers uit Daydream nation worden bijna altijd gespeeld. Heel wat minder vaak krijg je echter de kans om liveuitvoeringen te zien van Catholic Bloc en Schizophrenia, twee prachtnummers uit het al even geweldige Sisters-album. En als kers op de taart kregen we er ook nog eens Shaking hell bij als afsluiter, een stokoud nummer uit Confusion is sex. Kim was wilder dan ooit en sprong als een dartel veulen heen en weer. Als je Sonic Youth al zo vaak live aan het werk hebt gezien als ik, kun je nog moeilijk écht verrast worden. Maar bevestigen doen ze nog altijd.

Het nachtmutsje was niet minder dan een brok beton : Prurient is het éénmansproject van Dominick Fernow en wat hij aan lawaai produceert is de ultieme nachtmerrie voor alle fans van Dana Winner. Ik kan het niet anders omschrijven dan als noise van het puurste en extreemste soort. Vocalen, flarden drone-achtige percussie à la Swans en feedback worden vermengd tot een pekzwart en compleet compromisloos geheel. De combinatie van vermoeidheid en Carling Lager deed zijn werk want ik ging compleet op in het zwarte gat dat Fernow op het podium schiep. En ik was niet de enige. Er ontstond zowaar een moshpitje op de tonen van het nooit aflatende gebeuk, dit tot groot ongeloof van de security die hier duidelijk geen touw aan vast kon knopen.

In de bungalow aangekomen nog het begin meegepikt van Coming apart, een film uit 1969 in een regie van Milton Moses Ginsberg. Een gedurfde film over een psychiater die in zijn appartement een verborgen camera installeert om zijn ontmoetingen met diverse vrouwen te registeren. Als kijker wordt je tot een voyeur gedegradeerd en de ganse film bestaat uit de beelden die door de verborgen camera in de spiegel van het appartement worden geschoten. Het einde van de film halen was echter geen haalbare kaart meer ...





DAG 2


Hoe kan je een festivaldag beter starten dan met een leuk filmpje op het Thurston-kanaal ? Met Putney Swope bijvoorbeeld, in 1969 geregisseerd door Robert Downey Sr. Een donkere satire over de keiharde wereld van adverteren. Wanneer het hoofd van een groot reclameconcern tijdens een vergadering sterft en er een opvolger moet worden aangeduid via geheime stemming, wordt Putney Swope - de enige zwarte in de raad van bestuur - verkozen (omdat niemand van de directie dacht dat iemand anders op een zwarte zou stemmen, kreeg Swope dus wel alle stemmen). Putney gooit het roer drastisch om, hernoemt de firma tot Truth and Soul Inc. en wordt een gecontesteerd mediafiguur. Maar de macht stijgt Putney naar het hoofd en op den duur heeft hij zijn hervormde firma niet meer onder controle ... Tijdens Foxes, een bakvissendrama van Adrian Lyne uit 1980 met een zeer jonge Jodie Foster, werd het stilaan tijd om ons opnieuw in een bad vol muziek onder te dompelen.

Dat deden we eerst door het extra concert van de Melvins mee te pikken. Weinig nieuws te melden t.o.v. de show van de avond voordien, behalve dat ditmaal Jan Koyen geen dansje pleegde op het podium. Wel leuk meegenomen dat Warren en Willis (bijgestaan door Crover) eerst nog enkele nummers speelden in hun hoedanigheid van Big Business, lekker vette sludge-rock die uiteraard nauw verwant was met de Melvins-stuff.

Terwijl wij de avond voordien genoten van Iggy, speelde Deerhoof op het tweede podium. Maar omdat ook daar teveel geïnteresseerden voor opdaagden, werd besloten om meteen maar een extra concert in te lassen. Een dikke meevaller voor ons. Dit prettig gestoorde trio uit San Francisco bestaat uit het zeer frêle aziatisch meisje Satomi Matsuzaki (mét Mummy The Peepshow-stemmetje) op basgitaar en zang, de boomlange Greg Saunier op drums en John Dieterich op gitaar. Prettige indiemuziek met een scherpe angel. Een aangename afwisseling tussen al het loodzware experimentele gedoe door.

