26 mei 2018

La Clemenza di Tito (Opera Antwerpen - 25.05.2018)

Het was toch even doorbijten geblazen om het Antwerpse opera-gebouw opnieuw te betreden. Mijn vorige bezoek - Parsifal - vond plaats op een avond die een litteken heeft gekerfd in mijn ziel (om een ondertussen welbekende reden). En zo werden de gangen van het opera-gebouw op die vreselijke avond behangen met bezwaarde emoties. Voor mij is "The Phantom of the Opera" sedertdien niet langer de bekende musical-bewerking van een oude Franse roman, maar wel de geest van een geliefde die zal blijven ronddolen in de gangen van mijn gestel.

Maar al snel na het tragische verlies kwam ik tot het besluit dat cultuur - in haar brede en boeiende spectrum - een uitstekend medicijn kan zijn tegen zwartgalligheid. Geen wonder-medicijn dat met één prik of pil voor genezing zorgt, maar eerder een trage antibiotica-kuur die je moet blijven slikken tot het einde en die je doet dwingen om bepaalde emoties onder ogen te komen. Cultuur als een spiegel waarin je liever niet wil kijken uit schrik voor wat je kunt tegenkomen maar die je dwingt om in het reine te komen met jezelf. En vooral cultuur als een expressie van de creativiteit van de menselijke psyche om emoties van allerlei aard een plaats te geven. En het opnieuw bezoeken van de opera zou daarin vroeg of laat een noodzakelijke stap zijn. Dat cultuurhuis moet mettertijd opnieuw herleid worden tot een cultuurhuis en moet ontdaan worden van haar donkere connotatie.

Vanavond was het dus zover en het was gelukkig geen donker Wagneriaans epos, maar een eerder luchtig Mozart-niemendalletje. Toen ik na afloop op de tram stapte, zat ik toevallig in de buurt van een ouder koppel dat deze opera ook had bijgewoond. In sappig Antwerps vatte de oudere dame de plot van deze opera samen als "seg, wa was da veur truut". Ik moet de mening van de dame helaas beamen : het libretto van de hand van de productieve veel-schrijver Pietro Metastasio is nu niet meteen een schoolvoorbeeld van een fascinerende intrige. En ook voor W.A. Mozart was het haastwerk. Het was de laatste opera waarvoor hij de muziek schreef en pas daags voor de première (op 06.09.1791, amper enkele maanden voor zijn dood) voltooide hij de opera.

Het verhaal laat zich kort samenvatten als volgt : in het jaar 79 heerst keizer Titus over het Romeinse Rijk. De wrokkige Vitellia hoopt Titus te kunnen verleiden om alzo tot keizerin gekroond te worden en misbruikt hierbij de gevoelens van haar aanbidder Sextus, de beste vriend van Titus. Maar Titus heeft zijn keizersoog laten vallen op een andere deerne en dus zint Vitellia op bloedige wraak. Sextus loopt in de val van Vitellia en zet een opstand op poten tegen Titus. Maar de opstand wordt tijdig in de kiem gesmoord en Titus overleeft de aanslag. Sextus biecht zijn verraad op tegenover zijn keizer annex vriend. Hij staat terecht voor hoogverraad en gaat een gewisse dood tegemoet, ware het niet dat Titus vergiffenis schenkt aan zowel Vitellia als aan Sextus.

Ik gebruik het woord 'niemendalletje' ietwat oneerbiedig. Want deze opera in twee bedrijven had wel degelijk enkele mooie aria's in het arsenaal. Met name het tweede bedrijf blonk uit op dit vlak. En de cast deed zijn uiterste best om er iets van te maken. Opvallend : quasi alle belangrijke mannelijke rollen waren weggelegd voor vrouwen (sopranen en mezzo-sopranen), met uitzondering van de rol van Titus. Maar wat deze productie alsnog kopje onder deed gaan, was de wel zeer statische en ouderwetse aanpak van de regisseur, de Duitser Michael Hampe (°1935). Waar was de schwung, het spel van macht en verleiding, de seksuele ondertoon, de viering van de superieure moraliteit van Titus ? Waarom zo'n verschrikkelijk oubollig decor dat op geen enkel ogenblik de fantasie prikkelde ? En zeker in het tweede bedrijf leek ik precies te kijken naar een duf stukje deuren-theater in de plaatselijke parochie-zaal, waarbij de protagonisten als immobiele houten klazen hun aria's moesten afwerken. In het afgelopen jaar heb ik enkele heerlijke producties bijgewoond die aantoonden dat een frisse en tijdsrelevantie regie van cruciaal belang is voor het welslagen van een opera. Deze regie was echter helaas ontdaan van elke vorm van frisheid, van sprankel, van knipoog naar nu en deed daarmee het opera-testament van Mozart geen eer aan.

Maar an sich was dit falen niet zo erg en was het misschien zelfs perfect getimed. De productie verzette mijn zinnen zonder mijn gemoed te bezwaren, verzoende me aldus opnieuw met het medium 'opera' en loodste me zo toch weer een beetje een nieuw tijdperk in.

Geen opmerkingen: