24 oktober 2010

Octet Red (De Singer - 22.10.2010) / Cool chicks, hot music (Cahier 09.10.2010)

De allesbehalve salonfähige jazz van de acht jonge honden die Octet Red bevolken, kon slechts een handvol bezoekers op de been brengen in de immer gezellige club De Singer. En dat was wel jammer, want bij vlagen vielen er ambitieuze en avontuurlijke composities mee te pikken. Toegegeven, soms stond de drang naar experiment het vloeiende karakter van de muziek in de weg en leek de band iets te hevig bezig om kostte wat kost hun jazz zo ver mogelijk van enige muzak-verdachtmaking weg te houden. Maar een tikje intellectuele humor maakt veel goed. Zo was de veruit beste compositie (van de hand van gitarist Benjamin Sauzereau) "Luc Besson est un con" getiteld, een lang uitgesponnen nummer waarin het evenwicht tussen experiment en muzikaliteit wél goed zat. Zo'n humor kan ik wel pruimen. Des te meer als je weet dat in dit gezelschap een opvallende rol is weggelegd voor het euphonium (oftewel tenortuba), bespeeld door Niels Van Heertum, en dat één van de voornaamste euphonium-merken ... de Besson is.

Maar de jongelui van Octet Red moeten zich zeker niet schamen voor de schamele opkomst. Daags voordien moest blijkbaar zelfs de toch redelijk legendarische jazzbassist Dave Holland met zijn quintet in de Warande zich voor een naar zijn normen ridicuul klein publiek in het pak hijsen. Naar ik vernam was een dikke week eerder in diezelfde Warande de Malinese superster Toumani Diabaté - die nochtans een paar jaar geleden de Kuub aardig deed vollopen - een zo mogelijk nog schraler lot beschoren. Enkele tientallen in een voor het overige lege schouwburg waren getuige van diens concert ...


Of wat dan te denken van het avondvullende programma dat enkele weken geleden in de Cahier slechts de spreekwoordelijke drie man en een paardenkop kon motiveren om op te dagen ? Nochtans een leuke affiche : drie frisse en jonge bands met als gemeenschappelijke factor dat ze zich van een frontvrouw bedienen. De catchy electro-rock van het Limburgse Velcronic, de aandoenlijk naïeve grunge van Starfucker en de kronkelende garagerock van Gentlemen Of Verona waren aldus niet meer dan drie parels voor een handjevol zwijnen. Een advocaat van de duivel zou kunnen betogen dat het een dubieuze keuze is om in het najaar een band te boeken die in dezelfde club in het voorjaar ook al weinig bezoekers kon genereren. Maar dit lot hadden deze bands natuurlijk niet verdiend. Het getuigt voor hen dat ze er toch nog het beste van trachtten te maken.

Ik mag hopen dat deze vier incidenten geen voorbode zijn van een permanente trend. Men zou zich kunnen afvragen of er in de Noorderkempen nog wel een voldoende draagvlak is om met concerten buiten de geijke lijntjes te kleuren. Het is ironisch om vast te stellen dat concerten die op safe spelen wél volk kunnen lokken, maar het grote publiek heeft blijkbaar niet meer enkele euro's vijl om eens een muzikaal risico te nemen. Vooral jongeren zijn blijkbaar niet langer bereid om hun geld uit te geven aan iets dat ze niet of amper kennen. Ik besef wel dat er tegenwoordig een cultureel en multimediaal overaanbod is én dat het bestedingspatroon van jongeren zich heden ten dage heel wat anders profileert dan pakweg tien of twintig jaar geleden, maar ik zou toch nog steeds durven pleiten voor dit soort van avonden. Want wat is er leuker dan een concertje mee te pikken onder het genot van een frisgetapte pint, en dat aan democratische prijzen ?

1 opmerking:

Willem zei

"Want wat is er leuker dan een concertje mee te pikken onder het genot van een frisgetapte pint, en dat aan democratische prijzen ?" >> Tzal wel!

Enneuh: fok it, we gaan gewoon door met die dingen!