Al twee concerten achter de rug en de tweede festivaldag moest eigenlijk nog beginnen. Aangezien we de 'grote' headliners van het festival quasi allemaal al op de eerste dag gezien hadden, kon de ontdekking van het onbekende beginnen.

Bijvoorbeeld met Hair Police. De band ontstond in 2001, bleef chaos de wereld inblazen in diverse bezettingen en bestaat momenteel uit drie leden, waaronder zanger/gitarist Mike Connelly. Deze laatste maakt momenteel ook deel uit van het zielsverwante Wolf Eyes, dus dan weet je al wel waar de klepel hangt. Met een redelijk simpel instrumentarium van drums, gitaar, electronica en tapes wordt het publiek meegezogen in een maalstroom van noise. Thurston Moore is een grote fan van zowel Hair Police als van Wolf Eyes, ten getuige waarvan Sonic Youth beide bands ooit uitnodigde als voorprogramma's van een concertenreeks. Na één van deze concerten mondde een bisnummer van Sonic Youth uit in een audio massacre, samen met de leden van Hair Police en Wolf Eyes, op film gezet door Lee Ranaldo. Het resultaat kun je hier bekijken. Moet krankzinnig geweest zijn.

Met Double Leopards zetten we onze ontdekkingstocht verder. Een koppel uit Brooklyn neemt plaats centraal op het podium, de man improviseert geluiden in de microfoon, de vrouw gebruikt de vocals als samples, tergend langzaam bouwt de improv-seance zich op tot een redelijk coherente soundscape om na een goed halfuurtje weer uit te deinen into oblivion.

Opnieuw naar het hoofdpodium getogen om daar één van de toppers van het weekend aan het werk te zien : Sun City Girls. Het combo is moeilijk te vatten. Des te meer ik er over te weten tracht te komen, des te groter wordt het mysterie. Wat er ook van weze, op het podium zagen we drie heren een muzikaal hoogstaand setje weggeven, met elementen van free jazz erin verwoven. Centraal staat gitarist Richard Bishop, een man die niet alleen begiftigd is met een boeiend gitaarspel, maar ook met een grote interesse voor mysticisme en het occulte. Ik kan er moeilijk de vinger op leggen wat ik nu precies gezien heb, maar het was muzikaal uitermate boeiend.

En het zou de avond van de freaky jazz worden. Vervolgens was het immers de beurt aan Chris Corsano die ditmaal zijn drumcapriolen niet solo zou uitvoeren (zoals hij eerder dit jaar in de ZigZag deed tijdens de Ultra eczema nacht, maar wel samen met saxofonist Paul Flaherty en vocalist/violist C. Spencer Yeh. Het duo Corsano/Flaherty werkt ondertussen al enkele jaren samen en dat heeft tot diverse albums geleid. Maar de chemie werkt het best op het podium (waar af en toe ook Thurston Moore hen in het verleden ooit heeft vervoegd). De oude Flaherty (met imposante grijze baard) en youngster Corsano spelen uitermate energieke avant-garde jazz. De dynamische notenexcursie van Flaherty valt wonderwel samen met de unieke drumstijl van Corsano. Explosieve free-noise-punk-jazz. Het publiek reageerde laaiend enthousiast. Volledig terecht overigens.

Me nog snel even naar de Crazy Horse-zaal gerept om er het einde mee te maken van 16 Bitch Pile Up. Drie vrouwen scheppen een zachte geluidenstroom die langzaam culmineert naar een luide explosie. Lang nadat de feedback is uitgeraasd en de microfoons al zijn afgezet, blijven de vrouwen zich nog de longen uit het lijf schreeuwen. De volledige set meemaken was misschien van het goede teveel geweest, dus een geluk dat ik enkel de eindexplosie heb meegemaakt.


Hoe goed de Sun City Girls en het Corsano/Flaherty/Yeh-trio ook waren, toch konden ze niet tippen aan de volgende act. Wie had durven bevroeden dat één van de absolute hoogtepunten van het ATP-weekend uit de polsen van een 64-jaar oude Hollander zou komen ? De nederlandse drummer Han Bennink is al sedert het begin van de jaren '60 actief in de jazzwereld en begeleidde legendes zoals Sonny Rollins en Ben Webster. Zijn discografie is immens. Naast een uniek drummer is Bennink ook een grafisch kunstenaar die o.a. de meeste van zijn eigen albumcovers ontwierp. Zijn samenwerking met de uit Wuppertal afkomstige saxofonist Peter Brötzman gaat ook al enkele decennia mee. Brötzman is ook geen prutser : hij werkte zowel samen met jazz-iconen zoals Charles Mingus en Ornette Coleman, als met avant-garde artiesten zoals John Cage en Nam June Paik. Deze twee heren op leeftijd lieten aan het hippe jonge publiek even zien hoe je geweldige freejazz improviseert. Om een idee te krijgen : klik dan naar dit filmpje van uitstekende kwaliteit, dat enkele minuten laat zien uit een concert van Bennink & Brötzman van amper enkele maanden geleden. Schitterend optreden dat zeer enthousiast werd onthaald door het publiek, een feit dat Bennink duidelijk ontroerde. Het zou me trouwens niet verbazen indien Chris Corsano voor een stuk zijn mosterd bij Bennink heeft gehaald.

Het werd al snel duidelijk dat het een hopeloze zaak zou zijn om nog binnen te geraken in de Centre Stage voor het optreden van Dinosaur Jr., maar al even snel werd een extra concert van Dinosaur Jr. voor 's anderendaags aangekondigd. Geen paniek dus en tijd genoeg om onze pijlen te richten op een paar andere dingen.

Zoals in eerste instantie MV/EE + The Bummer Road. Moeilijk om hier een accurate omschrijving van te geven (de nieuwe dosis Lager begon de zintuigen ietwat aan te tasten), maar er zat een grote bende op het podium die weinig overtuigende folkrock à la Beefheart ten berde bracht. Verre van interessant genoeg, totdat plotsklaps de vlam in de pan leek te slaan. Zeker toen Chris Corsano de band vervoegde, kreeg het geheel de schwung die het in het begin ontbeerde.

De avond werd afgesloten met een concert van Comets on Fire. Explosieve bluesrock (bij gebreke aan een beter woord) uit San Francisco en Oakland. Brengen momenteel hun platen uit op het Subpop-label. Sedert enige tijd maakt ook Ben Chasny deel uit van de band (Chasny zullen we later nog aan het werk zien onder zijn werknaam Six Organs of Admittance). De charismatische zanger/gitarist Ethan Miller is de spilfiguur van deze zweterige trip. Steengoed concert en één van de hoogtepunten van het ganse weekend.

Na dit loodzware dieet kwamen we 's nachts in onze bungalow aan, nauwelijks nog in staat om aandacht te besteden aan L'âge d'or op het ATP-kanaal of aan de experimentele films van Maya Deren op het Thurston-kanaal. Snooker op BBC bleek veruit de beste keuze om bij in slaap te vallen ...





Dag 3


De dag van start gegaan met een documentaire op het Thurston-kanaal over Public Image Ltd. Een combinatie van clips, interviews, concertfragmenten en 'optredens' op tv-shows. Vooral hilarisch was de verschijning van Lydon & C° op een amerikaanse tv-show (American Bandstand), die uitmondde in een soortement van performance-art door Lydon die iedereen van de tribune de tv-show induwde, al lang niet meer de moeite deed om nog te playbacken en er uiteindelijk een improvisatie-ding van maakte. Lydon mag dan wel een etterbak eerste klas zijn, ik heb PIL altijd een zeer relevante band gevonden (minstens even relevant als de Sex Pistols). Uitstekende keuze van Thurston Moore om aandacht aan PIL te besteden.

Dankzij de inspanningen van de ATP-organisatie werd een extra concert ingelast van Dinosaur Jr. zodat we ons alsnog konden laven aan de indiefuzz-bron van Jay Mascis en co. Ik ben altijd een hevige fan geweest van Dinosaur Jr. en de songs staan er nog steeds als een huis. De slacker-achtige zang van Jay Mascis, de licht melancholische teksten en de karrevrachten gitaarfuzz zorgen voor een zalige combinatie. Jay was nog wel niet goed wakker (een half uurtje voor de set stond hij achter mij aan te schuiven bij de lokale broodjesbar zonder dat ik het zelf in de gaten had), maar geruggesteund door een toren versterkers en zijn schuurpapieren stem werd het toch een sterk concert. Toen naar het einde van de set achtereenvolgens Freak scene en Forget the swan (schitterende, lang uitgesponnen versie !) werden gespeeld, was mijn dag al geslaagd. Ook nog een mooie cover van Just like heaven van The Cure, een band die - nu ik erover nadenk - in feite nauwer verwant is met Dinosaur Jr. dan je op het eerste zicht zou denken.

Bark Haze is een samenwerkingsproject tussen de twee gitaristen Thurston Moore en de Canadees Andrew MacGregor (centrale figuur van Gown). Soms - zoals ditmaal op ATP - worden ze bijgestaan door drummer Pete Nolan (tevens drummer bij de Magik Markers). Ik had Thurston Moore al enkele malen aan het werk gezien in samenwerkingsprojecten, die meestal uitmondden in een gierende distortion-storm. Ook ditmaal betrof het in grote mate een improvisatie-project, hoewel het me opviel dat de drummer het allemaal nog redelijk strak in de hand hield en aldus de dreigende storm kon bedwingen. Een opvallend ingehouden set dus.

Helaas slechts een kort gedeelte kunnen meenemen van de set die Aaron Dilloway ten beste gaf. Dilloway is de oprichter van Hanson Records, was eerst actief binnen The Beast People en was in 1996 mede-stichter van Wolf Eyes. De man vluchtte vervolgens naar Nepal om in het reine te komen met zichzelf. Of hij een nieuw man geworden is, weet ik niet. Het staat alleszins als een paal boven water dat Dilloway nog steeds pokkeherrie maakt en nog steeds een fervent tape-rapist is. In zijn eentje op het grote podium achter een grote bak electronica, creeërt Dilloway een snoeiharde en abstracte foltering voor het oor.

Nog enkele nummers kunnen meepikken van The Notekillers, een trio dat in de periode tussen 1977 en 1981 actief was met instrumentale no-wave. Nadat Thurston Moore in Mojo Magazine had verklaard dat één bepaalde 7" van The Notekillers van enorme invloed was op de prille Sonic Youth, werden er contacten gelegd en verscheen zowaar een nieuwe plaat op Moore's Ecstatic Peace-label. De heren bewezen op het podium meer te zijn dan een heropgeviste oldies act.

Vervolgens trad een band aan waaromtrent ik enorme hoge verwachtingen koesterde : Wolf Eyes. Opgericht in 1996 door Nate Young en de al eerder genoemde Aaron Dilloway, en later vervoegd door John Olson, braakt het gezelschap een hele collectie aan tapes en 7"es uit. In 2004 komt op SubPop het gevierde Burned Mind uit. In 2005 verlaat Dilloway de band om naar Nepal te trekken en hij wordt vervangen door Mike Connelly van Hair Police (zie hoger). Het concert beantwoordde perfect aan mijn verwachtingen : geen enkele andere band heeft pure noise tot zo'n relevante kunstvorm verheven als Wolf Eyes. Hun muziek is the inner voice van Jack The Ripper, de soundtrack bij Dante's Inferno, de veruitwendiging van al het zwartgallige in een mens. Dat één van hun nummers een betoog is voor de legalisering van zelfmoord, hoeft dan ook geen verrassing te heten. De muziek van Wolf Eyes plugt rechtstreeks in op dát gedeelte van de hersenen waar je je medemens liever niet mee confronteert. Ergens gelezen over Wolf Eyes : "What Wolf Eyes does is noise, and it is electronically based, but it's also rock music at its most visceral. Their live shows are legendary, caustic sermons of turbulence and venom that would scare off the most undiscerning of hardcore kids with wild abandon. And it's not just the sound or the volume, but the energy with which they perform it. They freak out. Not a bunch of pretentious lads triggering samples on laptops, no – this is a full-on rock performance. It is the sound of a baby crying in your ear on an airplane or a loose bottle cap getting caught in the spinning blades of your garbage disposal. It is not artful, but it is definitely from the heart. Some people want their music to calm them down and some want it to pump them up; Wolf Eyes make music for people who want their music to throw acid in their faces." Trouwens weinig bands op ATP gezien die zo enthousiast hun ding deden als Wolf Eyes (zotte Iggy even buiten beschouwing gelaten). Misschien lag dat aan het feit dat deze heren uit Michigan al een tikkeltje zenuwachtig waren voor het optreden dat hun stadsgenoten Negative Approach even later zouden geven ...

Het optreden van Monotract zal me heel wat minder lang heugen. Muzikaal zat het allemaal best snor, zonder te excelleren. Maar zangeres/bassiste Nancy Garcia is zonder de minste vorm van concurrentie de prachtigste vrouw die dit weekend op een podium heeft gestaan. Nietwaar, Waldo & Tim ? Dan probeer je als band experimentele muziek te maken en dan word je door Thurston Moore uitgenodigd op een prestigieus festival, en dan word je afgerekend op het uiterlijk van je bassiste ... Mijn oprechte excuses, Monotract !

De leden van Wolf Eyes waren tijdens hun eigen set al op van de zenuwen en kondigden op het einde van hun optreden al met veel tamtam het optreden aan van - volgens hun mening - de beste band ter wereld : Negative Approach. Ik was best benieuwd naar dit concert, gelet op de buzz die er in hardcore-middens rond leek te bestaan. Het genre is niet meteen aan mij besteed, maar blijkbaar is Negative Approach zowat dé bron van inspiratie geweest voor talloze hardcorebands (waaronder o.a. Dead Stop, die hun groepsnaam hebben ontleend aan een nummer van Negative Approach). De cultstatus van de band werd nog extra benadrukt door het feit dat tal van collega's/muzikanten tijdens het concert hadden postgevat aan de kant van het podium. Vooral de leden van Wolf Eyes en Hair Police konden hun enthousiasme nauwelijks bedwingen en er onstond zowaar tijdens het concert een moshpitje op het podium ! Ook de vrouwtjes van 16 Bitch Pile Up deden vrolijk mee, alsmede Thurston Moore himself die de teksten hevig meezong met een biertje in de hand. In hun korte bestaan tijdens het begin van de jaren '80 heeft Negative Approach slechts een klein oeuvre aan songs bijeengeschreven, en dat oeuvre passeerde dan ook volledig de revue. Tijdens het laatste nummer werd Thurston aangemaand om mee te zingen, wat ontaardde in een zalig chaotische mayhem op het podium. Schitterend om zien ! Zanger John Brannon bedankte het zwetende publiek door na het concert een hoop t-shirts, cd's en dvd's in de menigte te keilen. Een aandoenlijk oprecht optreden, waarvan je enkele minuten hier kunt bekijken.

In Mouthus - een tweespan bestaande uit een drummer en een gitarist - had ik op voorhand minstens de evenknie verwacht van pakweg Lightning Bolt, maar dat viel ietwat tegen. Wegens het wegvallen van het optreden van Jackie-O Motherfucker bleef er derhalve nog maar één optie over : aanschuiven om binnen te geraken bij het concert van Six Organs Of Admittance. Helaas hebben we een groot gedeelte van het concert gemist wegens no admittance, maar gelukkig arriveerden we net op tijd om Ben Chasny een prach-ti-ge cover te zien brengen van I'm on fire van Bruce Springsteen, hierin bijgestaan door gitarist Richard Bishop van de Sun City Girls. Een paar minuten uit het concert kun je hier bekijken.

Nadien ook nog een stuk meegepikt van de No-Neck Blues Band. Na de driedaagse marathon waren we niet meteen klaar voor een combo dat eerder uitblonk in performance-art dan in muziek. Een aziatische dame met blote borsten schreeuwde zich de longen uit het lijf terwijl een man - tevens met ontbloot bovenlijf en met een stella artois-doos op het hoofd - zich naar de drums begaf. Onderwijl pleegde een bebaarde gitarist met blauwe sok rond de ogen geknoopt enkele gitaarakkoorden terwijl nog een andere man met een grote congo op zijn schouders rondliep. Vage shizzle dat op deze manier op film werd vastgelegd.

Hoe kun je zo'n prachtweekend beter besluiten dan met een lekkere brok vette rock ? Na Iggy & The Stooges moet MC5 zowat één van de meest legendarische cult-rockbands zijn. Voor de allereerste keer in 35 jaar deelden beide legendes opnieuw dezelfde affiche, en wij waren erbij ! De drie overlevende leden (Davis, Thompson & Kramer) bliezen de legende in 2003 een nieuw leven in en toeren momenteel onder de naam MC5/DKT de wereld rond. Ze laten zich daarbij bijstaan door diverse gastmuzikanten, zoals in dit geval zanger Mark Arm van Mudhoney, gitarist Adam Pearson van Sisters Of Mercy en zangeres Lisa Kekaula van Basement Jaxx. Het viel meteen op hoe strak de hele set klonk (strakker dan de Stooges !). Zowel de vocale bijdragen van Mark Arm als van Lisa Kekaula pasten wonderwel bij het geheel, dat rockte als een tiet. En toen zanger/gitarist Wayne Kramer op niet mis te verstane wijze liet blijken welk nummer zou volgen ("When I break one of my strings, you know it's time to ... it's time to ... KICK OUT THE JAMS"), werd het dak nét niet van de Centre Stage geblazen. Zelfs Kris kon zich niet meer houden en verdween in de menigte, om enkele minuten later drijfnat van het zweet terug op te dagen. Een prachtig einde van een prachtig weekend.

De laatste blikjes bier genuttigd in de bungalow tijdens het bekijken van een film die zó slecht was dat hij toch nog een beetje geniaal werd : Fist of the north star (Tony Randel, 1995). De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat deze film niet geprogrammeerd stond op één van de twee ATP-kanalen. Maar na zo'n loodzwaar weekend hadden we ons wel het recht op een crappy actiefilm toegeëigend, dunkt me.

Als eindevaluatie kan ik enkel maar nogmaals benadrukken dat dit ATP-weekend een zalige ontdekkingstocht was, met Thurston Moore als zeer onderlegde gids. In een interview dat Hans VDL ooit afnam van Mike Connelly (lid van zowel Hair Police als van Wolf Eyes) benadrukte deze laatste de rol van Sonic Youth als behoeder van vele undergroundbands. Connelly besluit dan ook terecht : "Sonic Youth is werkelijk een unieke band. Het is ongelofelijk dat Thurston en de anderen de bands willen helpen die ze zelf goed vinden, zelfs als het grootste deel van hun publiek hen waarschijnlijk verschrikkelijk slecht zal vinden. Ik kan me geen andere band inbeelden die zoiets gelijkaardigs zou doen." Amen to that !

3 opmerkingen:

Monster Martens zei

Here Here!!!
Nice review. Ben het vaak met je eens. (Bij Wolf Eyes
dan weer niet bijvoorbeeld)

Trouwens nog een leuk Minehead-weetje. Opgepikt in het Plan-B magazine:
"I just wanna warn people from outta town, that although the locals all look old, nice and polite an everything, a couple of years ago, this stalker dug up a woman's ex-husband (who was dead and burried) and left it on her doorstep."
Les Smythe, Minehead

Haha! True or false, ik vind het in ieder geval een fascinerende waarschuwing!

Oh, en de tweede drummer van de Fanthômas-Melvins Bigband is Dave Lombardo, niet Trevor Dunn. ;-p

Peter Prong zei

Doeme toch, de Monster heeft weer een fout gespot ...
Crazy fuckers at Minehead !

Tony Soprano zei

hey peter , mooie en vooral uitgebreide review , ik heb hem met veel interesse gelezen !

wist je trouwens dat er ook een Fist of the North Star is (anime uit 1986) die niét zuigt en zelfs een klassieker in het genre is !

http://imdb.com/title/tt0142371/

tot zover weer is de overbodige trivia zever van mijnentwege :d